Het was een zware pil om de eens zo machtige Settlers-reeks ten onder te zien gaan aan een poging om de game te moderniseren. Vooral The Settlers VI illustreerde nog maar eens dat sommige reeksen beter onveranderd blijven. Of tenminste niet teveel aan vernieuwing doen zonder dat de ontwikkelaar eerst goed bedenkt wat het spel daadwerkelijk beter maakt. Maar, zoals wel vaker het geval is, moest de Duitse ontwikkelaar eerst de deksel op de neus krijgen voordat ze begrepen dat The Settlers gewoon The Settlers moet blijven.

Oude meesters

Naast de belangrijke lessen die Blue Byte ongetwijfeld heeft getrokken uit de twee voorgaande delen, heeft het bovendien wat extra’s gedaan om een klein succesje voor de reeks te garanderen. Niemand minder dan Bruce Shelley stond het ontwikkelteam met raad en daad bij om er voor te zorgen dat The Settlers 7: Paths to a Kingdom de oude gloriedagen doet herleven. Bruce Shelley was samen met Sid Meier verantwoordelijk voor de Civilization-reeks en hielp Ensemble Studios met de ontwikkeling van de Age of Empires-reeks. Kortom, je kunt het slechter treffen met je personeel.

Maar genoeg over de geweldige staat van dienst van Shelley. Tijd om The Settlers 7 aan de tand te voelen. Zodra je de game opstart valt de nieuwe, of beter gezegd: de oude stijl, direct op. De ietwat saaie, kleurloze poppetjes uit deel VI zijn verdwenen en daarvoor in de plaats krijgen we een paar vrolijke, kleurrijke settlers terug. De stijl valt nog het beste te omschrijven als Team Fortress 2 gekruist met de Efteling en past perfect bij de reeks. Met een beetje fantasie (of een kapotte videokaart) voelt het alsof we nooit zijn weggeweest sinds Settlers III.

Eenmaal in het spel word je getrakteerd op een schitterend decor vol met details. Denk hierbij aan stromende beekjes vol met vis, bossen die worden bewoond door allerlei dieren en grasvelden die nog groener lijken dan het gazon bij de buren. De dorpjes zelf bruisen van de activiteit en aan de kleding van de Settlers zelf, herken je direct wat zijn of haar beroep is. Volg zo’n Settler tot aan zijn huis en je kunt meteen zien hoe hij bijvoorbeeld zijn broodjes bakt . De juiste toon wordt door deze grafische pracht meteen gezet en belooft in ieder geval veel goeds voor de rest van het spel.

Eten en bouwen

The Settlers 7 is een stedenbouwer van het zuiverste soort en om van je nederzetting een bloeiende stad te maken, zul je flink aan de bak moeten. Zoals bij de meeste stedenbouwers komt het in de game aan op het zo vloeiend mogelijk laten lopen van alle (bouw)processen die nodig zijn in een florerende stad. En dat dit een behoorlijk zwaar karwei kan zijn, weten wij nu als geen ander.

Een van de belangrijkste behoeftes, zo niet dé belangrijkste behoefte, is het produceren van voedsel. Voedsel komt echter niet uit de lucht vallen en wordt allesbehalve automatisch gemaakt als je een supermarkt neerpoot. Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een slager die heerlijke worsten maakt. Maar de slager is weer geen jager. De jager levert vlees, maar om zijn jagershut te bouwen heb je hout en gereedschap nodig. Hout wordt op haar beurt geleverd door de houthakker, maar zonder zagerij heb je weinig aan zo’n halve boomstam. Alles staat dus in principe in verbinding met elkaar en mis je een belangrijke grondstof (zoals bijvoorbeeld gereedschap dat altijd nodig is om gebouwen te plaatsen) dan stort je economie zonder pardon in elkaar.

Bovendien kunnen de meeste grondstofbronnen ook uitgeput raken, waardoor je altijd op zoek gaat  naar de juiste balans tussen het verdelen van de grondstoffen en het gebruik daarvan. Je kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om je settlers te micromanagen en ze een bepaalde soort voedsel te geven (gewoon of luxe). Het voordeel hiervan is dat hoe beter de kwaliteit van het eten, hoe meer ze per keer produceren. Het nadeel is dat dit luxe voedsel ook ergens vandaan moet komen en je dus zeker wilt weten of je de constante vraag naar luxe artikelen kunt volhouden.

