Ik zal het gelijk maar eerlijk zeggen: ik ben niet erg goed in Rising Storm. Het vereist een manier van spelen die ik totaal verleerd ben nadat ik me in 2011 door Red Orchestra 2 heen worstelde. In een realistische setting waar elke kogel dodelijk is, kun je niet als een Rambo op je vijanden afrennen, zoals ik gewend ben te doen. Nee, Red Orchestra draait om het uitdenken van je acties, het organiseren van je team en het op tactische wijze overmeesteren van je vijand. En als ik ergens geen geduld voor heb, dan is het tactiek.

Dat ik niet de enige ben met dit soort concentratieproblemen, heeft ontwikkelaar Tripwire zelf ook gemerkt. Toen een groep Call of Duty-spelers op bezoek kwam om hun game uit te testen, vielen ze van de ene teleurstelling in de andere. De opgeschoten jeugd kon niet overweg met het realisme van Red Orchestra: waarom loop je niet vloeiend, waarom schiet je niet in één keer raak, waarom ben ik meteen dood? Tripwire gaat zelfs zo ver om te zeggen dat een generatie FPS-spelers is verpest door Call of Duty. Ze willen niks anders meer.

De knop moet om

Zo wil ik natuurlijk niet zijn, en dus zet ik de knop om. Ik besluit om niet meer als een adrenalinejunkie van de ene ontploffing naar de ander te rennen, maar mijn tijd te nemen om mijn plannen uit te stippelen. Die ervaring begint vol frustratie. Na twee minuten door de bosjes te hebben geslopen, op zoek naar een opening om de Amerikaanse basis binnen te vallen, word ik zonder pardon geraakt door een sniper. Dood. Ik ram uit woede op mijn keyboard. Hoe kon hij mij nou zien?

Ik herpak mezelf en besluit het nog een keer te proberen. Ik jaag de kat van mijn schoot, dit is niet de tijd voor afleidingen. Concentratie is vereist. Dit keer volg ik een groepje mede-Japanners door een moeras, op weg naar het fort dat wij in handen moeten zien te krijgen. Van een afstandje zien we hoe een aantal van onze collega's blindelings afstormen op hun doelwit. Een voor een leggen ze het loodje, slachtoffers van het machinegeweer dat in een geul staat opgesteld. “Now!” hoor ik ineens uit mijn boxen. Mijn groepje opent vanuit de bossen het vuur op de Amerikaan, terwijl hij zijn geweer probeert te herladen. Dan vallen we het fort binnen en ontdoen we elke kamer van Amerikaans gespuis. Aha, zo werkt dat dus. Misschien moet ik toch maar eens mijn headsetje op doen.

Je collega's zijn je beste vrienden

Op dit soort momenten biedt Rising Storm een bijzondere ervaring. Als het lukt om met een groep een perfect uitgedokterde operatie uit te voeren, voel je je de koning te rijk. Maar ook als je in je eentje vanaf een dak een gebouw aan het verdedigen bent, is elke kill belangrijk. Uit eerdere ervaringen weet ik dat als ik die ene soldaat voorbij laat gaan, hij een gat in onze defensie kan slaan. Die ene kill kan daardoor wel eens het verschil tussen winst en verlies betekenen.

Er moet wel gelijk bij worden gezegd dat je deze heerlijke ervaringen niet ieder potje tegenkomt. Als het spel werkt, dan werkt het goed. Maar heb je een leider die niet op zit te letten of zijn troepen niet goed aanstuurt, dan daalt het plezier gelijk. Als de soldaten niet worden georganiseerd, dan rent iedereen maar willekeurig in het rond, en wordt het veroveren van de doelen wel erg moeilijk. Gelukkig kent Red Orchestra een community die veel om de game geeft, en dus speel je vaker wel dan niet met een leider die echt zijn best doet om te winnen.

Banzai!

Waar Rising Storm echt in uitblinkt, is de balans. Het was maar al te makkelijk geweest voor Tripwire om de Amerikanen en de Japanners allebei hetzelfde wapenarsenaal te geven. De ontwikkelaar wil echter een historisch accurate game, en dus hebben de Amerikaanse troepen wat sterker geschut meegekregen. Om dat te balanceren kunnen Japanners weer speciale acties uitvoeren, zoals een Banzai-aanval. De troepen komen dan uit alle hoeken en gaten om met hun messen de vijanden terug te dringen. Mits goed uitgevoerd kan zo'n aanval de strijd doen kantelen.

Wat de balans ook ten goede komt, is de beperking in de te kiezen rollen die Tripwire je oplegt. Per map kunnen er bijvoorbeeld maar één of twee snipers of flamethrowers actief zijn. Dat voorkomt dat de strijd uitmondt in een sniperfestijn, zoals in het origineel nog wel eens het geval was. Ook de maps zijn van uitstekende kwaliteit. Elke locatie voelt verschillend aan: doordat je afwisselend in een jungle of een moeras vecht en de andere keer een berg moet bestormen, gaat de game niet snel vervelen. Hier zien we de meerwaarde van het samenwerken met de modding community.

Ik ben niet goed

Natuurlijk zijn er dingen op de game aan te merken. Grafisch ziet het er niet altijd even verzorgd uit. Vooral de soldaten zelf hadden nog wel wat aandacht kunnen gebruiken. Ook zijn er technische onvolkomenheden te bespeuren, zoals clipping of een coversysteem dat niet altijd meewerkt. Bovendien is er niet veel keuze qua modi: met het verdedigen en aanvallen van bepaalde locaties heb je de hoofdmoot wel weer gehad.

Ik ben er nog steeds niet erg goed in en het zal nog veel tijd kosten om deze game echt te beheersen. Maar zelf als een amateursoldaat is dat een enerverende ervaring.