Het karakter van Italiaanse auto’s is een van de meest geliefde clichés in de autowereld. Je hoeft maar een aflevering van een zeker Brits autoprogramma te kijken om te weten dat vooral vroegere vierwielers uit de laars van Europa garant stonden voor evenveel genot als ellende. Genot in de vorm van het design, de klanken en de rijeigenschappen van bijvoorbeeld Alfa-Romeo’s en Ferrari’s; ellende wanneer ze onverklaarbare mankementen vertoonden, weigerden te starten of domweg uit elkaar vielen.

Het leukste is nog dat liefhebbers die klassieke wispelturigheid graag goedpraten met woorden als ‘emotie’ en ‘beleving.’ Terwijl je ook kunt stellen dat Italiaanse autobouwers hun prioriteiten gewoon niet helemaal op een rijtje hadden en kozen voor vorm, geluid en gevoel boven functie. Typisch genoeg komen we die gang van zaken ook tegen in Test Drive: Ferrari Racing Legends.

Slightly Mad Studios boog zich na Shift 2: Unleashed voor EA over de ontwikkeling van de door Atari uitgegeven Ferrari-game, en heeft daarvoor gebruikgemaakt van dezelfde engine. Vanaf je eerste meters met Ferrari Racing Legends is dat te merken aan de zeer vergelijkbare mix tussen simulatie en arcade. Inhoudelijk is het nu vanzelfsprekend alleen Ferrari dat de klok slaat, vergelijkbaar met een bepaalde Duitse concurrent in het nog altijd geliefde Need for Speed: Porsche 2000.

Testcoureur

De naam Test Drive lijkt puur voor zijn bekendheid op dit spel te zijn geplakt, al rijmt het spelprincipe wel met de opzet van die serie. In de eenvoudig opgezette campagnemodus werk je jezelf als testcoureur op binnen het Italiaanse automerk. Deze speelstand is onderverdeeld in drie verschillende periodes – zogenoemde ‘era’s’ – vanaf het ontstaan van Ferrari, waarin je van opdracht naar opdracht gaat. Soms draait het om het rijden van een race of enkele snelle rondes, andere keren moet je specifieker te werk gaan, bijvoorbeeld door zo snel mogelijk een bepaald aantal auto’s in te halen.

Jammer genoeg slaat de verveling al snel toe. In alle drie de era’s zit je veel te lang vast in dezelfde modellen – al zijn enkele andere scheurijzers gelijk al beschikbaar om losse races, tijdritten en online wedstrijden mee te rijden. Bovendien zijn de meeste opdrachten te eenvoudig en te lang van duur om te kunnen boeien, terwijl enkele andere klussen juist onmogelijk lijken. Alleen wie veel geduld heeft, komt uiteindelijk in het bezit van alle Ferrari’s en circuits.

Gelukkig maakt het rijden zelf veel goed. Liefhebbers van Shift 2: Unleashed zullen zich op hun gemak voelen met de besturing van de Ferrari’s door de eerder genoemde mix tussen arcade en simulatie. Het onderscheid tussen de oudere en nieuwere gemotoriseerde raspaarden is duidelijk merkbaar, evenals de nuanceverschillen tussen op elkaar lijkende en zelfs aan elkaar verwante modellen, zoals bij de Ferrari’s 348 en F355. Ook unieke karaktereigenschappen, bijvoorbeeld de vertraging in vermogensopbouw bij de met turbo’s uitgeruste Ferrari F40, zijn voelbaar. Knutselaars en sleutelaars worden trouwens teleurgesteld: afgezien van de lak is er niets aan de auto’s aan te passen.

Erfgoed

Terwijl een beetje racegame van nu minstens tientallen modellen van verschillende merken bevat, doet deze game het met dik vijftig Ferrari’s van alle tijden – de grootste Ferrari-collectie ooit in een videogame. Alleen echte Ferrari-nerds zullen enkele modellen missen. Net als de engine is ook de circuitselectie vrij gelijk aan die van Shift 2, met zowel oude als nieuwe configuraties diverse banen, evenals enkele nieuwe toevoegingen. Dat levert mooie combinaties op: weinig racegames geven je zo’n unieke kick als Test Drive: Ferrari Racing Legends, wanneer je een Formule 1-Ferrari uit vroegere tijden over de duivelse Nürburgring jaagt, of een Enzo aftrapt op het oude Imola.

Die krachtige beleving wordt mede mogelijk gemaakt door een prima beeld en geluid. Alle Ferrari’s ogen zowel vanbinnen als vanbuiten bijna net zo lustopwekkend als hun werkelijke tegenpolen, terwijl de begeleidende klanken – essentieel bij Ferrari’s – daar nog een flinke schep bovenop doen. Jammer genoeg benut het spel die audiovisuele kwaliteit niet volledig in de algemene presentatie: het introfilmpje maakt je niet écht lekker en de cameraposities van de herhalingen maken de game zelfs lelijker dan ‘ie eigenlijk is. De aankleding van de campaign blijft beperkt tot verhalende tekstjes en een camerafilter aan het begin van elke rit, die je visueel even terug in de tijd werpt.

Zo is Test Drive: Ferrari Racing Legends nog het meest te vergelijken met een échte Ferrari van weleer: het oogt prachtig, klinkt fenomenaal en rijdt heerlijk (mits je liefhebber bent), maar inhoudelijk schiet dit paradepaardje tekort. Sterker nog: wie geen zier geeft om ‘emotie’ of ‘beleving’ en liever een diepgaande racegame speelt, mag gerust een puntje van bovenstaande score aftrekken. Maar dan ben je ongetwijfeld ook geen liefhebber van oude Italiaanse auto’s.