Voor je verder leest willen we even heel duidelijk zijn over het cijfer. Dit geldt alleen voor spelers die inmiddels level 85 hebben bereikt en met smart wachten op nieuwe inhoud. Wie tot nu toe geen (of weinig) World of Warcraft heeft gespeeld, en dus nog ver weg is van level 85, mag rustig anderhalf punt van de beoordeling afhalen. Wie echt nu pas met WoW begint, kan Mists rustig in de winkel laten liggen.

Panda, panda, panda

Blizzard voegt deze keer een enkel nieuw ras toe, de Pandaren. Dit zijn (verrassing) de inmiddels beruchte antropomorfe panda’s. Het rondbuikige volkje heeft een voorliefde voor lekker eten, drinken en kungfu. Wat ons vooral plezierig verrast is dat de Pandaren een ontzettend interessant volk zijn. World of Warcraft is absoluut niet ‘kindvriendelijker’ gemaakt. De zwart-witte lobbesen zijn een stuk volwassener dan de Goblins. Om over de Gnomes maar te zwijgen.

De Pandaren vinden we terug op een klein eiland (dat eigenlijk een reuzenschildpad is), waar we kennis maken met hun cultuur en een verstoring van hun natuurlijke harmonie plaatsvindt. Het eiland (dat eigenlijk een reusachtige schildpad is) is geramd door een schip met aan boord Alliance-troepen en hun (inmiddels ontsnapte) Horde-gevangenen. De eerste tien, vijftien levels ontdekken we hoe deze onbedoelde invasie de Pandaren in het conflict tussen de twee facties betrekt. Aan het einde van de beginnersquests mogen we partij kiezen: Horde of Alliance. Dit is een onomkeerbare keuze (behalve dan als je Blizzard betaalt voor een ‘factietransfer’) en het is dus zaak om de kant te kiezen waar je vrienden ook spelen.

De hele introductie is prima gedaan en is meteen een showcase van Blizzards inmiddels indrukwekkende vaardigheid. Alle bekende technologische trucs worden ingezet. Van phasing tot cutscenes en zelfs gesproken dialogen. Als we echter een punt van kritiek hebben, is het dat de intro heel snel voorbij is. Het starterseiland is beeldschoon en we hadden het graag nog wat langer verkend. In plaats daarvan spendeerden we nooit meer dan een kwartiertje in een zone voor we door het verhaal verder werden gestuurd.

Uiteraard worden we na de introductie naadloos ‘geïntegreerd’ in de gewone World of Warcraft-wereld. Voor wie een Pandaren zijn allereerste kennismaking is met WoW, betekent dat dus dat zijn ‘uitbreidingscontent’ na twee uur is afgelopen. Tenzij die beginner de Monk class speelt, uiteraard. Die klasse is namelijk alleen toegankelijk voor MOP-eigenaren. De Monk is een zeer veelzijdig personagetype dat zich kan specialiseren in DPS (doet snel veel schade), Tank (houdt vijanden bezig zodat zijn vrienden deze kunnen uitschakelen) of genezer. Hoewel de vaardigheden hierdoor van panda tot panda sterk kunnen verschillen, is er wel een overkoepelend basisprincipe: chi.

De Monk heeft namelijk twee soorten aanvallen: klappen die chi opbouwen en vaardigheden die chi verbruiken. Hierdoor ontstaan allerlei combo’s waarbij de speler slim zijn aanvallen moet plannen. Gebruiken we dat kleine beetje chi voor een snelle aanval of bouwen we door voor een grotere klap later? Het hele principe doet heel erg denken aan de Champion-klasse in Lord of the Rings Online die op exact dezelfde manier opbouwende en ‘verbruikende’ aanvallen combineert. De Monk voelt gelukkig niet als een imitatie maar als een volwaardige en zeer prettig spelende klasse.

Pet Battles

Even teurg naar de vreemde angst voor ‘kindvriendelijkheid’: Blizzards tweede schok voor de ‘serieuze’ WoW-speler was de introductie van Pet Battles. Laten we hier verder geen doekjes om winden, Pet Battles zijn Pokémon. Maar dan beter, want we kunnen eindelijk online met onze getrainde ‘pets’. Aspirant-monsterverzamelaars kunnen zich melden bij een Battle Pet Trainer in bijvoorbeeld Orgrimmar of Stormwind. Hier begint meteen een reeks introductiequests die ons de fijne kneepjes van het monsters verzamelen bijbrengt.

