Jackass The Game. Oftewel, een spel gebaseerd op een groep compleet geschifte volwassen mannen die zichzelf en anderen de meest gruwelijke, ranzige en compleet beschamende dingen aan doen, in dienst van het vercommercialiseerde leedvermaak. Een vijfendertig tal minigames geïnspireerd op de knotsgekken stunts en ranzige kapriolen zoals Johnny Knoxville, Steve-O en de andere mannen van Jackass ze regelmatig op MTV en in de bioscoop vertonen. En vraag is echter, vertaalt leedvermaak zich wel naar digitale personages? Voor we die vraag beantwoorden, eerst een kort resumé van wat het spel zoal behelst. Zoals gezegd, 35 verschillende minigames en wat moeten de makers een plezier hebben gehad om die te verzinnen. Een greep uit wat je zoal te wachten staat: poep opvangen met een paraplu, in ondergoed dansen in een elektronica winkel, golfen met granaten, een peperdure bolide tot gort slaan, eieren uitkotsen, met een koelkast van een sneeuwhelling af racen, met botsautootjes racen op het dak van een wolkenkrabber en in een vuilnisbak door de straten van San Francisco rollen. De minigames zijn in twee categorieën in te delen: de minigames waarin je alleen een bepaalde score of tijd neer moet zetten en de minigames waarin een aantal zeer diverse doelen behaald moeten worden. Deze doelen zijn geheel in lijn met het televisieprogramma verzonnen en draaien niet alleen om het succesvol afronden van de stunts, maar vaak ook om spectaculaire acties, veel ravage en een pijnlijke afloop. De singleplayer campagne, met een heuse verhaallijn waarin de regisseur van Jackass in het ziekenhuis belandt en jij de touwtjes in handen krijgt, laat je zeven afleveringen maken waarbij telkens een bepaald budget bij elkaar geraapt dient te worden. Per aflevering zijn er vijf verschillende stunts en hoe beter je die minigames speelt, hoe meer geld er binnen komt. Heb je het quotum bereikt, dan mag je verder naar de volgende aflevering. Tussen de afleveringen door zorgen filmpjes met puberale humor ervoor dat je op de hoogte blijft van de minimale ontwikkelingen in het verhaal. Progressie maak je overigens vrij snel, want de bedragen die je moet behalen zijn vaak al met drie van de vijf minigames bereikt. Hierdoor valt het nut van de verschillende doelen in de stunts helaas een beetje weg, omdat je niet gedwongen wordt eerdere stunts opnieuw te proberen om alsnog doelen te halen die je eerder hebt laten zitten. Maar om terug te komen op de vraag uit de inleiding: vertaalt leedvermaak zich naar een game? Niet echt eigenlijk, of in ieder geval, niet in het geval van Jackass The Game. De minigames zijn weliswaar leuk, maar niet zozeer om wat er uitgebeeld wordt. Het kotsen in het spel is niet ranzig en zelfs de meest pijnlijke afgang voelt als een schaafwondje. De vele botbreuken en facturen die je zogenaamd hebt opgelopen, komen totaal niet aan. Misschien komt dit doordat je nadat je bent terecht gekomen, vrij snel tot stilstand komt, in plaats van dat je nog even lekker doorstuitert. Zelfs wanneer er nog een auto over je heen walst, wordt je hooguit opzij geschoven in plaats van dat je tegen weer een andere muur wordt aangeplet. Het gebrek aan bloed speelt wellicht ook een rol. Het gebrek aan echt leedvermaak is echter niet direct een probleem. De minigames op zich zijn onderhoudend genoeg om je enkele uurtjes zoet te houden met de singleplayercampagne en wie weet dat je het spel ook eens uit de kast haalt voor de multiplayermode, die tot vier spelers als een soort van partygame te spelen is. En dan houdt het qua levensduur wel op met Jackass. Je kunt van elke minigame nog een aparte versie vrijspelen voor de Challenge Mode, met nieuwe uitdagingen. Het geld wat je daarbij verdient, kun je weer besteden aan allerlei extra prullaria, waaronder een aantal filmpjes uit de serie. Zo kun je bewonderen hoe een goudvis wordt doorgeslikt en levend en wel wordt uitgekotst. Persoonlijk vond ik aan dat ene filmpje ranziger, grover en spectaculairder, dan de rest van het spel bij elkaar. Want vergeleken met het echte Jackass, is Jackass the Game toch vooral voor de lieverdjes.