Ik loop door de straten van Rapture op de bodem van de oceaan. Plotseling valt het licht uit. Het is pikzwart, ik zie geen hand voor ogen. Dan springt opeens een lamp aan. Ik sta midden in een spotlight. Buiten de cirkel van licht is nog steeds niets te zien. Wel hoor ik voetstappen om mij heen. Verschrikt draai ik rond, ik kijk van links naar rechts, mijn geweer krampachtig in mijn rechterhand geklemd. Er is niets… dan, onder begeleiding van een huiveringwekkende gil, springt de eerste mutant me tegemoet. Nadat dit een tijdje zo blijft doorgaan, doen ook de andere lampen het weer. Ik slaak een zucht. Het is voorbij.

Voor mij zat Bioshock vol met dit soort momenten, die mijn hart sneller deden kloppen. Twee van de redenen hiervoor zijn de angstaanjagende geluiden en de realistische beelden. Te bedenken dat deze uit 2007 stammen, zijn ze des te indrukwekkender. Toch zijn het niet deze technische hoogstandjes, maar is het vooral de stad Rapture die de illusie in stand houdt dat ik werkelijk moet vrezen voor mijn leven. Rapture is namelijk een utopie vervallen tot een dystopie. Even voor de duidelijkheid: een dystopie is het tegenovergestelde van een utopie, denk bijvoorbeeld aan het Engeland van V for Vendetta. Persoonlijk ben ik altijd al bijzonder geïnteresseerd geweest in dergelijke werelden. Maar er is nog veel meer interessant te beleven.

Ik strompel op het meisje af. Ze is klein en jong, een kind. Haar voeten zijn ontbloot en ze draagt slechts een smerig jurkje. Ze ligt met haar rug op de grond en probeert angstvallig voor mij weg te kruipen, maar haar pad wordt geblokkeerd door een kist. Doodsbang steekt ze haar handen beschermend omhoog. Toch zie ik haar lijkbleke gezichtje glimmen in het licht. Ik sta voor een keuze. Als ik het gemuteerde, maar o zo mensachtige meisje vermoord, word ik rijkelijk beloond. Ik kan haar echter ook in leven laten, maar dan bestaat mijn beloning vooral uit een presentje op lange termijn. Althans, zo is mij beloofd. Maar hoe betrouwbaar is die belofte in de vervallen straten van Rapture? Toen ik één van de weinige overlevende mensen hielp om zijn camera terug te vinden, probeerde hij mij te doden bij wijze van dank. Toch besluit ik het meisje te redden, zodat ik in ieder geval met mezelf kan leven.

Ethiek. Morele keuzes. Ook dit onderwerp heeft mij al jarenlang geboeid. Ethiek vind ik zo interessant omdat het zo belangrijk en bepalend is. We houden vast aan gewoontes, zoals het respecteren van de doden en het helpen van onze medemens, maar als puntje bij paaltje komt en de nood het hoogst is, dan is moreel gedrag vaak één van de eerste zaken die overboord gegooid worden. In een dystopie als Rapture, is puntje toch echt bij paaltje gekomen.

Ik betreed de kamer waar Dokter Steinman zich verscholen zou moeten houden. Door het vuile glas aan de overzijde van het vertrek zie ik Steinman achter een operatietafel staan. Op de tafel ligt een levenloos lichaam. Één voor één springen de lampen aan. Iedere lamp onthult een ander lichaam dat aan het plafond bungelt. Steinman probeert zich te verantwoorden en krijst uit: “Ik wil ze mooi maken, maar het gaat altijd verkeerd. Die, te dik. Deze, te lang. Deze, te symmetrisch!” De rillingen lopen over mijn rug.

Het is ondertussen tot cliché verworden, maar ik blijf de gestoorde dokter een ongelofelijk boeiend thema vinden. Voornamelijk de vraag hoe het zover heeft kunnen komen, hoe een man zo geobsedeerd kan zijn van een idee dat het hem gek maakt.

Bioshock was een fenomenale beleving in een wereld die voor mij, voornamelijk door de sfeer, echt tot leven is gekomen. Ik vond er mijn interesses ruimschoots in terug en daarom roep ik Bioshock uit tot mijn game van het jaar.