In het Real Time Strategy-landschap zijn verschillende grote koninkrijken. Command & Conquer, Warcraft, Starcraft, Total Annihilation, Total War en Age of Empires behoren allemaal tot de grootste titels binnen het Real Time Strategy-genre. De zevende in dit lijstje ligt wat minder voor de hand. De Seven Kingdoms-serie was graag die zevende geweest. Alleen kunnen wij jullie zeven redenen geven waarom dit met het nieuwste deel, Seven Kingdoms: Conquest, niet het geval is.

1) De zeven koninkrijken, waar de game naar is vernoemd, stellen eigenlijk helemaal niets voor. Ten eerste is er helemaal geen sprake van zeven verschillende koninkrijken, of van de duizenden jaren waarin zij tegen elkaar vechten, waar in de beschrijving van de game over gerept wordt. Hoewel er op papier meer dan zeven partijen zijn, valt het allemaal reuze tegen. Je kunt spelen als mensen of als demonen, wat een onverwachte sprong is ten opzichte van eerdere Seven Kingdom-games. De menselijke partijen bestaan uit zes verschillende periodes, met ieder ongeveer drie partijen. Maar hoewel iedere tijdsperiode er grafisch anders uit ziet, verschillen de partijen eigenlijk amper van elkaar. Iedere partij heeft ongeveer dezelfde eenheden en enkel een paar kleine verschilletjes moeten ze van elkaar onderscheiden.

2) De game ziet er grafisch enorm gedateerd uit. Als deze game vijf jaar geleden was uitgebracht dan hadden we waarschijnlijk al moeten opmerken dat het grafisch niet een van de beste games is, maar nu is het  ronduit lelijk. Aangezien de grafische stijl ook niet bepaald speciaal is verdient de game niet echt vergevingsgezindheid. Animaties zijn suf en gedateerd en textures zijn enorm laag van resolutie. Al met al is de game niet echt een pretje om naar te kijken, al moet toegegeven worden dat de demonen soms redelijk leuke vormgeving hebben en er ook echt demonisch uit zien.

3) De geluidseffecten zijn al net zo gedateerd als de graphics. De zwaarden die slaan tegen een vijand of gebouw klinken nep en ook de stembanden van de soldaten blijven onberoerd. De muziek is niet vervelend, maar laat ook geen blijvende indruk achter. Al met al is de game noch een genot voor het oog noch voor het oor.

4) De strategie in de game lijkt aanvankelijk diep, maar dit valt behoorlijk tegen. De Seven Kingdoms serie stond altijd bekend als enorm diepgaande RTS-serie, maar in Conquest is hier nog maar weinig van te merken. Vooral in hete economische aspect komt dit goed naar voren. Door het bouwen van goudmijnen en boerderijen wordt automatisch goud en voedsel gegenereerd (bij demonen heten deze anders, maar de uitwerking is hetzelfde) zodat je als speler eigenlijk alleen maar hoeft te richten op het vechten. Dit zou geen probleem zijn als dit echt vermakelijk was uitgewerkt, maar dat is niet het geval. Wel leuk is het gebruik van reputatie, dat je vergaart door succes op het slagveld. Deze reputatie kun je gebruiken om je eenheden te laten promoveren, zodat ze beter kunnen vechten, of je kunt het opsparen om speciale eenheden en aanvallen te kopen. Maar verder is het vechten meer gebaseerd op kans dan op strategie, en dat is geen goede eigenschap. Aan het bouwen kunnen we overigens een heel vijfde punt wijden.

5) Het bouwen van een basis is echt enorm saai, al zit ook hier een leuk element. Bouwen is niet meer dan het plaatsen van een gebouw in de buurt van je hoofdstad. Je kunt bij een grote stad zes gebouwen plaatsen en bij een kleine plaats de helft. Bij iedere stad kun je een aantal mijnen en boerderijen plaatsen en om meer bouwruimte te verkrijgen zul je dus steden op de kaart moeten veroveren. Dat kan op verschillende manieren, namelijk met oorlog en diplomatie. Bij diplomatie koop je in feite de stad door een aantal diplomaten de stad in te sturen en bij oorlog dien je slechts de stad te vernietigen. Aangezien dit laatste de snelste en vaak ook goedkoopste optie is zul je hier al snel op terugvallen, en dit brengt ook het probleem met het op zich leuke bouw systeem, namelijk dat het uiteindelijk weinig verschil maakt en meer tot last is dan dat het leidt tot vermaak.

6) De singleplayercampagne is behoorlijk saai. Vrijwel alle missies bestaan uit het afslachten van alle vijanden. Daarnaast kun je ook tegen de computer vechten in een skirmish-mode, maar er zijn maar heel weinig kaarten om op te vechten en aan de kaarten zelf is weinig te veranderen. Hoewel je met de meegeleverde map editor zelf je eigen kaarten kunt ontwerpen betwijfelen we of je hier je tijd in wilt steken. Tot slot kun je het spel ook nog online spelen, maar het grootste probleem hierbij is dat je het ip-adres van je tegenstander moet weten, want de game levert geen mogelijkheden op om willekeurige spelers te vinden.

7) Het spel zit vol met vervelende bugs. Zo was het onmogelijk de tutorial uit te spelen, omdat onze soldaten niet verder konden lopen. Ook zijn er veelgehoorde klachten over het niet kunnen installeren van het spel en het regelmatig crashen, al hebben wij hier relatief weinig last van gehad.