In de bioscoop zorgen tienerhorrorfilms al jaren voor een constante stroom geld. Verrassend genoeg zijn er echter maar weinig games die eenzelfde concept ter hand nemen. Obscure deed een paar jaar geleden een poging. Blijkbaar was dat voor uitgever Playlogic succesvol genoeg om met een vervolg te komen, dat verscheen voor PlayStation 2 en Nintendo Wii. Dit deel is nu als Obscure: The Aftermath voor de PlayStation Portable uitgebracht.

Het verhaal van Obscure: The Aftermath speelt zich enkele jaren na het eerste deel af. De overlevenden zitten inmiddels op de universiteit. Daar gebeuren mysterieuze dingen. De studenten hebben een plant gevonden die thee erg lekker laat smaken. Het blijkt een virus te zijn, dat zich verspreidt via onbeschermde seks. Aangezien ze op een doorsnee Amerikaanse campus blijkbaar een stel konijnen zijn, grijpt het virus razendsnel om zich heen en verandert iedereen in een monster. De groep overlevenden ziet het als hun taak om tot de wortel van dit kwaad te komen en het uit te roeien.

Net als bij een gemiddelde tienerhorrorfilm biedt deze game veel foute oneliners en stereotiepe, eendimensionale personages. Zo bestaat de groep onder andere uit een dom blondje met grote borsten, een blowende skater en de populaire aanvoerder van het footballteam. Tijdens het spelen neem je telkens twee personages onder je hoede, waartussen je op elk moment kunt wisselen. In het begin wordt bepaald met wie je kunt spelen, maar naarmate je wat verder gevorderd bent in het verhaal, kun je zelf kiezen met welke twee mensen je op pad wilt. Doordat iedereen zijn eigen specialiteit heeft, kan dat soms nog wel vervelend zijn. Wanneer je bijvoorbeeld de krachtpatser en de atleet van het stel kiest, kan het voorkomen dat je eigenlijk iemand nodig hebt die computers kan hacken of sloten open kan krijgen. Hierdoor moet je regelmatig terug lopen naar het verzamelpunt om van personage te wisselen.

Na zonneschijn komt regen

Het eerste wat opvalt aan Obscure: The Aftermath is het positieve gedeelte. Zo ziet de game er goed uit. De grafische kwaliteit is vergelijkbaar met de PlayStation 2-versie van twee jaar geleden. Daarnaast is het geluid erg goed verzorgd. De muziek en geluidseffecten zijn altijd belangrijke componenten die bijdragen aan de sfeer van een horrorgame. Het orkest en het koor versterken elk spanningsmoment, elke emotie. De muziek tilt de game naar een hoger niveau zonder dat de rest van het spel zich daarmee weet te meten.

Het actiegedeelte steekt redelijk goed in elkaar. In de spelwereld liggen verscheidene wapens verspreid, variërend van pistolen en knuppels tot tasers. De krachtigere wapens liggen over het algemeen wat beter verstopt, waardoor je toch echt wel je best moet doen om een mooie verzameling wapens aan te leggen. Je kunt maximaal vier wapens tegelijk met je meenemen, die je aan de vier richtingstoetsen kunt toewijzen. Wanneer je oog in oog komt te staan met een monster richt je automatisch door de rechter trigger ingedrukt te houden, waardoor het mikken vrij soepel gaat.

Vervolgens vallen hoofdzakelijk de mindere punten van de game op. Vooral het camerawerk werkt op de zenuwen. Deze zwermt continu als een paparazzo rond het gezicht van je personage, terwijl je hem ergens heen probeert te sturen. Het levert goedkope schrikmomenten op wanneer er bijvoorbeeld opeens een groot monster voor je neus staat als je een hoek omloopt, maar dit is geen goede zaak. Het is namelijk eerder het gevolg van slecht camerawerk dan van goed design.

Daarnaast is het spel nergens echt moeilijk of uitdagend. Je moet regelmatig objecten zoeken om verder te komen in het verhaal, maar doordat de omgevingen compact en afgebakend zijn, heb je het doel vaak zonder al teveel inspanning bereikt. Mocht je toch onverwachts problemen hebben met het oplossen van een puzzel, dan kun je altijd nog de hulp inroepen van een vriend, die op elk moment mee kan spelen. Hij neemt dan de rol van je computergestuurde partner over. Zorg dan wel dat je een vriend in de buurt hebt, want online hulp vinden lukte ons niet.