Na een drietal legendarische dagen in New York was het al weer tijd om naar onze volgende stop te vertrekken. Inmiddels gewend aan de hectiek van de stad, wat te merken was aan de aanzienlijk gemakkelijkere wandeltocht tussen het hotel en het station dan op de heenweg, stapten we op de trein naar de hoofdstad van de Verenigde Staten, Washington DC.

Een kleine stap voor de mens

Eenmaal aangekomen op Union Station, het prachtige hoofdstation van Washington, kregen we van onze buschauffeur te horen dat het gebied waar ons motel lag behoorlijk onveilig kon zijn, een waarschuwing die we gezien het feit dat Washington ooit bekend stond als Murder Capital niet licht opnamen. En dat betekende dat we, in tegenstelling tot in Boston en New York, wat minder makkelijk de kroeg in konden duiken. Gelukkig was het motel waar we zaten keurig in orde en hadden we gratis Wifi, waardoor ook binnenblijven geen probleem was.

De volgende ochtend vetrokken we in de richting van The National Mall, het park waaraan alle belangrijke overheidsgebouwen van de Verenigde Staten zijn gevestigd. Omdat het echter regenachtig was en we de volgende dag alsnog de kans zouden krijgen om rond te lopen ging een groot deel van onze groep bij het Smithsonian National Air and Space musem naar binnen. Dit museum heeft een gigantische collectie aan vliegtuigen en memorabilia aan de ruimtevaart van de vorige eeuw. Zo stonden er vliegtuigen uit zowel de Eerste als Tweede Wereldoorlog, motoren van de Apollo raketten en zelfs enkele (non-functionele uiteraard) atoomraketten. Al met al een leuk museum om rond te lopen en een stukje fascinerende evolutie van techniek te bekijken. En ze hadden gek genoeg ook nog de grootste McDonalds van de VS.

National Crash Analysis Center

Die middag stond het eerste bedrijfsbezoek van Washington op het programma. We bezochten het National Crash Analysis Center, een op de George Washington University gevestigde onderzoeksgroep die zich bezig houdt met het analyseren en simuleren van autocrashes. Om dit te doen maken ze een dusdanig exact model van autos en hun losse onderdelen dat Gran Turismo er een lachtertje bij is. Met dit model kunnen vervolgens verschillende botsingen in een computersimulatie worden gemaakt, zodat het niet langer nodig is dit met echte auto’s te doen. Het nadeel van het National Crash Analysis Center is echter dat ze de 3d modellen niet binnenkrijgen van de autobedrijven, die de simulaties liever alleen binnenshuis uitvoeren, waardoor van iedere te analyseren auto een volledige 3d scan van ieder onderdeel gemaakt moet worden. Dat dit een ingewikkeld proces is blijkt wel uit de negen maanden die er per auto nodig is.

Een stuk vroeger dan gepland stonden we al weer buiten het Crash Analysis Center, waardoor er nog een halve middag over was. Gelukkig bleek er vlak bij de universiteit nog een dependance van het Smithsonian National Air and Space museum te zijn, alwaar de bus ons dan ook vrolijk naar toe vervoerde. De dependance van het museum zal de kijkers van Transformers 2: Revenge of the Fallen bekend voorkomen, want bij binnenkomst keken we meteen op het futuristisch ogende spionagevliegtuig de Blackbird. Dit gedeelte van het Smithsonian bestond uit een gigantische hangar met daarin tientallen zo niet honderden vliegtuigen. Zelfs de omstreden Joint Strike Fighter had zijn plekje in het museum. Mooise collectiestuk was echter de Enterprise, het prototype Spaceshuttle die helaas nooit buiten de dampkring heeft gevlogen.

In de Mall kun je niet winkelen

Zoals gezegd, de volgende dag was er eindelijk tijd om the National Mall, het centrum van de macht in de Verenigde Staten, goed te verkennen. De zon kwam af en toe door de wolken heen en ondanks een wat sterke wind op het uitgestrekte grasveld was het een prima dag om de lange afstanden te lopen. Dankzij het veelvuldig spelen van Fallout 3 wist ik zo waar redelijk de weg te vinden (zoals ook GTA IV verrassend goed helpt in New York) en dus bezochten we onder andere het Washington Monument, het Lincoln Memorial en het Witte Huis.

Helaas begon de tijd voor het volgende bedrijfsbezoek te dringen en aangezien we nog moesten lunchen stopten we na het Witte Huis in een echte mall, waardoor geen tijd meer was om naar het Capitool, waar het Senaat en het Huis van Afgevaardigden (respectievelijk de Eerste en Tweede Kamer van het land) gevestigd zijn. Al met al is het centrum van Washington een flinke wandeling waard, al worden alle Griekse en Romeinse invloeden in de bouwwerken op een gegeven moment ook wel vermoeiend.

