Een decennium geleden maakte Medal of Honor: Allied Assault furore door de strandlanding op Omaha Beach op weergaloze wijze speelbaar te maken. In de nieuwste Medal of Honor-game is het niet een strandlanding, maar een parachutelanding waarmee men indruk probeert te maken. Bungelend aan je parachute bepaal je zelf waar je de missie begint, wat in theorie compleet non-lineaire gameplay oplevert. Of dit statement waargemaakt wordt is echter nog maar de vraag.

Feit is wel dat de Medal of Honor-reeks wat vernieuwing kan gebruiken. Het laatste consoledeel Vanguard, door ons met de grond gelijk gemaakt voor zowel de PlayStation 2 als Wii, laat geen zoete herinnering achter en eigenlijk hebben bijna alle Medal of Honor-games voortgeborduurd op het concept van Allied Assault. En dan is er dus nu de parachutesprong, op papier een prachtige oplossing om het voorgeprogrammeerde idee dat aan Tweede Wereldoorlog shooters kleeft te omzeilen.

De parachutesprong zelf is erg tof uitgewerkt. Je springt samen met je kameraden één voor één het vliegtuig uit en kunt vervolgens geheel zelf bepalen waar je landt. Er zijn per speelwereld een aantal 'save zones' die met groene rook aangegeven worden. In deze gebieden kun je veilig landen en zal er niet gelijk een nazi klaarstaan om je terug de hemel in te sturen. Het wordt echter leuker wanneer je er voor kiest om niet in de veilige gebieden, maar juist op extravagante plekken te landen. Denk bijvoorbeeld aan het dak van een kerktoren of bovenop een ander hoog gebouw. Dit soort plekken bieden gelijk behoorlijk wat tactisch voordeel, omdat je vanaf een helikopterpositie de vijanden achter elkaar af kunt knallen.

Hier komt echter direct een groot probleem, en nadeel van de game zelf, om de hoek kijken. Het probleem is de actie die in Medal of Honor: Airborne van jou als speler verwacht wordt. Je kunt niet bovenin de kerktoren blijven hangen en alle vijanden afschieten, want zonder dat jij iets uitvoert blijven de vijanden maar aangevuld worden. De game vraagt aan de speler om dichter bij zijn doelen te komen en pas als jij een bepaald punt bereikt, volgen je medespelers. Dit is naar, want soms zit jij in een onfortuinlijke situatie en zou het handiger zijn als je medesoldaten ten aanval zouden trekken. Dit doen ze dan ook wel, maar nooit met succes. Het succes in de game hangt volledig van jou af. Zo kan het soms slim zijn om gewoon een paar honderd meter naar voren te rennen om een bepaald punt te bereiken, waarna de overige soldaten volgen.

Dit rennen is overigens ook niet helemaal handig in de besturing verwerkt. Je kunt door het linker pookje ingedrukt te houden rennen, maar als je vervolgens het pookje ook een kant op wil duwen, conflicteert dit. En dat terwijl de LB-knop op de Xbox 360 gewoon vrij is. Een klein puntje van kritiek, maar in de van-dekking-naar-dekking gameplay van de game wel vrij vervelend.

Het vijandelijk gespuis is in Medal of Honor: Airborne op een aantrekkelijke wijze aanwezig. De vijanden zijn niet heel slim, maar zijn wel agressief en aanvallend ingesteld. Ze nemen je onder vuur, gooien granaten je kant op en rossen er flink op los met hun wapen. Je moet daarom ook meer dan je verwacht bij een Medal of Honor-game dekking zoeken en echt wachten op het goede moment om de aanval in te zetten.

Hoe je aanvalt is tevens afhankelijk van het geschut dat je voor handen hebt. Aan het begin van iedere missie kun je zelf je wapens kiezen. Naarmate je een wapen meer gebruikt krijg je ook meer ervaring met het ijzer. Dit wordt gesymboliseerd door drie RPG-achtige niveaus. Wanneer je 'levelt' met een wapen krijg je extra voordeel, zoals sneller kunnen herladen of accurater kunnen schieten. Het systeem is in principe best leuk, maar voegt echter geen geheel nieuwe dimensie aan de game toe.

Eén van de grootste visuele nadelen van Medal of Honor: Airborne is de mate waarin de speelwereld kapot kan. Of beter gezegd: niet kapot kan. Want zelfs het kleinste object dat boven op een tafeltje staat is niet aan diggelen te krijgen. Hetzelfde geldt voor de plekken waar je dekking zoekt. Of je nu achter een broos stukje hout of achter een solide stenen muur staat, het maakt geen mallemoer uit. Anno 2007 niet echt iets om over naar huis te schrijven.

Over het algemeen ziet Medal of Honor Airborne er echter helemaal niet slecht uit. De lichteffecten zijn fraai uitgewerkt en de speelwerelden zitten architectonisch ook mooi in elkaar. Met name de missie in de Italiaanse ruïnes, waar je 's nachts in een enkel met bouwlampen verlichte omgeving de nazi's omver mag leggen, en Operation Market Garden in het Hollandsche Nijmegen zien er sfeervol en gaaf uit.

De slotsom voor Medal of Honor: Airborne is geen unaniem positief gevoel. De game is leuk, dat zeker, maar voegt niet hetgeen toe aan de serie waarop we vooraf gehoopt hadden. Hoewel je missies niet in dezelfde volgorde qua missiedoelen af hoeft te werken, vervalt de gameplay toch al snel weer in het gangetje-in-gangetje-uit geknal. Want eenmaal op de grond is vrijheid minimaal en word je meestal op één manier naar je volgende doel geleid. Hoe groot je vrijheid met de parachutesprong dan ook is, het heeft geen verregaande impact op de gameplay. Die is nog steeds gewoon in orde, maar niet zo goed als vooraf gehoopt.