Verdieping

Maar Blue Byte zou Blue Byte niet zijn als toch niet zouden proberen om weer wat nieuws toe te voegen aan de bekende formule. Gelukkig pakt het deze keer een stuk beter uit dan twee jaar geleden. Zo is het niet meer nodig om overal losse gebouwen voor te plaatsen. Deze keer beschik je over zes basisgebouwen die allemaal drie aanbouwposities hebben. Een standaard woning kun je uitbreiden met een bakker of gereedschapsmaker, terwijl je een luxe woning kan verijken met een muntmakerij of een slager. Je bouwt dus naast woonruimte voor je inwoners direct de juiste productiefaciliteiten. Lekker makkelijk en bovendien een stuk overzichtelijker. Wat overigens ook gezegd mag worden voor de manier waarop je deze keer je wegen aan mag leggen. Fans weten hoeveel frustratie dit soms opleverde in voorgaande delen.

Een tweede nieuwigheidje is de toevoeging van Prestige Points. Met deze punten speel je belangrijke opties vrij, zoals de mogelijkheid om je kasteel te upgraden of om een kerk te bouwen waarin je belangrijke technologieën ontwikkelt.  Prestige-punten zijn dus belangrijk voor de overwinning. Om ze te verkrijgen hoef je echter opvallend weinig te doen. Door vijf Prestige-objecten te plaatsen (een standbeeld of iets dergelijks) stijg je al in rang en het inpalmen van een neutraal gebied levert je meestal ook een paar punten extra op. 

De meest opvallende nieuwe eigenschap is echter de manier waarop je een (multiplayer) potje winnend afsluit. Dit keer hoef je niet alleen maar te knokken om punten op de kaart, dit keer bepaal jij hoe je wint dankzij de nieuwe Victory Points. Voor ieder slagveld zijn een aantal punten te verdelen die op ieder moment door een speler geïnd mogen worden. Zo’n punt kun je halen door bijvoorbeeld de meeste soldaten te hebben, maar ook een voorsprong in technologie levert je vaak een Victory Point op. Daarnaast kent ieder speelveld ook specifieke opdrachten (denk hierbij aan het schenken van een bepaald aantal goederen) die punten opleveren. Door deze nieuwe aanpak mogen spelers zelf een speelstijl kiezen, bestaande uit de drie hoofdcategorieën: oorlog, handel en onderzoek. 

Nieuwe glorie

Fans van de reeks zullen deze aanpak zeker toejuichen, omdat de zeer beperkte manier van oorlog voeren in The Settlers zo langzamerhand wel een beetje saai begint te worden. Dat wil echter niet zeggen dat je geen oorlog gaat voeren in Settlers 7. Zij het met paard en zwaard of met gouden munten. Vooral wanneer een speler zijn laatste Victory Point binnenhaalt, ontaardt het spel al gauw in chaos. Na het laatste punt krijgen spelers namelijk drie minuten de tijd om alsnog een Victory Point af te pakken van de leider. En het zal duidelijk zijn dan het er dan niet zachtzinnig aan toe gaat.

De nieuwe eigenschappen, en dan met name de Victory Points, in ogenschouw nemend is The Settlers 7 vooral bedoeld voor online multiplayer of skirmish-potjes. Toch is de singleplayercampagne uitermate geschikt om bekend te raken met de game. The Settlers 7 is namelijk niet eenvoudig. Vooral online kan een verkeerde keuze in het gebruik van enkele schaarse grondstoffen rampzalige gevolgen hebben. Het kan lang duren voordat je een productieproces weer lopend hebt en ondertussen zijn je tegenstanders je al lang en breed voorbij gestormd op zowat alle gebieden.

Al met al is The Settlers 7 duidelijk vereenvoudigd en dat komt de gameplay alleen maar ten goede. Het is lang geleden dat we echt uren en uren aan ons beeldscherm gekluisterd zaten om een paar varkens te voeren en bomen om te kappen. De diepgang in deze game is lang niet zo groot als bijvoorbeeld bij de Caesar- of Anno-reeks, maar dat zou ook niet passen bij de algehele stijl van het spel. Bovendien krab je je tijdens een online potje regelmatig achter de oren vraag je jezelf af waarom je al dat goud hebt uitgegeven aan de verkeerde producten. Wat betreft de moeilijkheidsgraad zit het dus wel goed.

Wel jammer aan The Setttlers 7 is het ontbreken van een optie om in skirmish en in de offline campagne de tijd te versnellen. Soms zit je echt een half uur te wachten omdat je bijvoorbeeld veertig goudstukken moeten produceren. Bovendien is het handelsgedeelte een beetje te beperkt uitgewerkt. Je kunt in het begin voornamelijk goudstukken ruilen tegen goederen, terwijl het fijn was geweest als je in een vroeg stadium ook wat andere producten zou kunnen verhandelen. Maar bovenstaande is slechts een kleine smet op een verder uitstekend spel. The Settlers 7 is een sprong voorruit in de reeks en hoort bij iedere strategiefan in de kast te staan.