Vanaf het moment dat we onze training starten, krijgen alle te vangen diertjes en kleine monstertjes in de wereld een speciaal icoon boven het hoofd, dat eventueel ook zichtbaar is in de minikaart. Om een gevecht met een monster te beginnen hoeven we er alleen maar in de buurt te zijn en er met de rechter muisknop op te klikken. Vervolgens verschuift het perspectief en verandert WoW in een turn-based strijdperk waar we onze eigen ‘huisdiertjes’ commando’s geven om zo de tegenstander te verslaan. Nogmaals, we hoeven hier niet superdiep op in te gaan, dit is simpelweg Pokémon en werkt precies zoals die Nintendo-klassieker.

Op het moment dat je sterkste monster level 5 behaalt, kun je een opstelling van drie minipets samenstellen en daarmee de strijd aangaan met medespelers. Hiervoor is een compleet matchmakingsysteem ontwikkeld, gelijk de Dungeon Finder. Als je een Pet Battle wilt starten, vindt het spel een gelijkwaardige tegenstander voor je en de pret kan beginnen. Overigens zijn Pet Battles ‘account wide’, wat wil zeggen dat je met elk personage kunt ‘pet battelen’. De voortgang zit hem immers in de sterkte van de door jou verzamelde pets.

Er zitten wel een paar haken en ogen aan Pet Battles. Het belangrijkste ‘probleem’ is dat monstertjes een level hebben dat gerelateerd is aan het level van het gebied waar ze in wonen. Eenvoudiger gezegd betekent dit dat diertjes in de beginnerszone misschien level 2 of 3 zijn, terwijl beestjes in Northrend al snel level 22 zijn. Als je als speler met een hoog level nu begint aan de Pet Battles, betekent dat dus, dat je weer alle starterszones door moet om je eigen pets te levelen en om nieuwe pets te verzamelen. Wij vonden dat persoonlijk geen groot probleem, het is een leuke reden om weer eens door oude gebieden te reizen. Maar wie ‘gewoon nu’ die battles wil doen, heeft dus een snelheidsdrempel om overheen te komen. Afgezien van die hindernis, die overigens ironisch genoeg symptomatisch is voor deze hele uitbreiding, zijn de Pet Battles een geweldige toevoeging en een spel op zichzelf. De Pokémon-MMO is werkelijkheid geworden. En hij is fantastisch.

Verhaal

Maar genoeg over onze nieuwe obsessie. Mists of Pandaria’s blikvanger is feitelijk het nieuwe continent. Pandaria is een schitterend vormgegeven gebied met de allerbeste quests die we tot nu toe in World of Warcraft hebben gezien. De verhalen beperken zich deze keer niet tot de questteksten, maar komen tot leven in talloze kleine tussenscènes. Zo lagen wij schaterlachend achter de PC tijdens een heuse ‘Rocky-stijl’ trainingsmontage. Andere gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld een neerstortend Horde-luchtschip, komen groots en meeslepend in beeld via volledige in-game scènes. Ja, Cataclysm deed ook al veel met het verhaal, maar Pandaria is werkelijk Blizzard op zijn best.

Je zou door al dat visuele spektakel bijna vergeten dat de daadwerkelijke quests eigenlijk niet wezenlijk zijn veranderd. Nog steeds moeten we acht keer X doden of zes keer Y verzamelen. Af en toe breekt het spel uit deze sleur door variaties te introduceren, zoals het moment dat we op de rug van een groot aapbeest mochten springen om vijanden mee plat te stampen.

Blizzard is hier een stuk terughoudender in dan in Cataclysm. Daar zaten veel meer ‘voertuigquests’ in. De makers hadden al aangekondigd dat ze minder van dergelijke gimmicks willen gebruiken. De reden hiervoor is dat het volgens hen leuker is als spelers een quest tot een goed einde brengen door hun personageklasse goed te gebruiken. Wij zijn het hier wel mee eens: ook de standaardquests zijn in MOP erg leuk om te doen.

