De originele Splatterhouse deed behoorlijk wat stof opwaaien toen het eind jaren '80 verscheen in de arcadehallen. In de beat 'em up, een regelrechte hommage aan horrorfilms als Halloween en Friday The 13th, vloeide het bloed op z'n zachtst gezegd rijkelijk. Het was de eerste game in zijn soort die een leeftijdsadvies voor ouders meekreeg. Nu, ruim 22 jaar later, komt Namco met een remake die zijn 18+ classificatie meer dan verdient. Alleen maken overmatig bloed en rondvliegende ledematen nog geen goede game.

In Splatterhouse kruip je in de huid van de tiener Rick die zijn vriendin Jennifer moet redden uit de klauwen van slechterik Dr. West. Deze heeft zitten experimenteren met gemuteerde wezens, genaamd The Corrupted, maar wil bovenal een einde maken aan het leven op aarde. Rick probeert dit te voorkomen, maar faalt en ligt binnen de kortste keren dood te gaan in een plas van zijn eigen bloed. Dan wordt hij toegesproken door een mysterieus masker, dat hem wilt helpen om zijn vriendin terug te krijgen en Dr. West te verslaan. Wanneer Rick het masker op zet verandert hij in een breed gespierde mutant met vlijmscherpe klauwen. Beat ‘em ups staan nu niet bekend om hun sterke verhalen en dat is bij Splatterhouse niet anders. Het verhaal is clichématig, maar dringt zich ook op. De tussenfilmpjes zijn frequent en je wordt constant toegesproken door het masker, wiens stemacteur nét wat teveel moeite doet om stoer en gevat over te komen.

Bijltjesdag

Gelukkig ligt de nadruk in Splatterhouse op hakken, hakken en nog eens hakken. Rick heeft een aantal basisaanvallen tot zijn beschikking, die je gaandeweg kunt uitbreiden met bijvoorbeeld een American Football-achtige ramaanval. Hij kan zijn vuisten gebruiken, tegenstanders vastpakken en op een staak spiesen en heeft een zwaardere aanval die hij kan opladen voor nog meer schade. Daarnaast zijn er wapens als een kettingzaag en uitbeenmes en kun je afgehakte ledematen van jezelf en vijanden gebruiken in de strijd. Je kunt een aantal simpele combo’s maken door de schouderknoppen te gebruiken, hoewel het rammen op de standaard aanvalsknop vaak afdoende is. Wat dat betreft blijft Splatterhouse dicht bij zijn buttonmash­-roots, met kramp in je duim als gevolg. Het is dan ook, ondanks de drie klassieke games die vrij te spelen zijn, geen spel dat je langer dan een uurtje achter elkaar zult spelen.

Wat Splatterhouse onderscheidt zijn de vele liters bloed die vloeien. Het rode goedje staat centraal in de game, want hoe meer groteske volgelingen van Dr. West je verslaat, des te sneller het bloedbalkje boven in beeld gevuld wordt. Heeft een zombieachtig wezen aan je vlees geknabbeld of ben je een van je ledematen kwijtgeraakt, dan kun je hiermee jezelf genezen. Is het balkje helemaal gevuld, dan activeer je de Beserk-modus. In Beserk ben je tijdelijk bijna onkwetsbaar en hak je vijanden in één keer doormidden. Dit is dus de beste manier om af te rekenen met een kamer vol gemuteerd gespuis. Daarnaast kun je verzwakte vijanden de doodsteek toebrengen door een finishing-move, waarbij je de juiste knoppen op het juiste moment moet indrukken om bijvoorbeeld de kop van een vijand eraf te rukken. Het geheel wordt, ondanks de cartooneske stijl, overtuigend in beeld gebracht en zal je dorst naar bloed zeker stillen.

Op herhaling

De levelstructuur in de game is helaas behoorlijk lineair en herhalend van opzet. Rick rent van gebiedje naar gebiedje om af te rekenen met grote golven gemuteerde wezens, genaamd The Corrupted. Het gros van de tijd gebruik je maar een á twee knoppen om je bloedbalkje op te vullen, zodat je sneller het volgende gebied kunt bereiken. Zo nu en dan zijn er platformlevels – een knipoog naar de originele Splatterhouse-games – maar de besturing hierbij leent zich slecht voor het maken van precieze bewegingen en sprongen. Vaak blijven de meest indrukwekkende gedeelten, zoals een grote sprong van een gebouw, wederom beperkt tot het drukken op een knop. Tel daarbij de flauwe boobytraps op en de platformlevels worden een frustrerende aangelegenheid.

De eindbaas-gevechten zijn vermakelijker om te spelen, vooral door de schaal van de tegenstanders die je voor je kiezen krijgt. Zo moet je een metershoge slang verslaan in een ineenstortend herenhuis en krijg je bezoek van een figuur dat nog het meeste wegheeft van Leatherface uit de film The Texas Chainsaw Massacre. De gevechten zijn visueel spectaculair, maar vallen eveneens in herhaling door de voorspelbare patronen van de eindbazen en de royaal aanwezige quick-time-events. Al deze elementen geven de game een behoorlijk gedateerd gevoel.

Splatterhouse heeft zijn momenten, bijvoorbeeld wanneer je met je eigen bloeddoordrenkte arm één van The Corrupted te lijf gaat. Maar uiteindelijk worden deze momenten overschaduwd door de eendimensionale levelstructuur, frustrerende platformelementen en het feit dat het knokken erg snel in herhaling valt. Van deze beat 'em up gaat ons het bloed dan ook niet sneller stromen.