Soul Calibur is, samen met Virtua Fighter 4, nog steeds het best uitgewerkte vechtspel ooit. Toch konden destijds maar weinig mensen van de pure klasse van deze game genieten, gezien de game enkel op de Dreamcast is uitgebracht. Nu is er een kleine vier jaar later eindelijk de opvolger welke poogt voort te borduren op de kracht van zijn illustere voorganger. Is Namco hierin geslaagd en kunnen daardoor nu ook de vele PS2, Gamecube en Xbox gamers van deze game genieten, of is dit tweede deel slechts een slap aftreksel van de ervaring die Dreamcast gamers zoveel jaar geleden nog hadden mogen ervaren? Deze review zal je daar meer duidelijkheid over scheppen.

De grote kracht van Soul Calibur is zijn fighting engine die de speler zeer veel vrijheid en flexibiliteit biedt. De engine laat je volledig vrij om welke kant dan ook uit te lopen. Vergeleken met de meeste andere fighting games zal dit een hele verademing zijn voor spelers die niet meer gewend zijn dan krampachtig te kunnen sidesteppen. Naast deze grote bewegingsvrijheid, is de game vooral ook heel snel. Gevechten in games als Tekken, Bloody Roar of Mortal Kombat zijn niet meer dan vriendschappelijke oefenpotjes vergeleken met dit. Ook dat zal voor veel mensen eerst wel even wennen zijn, omdat het zeer veel vraagt van je reactievermogen. Bovendien betekent deze hogere snelheid vaak ook aanzienlijk kortere gevechten waarbij het na een seconde of vijf al voorbij kan zijn.

Naast de hoge snelheid en de grote bewegingsvrijheid, is de engine ook doorspekt met de nodige special features, zoals aanvallen en combo's die uit kunnen worden gevoerd via een muur (wall attacks), de mogelijkheid om je tegenstander tijdelijk te versuffen (Guard Impact), een verdediging te doorbreken (Guard Break), verschillende aanvalsmodi per character (stances) en een groot scala aan combo's, worpen en special attacks per character die, afhankelijk van hoe de vechters ten opzichte van elkaar gepositioneerd zijn, uitgevoerd kunnen worden. Ten slotte is de game (mocht je dat nog niet geheel duidelijk zijn) volledig gebaseerd op weapon based fighting. Elke character in de game heeft zo zijn eigen uniek wapentype waarmee hij of zij vecht. Binnen elk wapentype heeft een character de keus uit een kleine twaalf verschillende wapens die elk zo hun eigen voor- en nadelen hebben. Zo heeft het ene wapen een langer bereik, zal een ander wapen beter zijn in het blocken van aanvallen en zullen er ook wapens zijn met een lagere aanvalskracht of bijvoorbeeld een zwakkere Guard Break.

Het mag dus inmiddels al wel duidelijk zijn dat een nieuweling of buttonmasher het niet zo gemakkelijk zal winnen van een ervaren speler die zich al in enkele characters verdiept heeft. Je kunt echt heel goed in deze game worden, wat je daarbij constant naar nieuwe uitdagingen en tegenstanders doet zoeken. Dit is dan ook de grootste kracht van de game. De game is zeer toegankelijk voor nieuwelingen en de leercurve is daarbij zeker niet te stijl, maar ook een echte fighting game fanaat zal zijn vecht skills in deze game weer een stuk verder uit kunnen breiden en perfectioneren, zonder het risico te lopen het af te leggen tegen die eerder genoemde nieuwelingen.

In een game als deze kan het vaak een waar genot zijn om twee goed getrainde spelers tegen elkaar te zien vechten. Omdat ze zo bedreven zijn in het dodgen en blocken van attacks en ze steeds proberen op het juiste moment de beste moves en combo's toe te passen, kunnen zulke gevechten vaak erg lang duren waarbij pas op het laatst duidelijk wordt wie heeft gewonnen. Wat hierin ook heel erg meespeelt, zijn de ring-outs. In veel fighting games van tegenwoordig zijn ring-outs al een afschreven onderdeel binnen de gameplay, maar Soul Calibur past ze nog steeds toe. Ook dit zorgt samen met de al eerder genoemde elementen voor heel wat spanning en vereiste skills. Het zal je zeker meer dan eens gebeuren dat een tegenstander met nog maar een paar cm aan health op zijn levensbalk, alsnog met een paar subtiele moves helemaal terug kan komen tegen jouw nog volledig ongehavende character, om dan alsnog te winnen.