In the Navy

De rest van de middag bezochten we het Naval Research Lab, het onderzoekslaboratorium van de Amerikaanse marine. Aangezien soldaten zo veel mogelijk voorbereid moeten worden op alle mogelijke oorlogssituaties stijgt de vraag naar vernieuwende trainingsmethoden waarbij niet alleen al deze methoden getraind kunnen worden, maar waar het ook makkelijker is om inzicht te hebben in hoe de soldaten hun taken uitvoeren. Voor tactisch inzicht is gamen natuurlijk een goede methode, maar de besturing van games zorgt er voor dat soldaten dingen net iets anders doen dan ze in de werkelijkheid zouden doen. Dergelijke negatieve training is heel gevaarlijk, want er ontstaat een reëel risico dat soldaten deze handelingen ook in het echt overnemen. Het Naval Research Lab besteed dan ook een deel van het budget aan het ontwikkelen van nieuwe manieren om shooters te besturen.

Een van de eerste prototypes die we zagen was een plastic M16 met daarop verschillende rode lichtjes en een stereoscopische virtual reality bril. Dankzij een positioneringsysteem kan en soldaat zo het wapen precies zo voor zich houden als in het echt, waarna een virtuele representatie exact hetzelfde op het scherm geprojecteerd wordt. Ik kreeg even de kans om het geheel te testen en had echt het gevoel dat ik exacte controle had over het wapen. Lopen werd echter nog voornamelijk gedaan met een joystick die op het wapen gemonteerd was, al was het mogelijk om de positionering van de soldaat in een grote gymzaal te meten. Beter voor het verplaatsen was allicht de Gator, een groot toestel waarmee een soldaat op de plek kan blijven lopen, waarbij bewegingssensoren het lopen meten. Hoewel Gator prima werkte zag het lopen er soms nog wat onnatuurlijk uit. Bovendien meet de machine geen exacte stappen waardoor bijvoorbeeld schuiven met de voet al genoeg is om te bewegen.

Voor gamers was de laatste demo, Pointman, ongetwijfeld de meest interessante. Een groot probleem van shooters gebruiken als trainingsmethode is namelijk de besturing. Zo leren we met onze besturing aan om te strafen en altijd te kijken in de richting waarin we lopen. Pointman bied, met behulp van een controller, camera en apparaat dat stappen aanstuurt een alternatief waarbij juist het scannen, het om je heen kijken tijdens het lopen, goed dient te werken. In de besturing dient de analoge stick die normaliter gebruikt wordt om de camera te besturen als de richting waarop het lichaam van de soldaat gedraait staat, zoals naar voren of achteren. De andere analogestick bepaalt in welke richting de avatar zich moet bewegen. Lopen wordt aangegeven met de voetpedalen terwijl de draaing van het hoofd aanstuurt op welk gedeelte van het scherm gericht wordt. De besturing leek te werken, al zullen wij traditionele gamers waarschijnlijk flink moeten oefenen om het onder de knie te krijgen. De besturing lijkt overigens gemaakt om met Kinect geïmplementeerd te worden, dus misschien is Point-Man wel de toekomst an de FPS besturing.

Capitool

De avond van onze laatste nacht in Washington viel al weer en met bier, vodka, pizza en het kaartspel Lunchmoney werd de avond met een grote groep in het motel besteed. De volgende ochtend hoefden we pas om een uur te verzamelen om richting het vliegveld te gaan (alwaar we op een vliegtuig naar Seattle zouden stappen) en dus was er een extra ochtend over om nog even Washington in te gaan. Aangezien ik het Capitool nog niet goed gezien had besloot ik hier heen te gaan.

Na een stevige wandeling van ongeveer een half uur was de ingang van het Capitool in zicht. Met nog een uur op de teller leek er nog genoeg tijd om even rond te kijken. Allereerst werd the Library of Congress aangedaan. Deze grootste bilbiotheek ter wereld is, zoals eigenlijk heel de hoofdstad, ingericht naar voorbeeld uit de Griekse en Romeinse oudheid. De oude leeszaal, die helaas alleen op verzoek bezocht kan worden maar waarover een uitzicht vanaf een balkon verkregen kon worden, is prachtig en ook het voorvertrek is vol met mooie beelden en wit marmer. Bovendien lag hier een exemplaar van de Gutenberg, het oudste gedrukte westerse boek. Met nog een half uur te gaan leek er nog tijd om naar de koepel van het Capitool te gaan, maar dit bleek alleen mogelijk met gids. En dus lieten we Washington achter zonder alles echt volledig gezien te hebben. De stad was, zeker na de cultuurshock die New York heette, eigenlijk een beetje een tegenvaller. Want naast de overheidsgebouwen lijkt er in DC vrij weinig te doen. Gelukkig kan ik alvast verklappen dat Seattle een stuk interessanter was, maar daarover later meer!

Gijs van Veen is naast redeacteur van Gamer.nl student Human Media Interaction aan de Universiteit Twente. Met een groep van 28 studenten bevindt hij zich momenteel in de Verenigde Staten om aldaar een twintigtal bedrijven en universiteiten te bezoeken. Meer weten? Ga naar www.pixel2010.nl of volg Gijs op Twitter via @Daeda88. Bekijk de rest van het verslag op http://www.gamer.nl/user/daeda/blog