Kinect Sports heeft alle schijn tegen. Ten eerste is het de nieuwste Rare-game. Rare heeft een enorme staat van dienst maar verblijft de laatste jaren vooral in de schaduw van zijn eigen reputatie staat. Kinect Sports oogt ook nog eens vele malen kleurrijker en vrolijker dan wat de op bloed beluste Xbox 360-gamers gewend zijn. En, misschien wel het allerbelangrijkste: Kinect Sports is een sportgame die met een nieuwe bewegingsgevoelige techniek wordt gelanceerd. Net als Wii Sports voor de Wii en Sports Champions voor de PlayStation Move dus.

Het succes van de Wii en het bijgeleverde Wii Sports valt niet te onderschatten. In miljoenen huishoudens heeft de sportgame een prominente plek weten te veroveren, zij het niet onder de televisie, dan wel ergens in een stoffige kast. Ergo: de game is een enorm succes. Kinect en Move zijn hier directe reacties op. Het zijn producten van bedrijven die inzien dat er ook naast de traditionele gamers nog een markt bestaat waar veel meer geld te verdienen valt.

Vrolijk

Kinect Sports hangt tussen Move-variant Sports Champions en Wii Sports in. Waar Wii Sports heel speels en simpel oogt en Sports Champions een hyperrealistisch uiterlijk heeft, daar combineert Kinect Sports deze twee games. Het resultaat is een net zo vrolijk ogende game als Wii Sports, maar door de kracht van de Xbox 360 wel met veel meer detail. Stel je de Mii’s en de ietwat fletse Wii-graphics voor in een nieuw, minstens zo kleurrijk HD-jasje en je begint het te begrijpen.

De presentatie van Kinect Sports is sowieso erg goed: van de duidelijke menu’s met grote knoppen die daardoor gemakkelijk te selecteren zijn met je handen, tot tientallen bekende popnummers die uit de speakers knallen wanneer je bij een sportevenement de winst binnenhaalt. Uit euforie je handen (en dus die van de Avatar op beeld) omhoog gooien op ‘Don’t Stop Me Now’ van Queen maakt je winst net even wat spectaculairder. Gedurende het spelen word je gefilmd en aan het einde van een evenement vallen de ‘hoogtepunten’ van je bewegingen te bewonderen in een filmpje, inclusief de net benoemde vreugdedansjes. Als leuke extra optie kun je het filmpje uploaden naar de Kinect-website, waar hij vervolgens een paar weken te bekijken valt en op bijvoorbeeld Facebook te plaatsen is. Als je durft tenminste.

Sportief

Maar het draait natuurlijk om de aanwezige sporten zelf. De zes verschillende sporten zijn net als in Wii Sports een mengelmoes van leuke en minder geslaagde pogingen. Bowlen komt er het beste vanaf: ondanks dat je geen bowlingbal of controller vast hebt, voelt het volkomen natuurlijk om de werpbewegingen te maken. Je moet zelfs je hand uitsteken om een bowlingbal op te pakken. De game geeft op een realistische manier je handicap naar links of naar rechts weer en bij het gooien van een strike barst er een feestje los in de vorm van hippe muziek en een lasershow.

Ook tafeltennis werkt uitstekend. Je gebruikt je hand als batje en de game herkent zonder problemen of je een for- of backhand doet. Het is alleen jammer dat er geen tennis bij zit, omdat dit immers een dynamischere sport is. Toch volstaat tafeltennis en is het erg grappig om in dezelfde ruimte tegen elkaar te spelen, zolang je elkaar niet met de vlakke hand een klap verkoopt natuurlijk. Track & field is een verzameling van Olympische evenementen, waaronder sprinten en verspringen. Ook deze sporten werken allemaal zoals ze zouden moeten werken.

Het is bij de andere drie games dat de beperkingen van Kinect op beginnen te vallen. In sommige gevallen is dat geen probleem, maar in andere ronduit irritant. De twee teamsporten – strandvolleybal en voetbal – lijken in eerste instantie leuke toevoegingen, maar weten de achterliggende gedachte van de sporten niet goed over te brengen. Er kan namelijk totaal geen controle uitgeoefend worden op de personages. In plaats daarvan kan er in voetbal alleen geschopt en verdedigd worden. niet gesprint of gedribbeld. Soms kruip je in de huid van de keeper en moet je een bal tegengehouden, maar door de vertraging die er optreedt bij het registreren van je bewegingen, verschijnt er van tevoren een icoontje op het scherm dat aangeeft waar de bal naartoe gaat. Het maakt van voetballen – en volleyballen, dat op een soortgelijke manier werkt – een beetje een statische bedoeling. Boksen is nog een tikkeltje erger, omdat het spel er moeite mee lijkt te hebben om te zien wanneer er geblokt of geslagen wordt, wat het een frustrerend spelletje maakt.

Er zijn wat mini-games die, net als in Wii Sports, diverse onderdelen uit de aanwezige sporten pakken en daar een score-element aan koppelen. Een aardige extra, die verder niet ontzettend spectaculair is en je daardoor niet enorm lang bezighoudt. De multiplayer verlengt de levensduur natuurlijk wel. Met vrienden of online kan er gestreden of samengewerkt worden tijdens alle sporten. Wel merkten we dat de game iets minder precies werd wanneer twee mensen dicht naast elkaar staan. In een enkele geval dacht de game zelfs dat de hand van onze tegenstander die van ons was.

Sowieso is Kinect Sports net als Wii Sports een game die zowel de plus- als minpunten van de hardware waar het op draait toont en zeker in het begin vaak gespeeld zal worden. Over een half jaar wordt het spel hopelijk vervangen door games die meer inhoud bieden. Dat de sporten niet allemaal evenveel precisie bieden, valt over het algemeen nog wel te overzien, maar is vooral in het geval van boksen erg irritant. Het is ook jammer dat teamsporten niet echt tot leven komen. Bij voetbal blijf je toch denken: had ik maar een controller vast. En dat is een gedachte die Microsoft liever niet op de doos van Kinect zet.