Talents

Waar we helaas wat minder over te spreken zijn is de nieuwe Talent Tree. Waar we voorheen op traditionele wijze bijna elk level wel een talent point kregen om nieuwe vaardigheden mee te kiezen, krijgen alle WoW-spelers tegenwoordig om de 15 levels een keuze voorgeschoteld uit steeds drie nieuwe vaardigheden. Er is volgens Blizzard nooit een verkeerde keuze. Het is in feite eerder een voorkeur voor een bepaalde speelstijl. Zo kan een Priest bijvoorbeeld op level 15 kiezen tussen een kracht die nabije vijanden aan de grond nagelt, ze wegjaagt of hun geest overneemt. Alle drie zijn ze in dezelfde situatie handig, namelijk als de priester wordt aangevallen en tijd nodig heeft om deTtank te hulp te laten schieten. Maar de manier waarop is dus net even anders. Blizzard wil hiermee voorkomen dat mensen zich gedwongen voelen om een bepaalde opbouw te kiezen en meer spelen zoals ze dat zelf willen.

Op papier is dit een goed idee, maar in de praktijk vinden we de keuzes te ver uit elkaar liggen. En bovendien is het zo op het eerste gezicht niet altijd duidelijk hoe onze keuze onze speelstijl beïnvloedt. Dat zien we pas als we de nieuwe vaardigheid gebruiken. Ja, het is mogelijk de keuzes ongedaan te maken, maar er is nog steeds weinig ruimte om te experimenteren. Het netto resultaat is dat de keuzes triviaal voelen.

Mooi oud geworden

World of Warcraft is een acht jaar oud spel. En inderdaad loopt de game technisch achter. Rift en Guild Wars 2 vegen wat dat betreft de vloer aan met WoW. En zelfs Lord of the Rings Online (inmiddels ruim vijf jaar oud) weet met DirectX 11-ondersteuning Blizzards monstergame ver achter zich te laten. Maar nog steeds is World of Warcraft een genot om te zien. De tijdloze ‘tekenfilmstijl’ levert nog altijd mooie landschappen op. De animaties zijn, vooral bij de Pandaren en de monsters in de nieuwe gebieden, van Hollywood-kwaliteit. Er waren momenten dat we even stil bleven staan om de kleurrijke landschappen in Pandaria in ons op te nemen. Er zit zo veel persoonlijkheid in de game en het gevoel voor schaal is fantastisch.

Een bijkomend voordeel is dat de game als een zonnetje draait. Onze oude MSI GT627-laptop met 4 gig ram had geen enkele moeite met het draaien van de game, laat staan onze moderne testmachine: een AlienWare M17x R4, 8gb ram en solid state drive. Op die laatste was de framerate uiteraard het hoogst, maar het verschil tussen 60 en 100FPS merken wij echt niet. Onze oudste PC met 2 gig ram begon overigens wel te haperen in Pandaria, maar het spel was nog steeds prima speelbaar.

Pandaria heeft nog veel meer te bieden dan wij kunnen opsommen. Zo zijn er de Scenarios, waarbij spelers snel een groepsquest kunnen doen die heel erg lijkt op de Skirmishes in Lord of the Rings Online. Het zijn kleine stukjes gameplay waarbij iemand met weinig vrije tijd toch snel een leuke groepservaring uit kan halen. We zijn zelf nog niet diep in het nieuwe reputatiesysteem gedoken, waarbij spelers door middel van het kweken van groente zijn reputatie bij een bepaalde factie kan vergroten. Het klinkt misschien bizar, maar het is in elk geval al beter dan het eindeloos ‘grinden’ van reputatie via het doden van bepaalde monsters terwijl je de juiste tabbart draagt.

Maar hoe veel Pandaria ook goed doet en hoe geweldig de nieuwe quest zones ook zijn, we hebben sterk het gevoel dat de rek er wel een beetje uit is. Alsof de makers nu heel vaardig en met veel talent de essentie van hun spel laten zien, maar geen revolutionaire nieuwe stappen meer willen zetten. Hiermee is Mists of Pandaria een haast verplichte aanschaf voor trouwe fans die willen weten hoe het verhaal van Azeroth verder gaat, maar Pandaria is ook de eerste uitbreiding die blijkbaar niet bedoeld is om nieuwe zieltjes te winnen. Laat dat de pret echter niet drukken. De trouwe fans (ja ook diegene die Pandaren afdeden als ‘kinderachtig’) zullen smullen van deze zeer goede uitbreiding.