Op de huidige generatie spelcomputers hebben racegames een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt. Vooral de beleving van scheuren in onbereikbare racemonsters is krachtiger geworden dankzij verzorgd beeld en geluid, maar ook door de steeds waarheidsgetrouwere nabootsing van de manier waarop auto’s zich laten besturen. Dat laatste konden we echter niet zeggen van Codemasters’ eerste poging tot een circuitracegame in dit tijdperk, in 2008. Race Driver: Grid was een degelijke racegame met veel verschillende raceklasses, van allerhande toerwagens tot Formule 3, maar alle wagens bestuurden allesbehalve communicatief. Toch stuurt Codemasters ons een tweede keer de baan op met Grid 2.

De nieuwe erfgenaam van Codemasters’ illustere TOCA-racegames, waarvan het eerste spel dateert uit de jaren negentig, is in de basis vrij traditioneel. Zo zijn de singleplayer en de online multiplayer strict gescheiden - al zie je na afloop van een singleplayerrace wel de beste tijden of scores van je vrienden - en hebben we lang niet zo’n mate van lineaire progressie gezien in een racegame. Reken er niet op dat je binnen enkele uren al aan de slag mag met de serieus snelle auto’s, iets wat in de gemiddelde Gran Turismo, Forza Motorsport of Need for Speed vaak wel aan de orde is. De enige manier om nieuwe auto’s te verdienen, is door veel te racen. Werken zul je, en hard ook!

Anoniem en megalomaan

Dat betekent voor de singleplayer dat je kort door de bocht genomen event na event afwerkt, al is het geheel verpakt in een bescheiden verhaaltje. Een even anonieme als megalomane autosportgek genaamd Patrick Callahan wil een eigen kampioenschap organiseren, de World Series of Racing, en schakelt jou in om andere partijen te overtuigen daaraan mee te doen. Hoe? Door ze genadeloos in te maken op hun eigen terrein. Gelukkig beperkt de vertelling zich tot een voiceover en enkele video’s tussendoor, waardoor het verhaal nooit een al te prominente positie inneemt.

Alle wedstrijden zijn puur fictief. Zo wordt er grotendeels met ongeprepareerde auto’s geracet, iets wat in de echte wereld uit den boze is. De verzameling circuits is in drieën te delen: permanente banen, stratencircuits door grote steden zoals Parijs en Dubai en routes van A naar B langs bijvoorbeeld de kust van Californië. De hoeveelheid banen is toereikend, al word je aan het begin van het spel iets te vaak dezelfde circuits opgestuurd. Gelukkig ontvouwen zich snel verschillende disciplines: naast simpelweg racen tegen anderen kan er bijvoorbeeld ook gestreden worden om de snelste tijd en de beste drifts. De meest interessante nieuwe feature, Liveroutes, laat je zelfs op een semiwillekeurige route door een grote stad knokken tegen je rivalen. Daarnaast race je van tijd tot tijd om een nieuwe auto te verkrijgen en kun je tijdens events aan speciale verzoeken van sponsoren voldoen voor extra punten, waardoor je sneller promoveert naar nieuwe raceklasses.

Zoals gezegd staat de online multiplayer compleet los van al het bovenstaande. Hier is het mogelijk nóg harder werken om (geld voor) nieuwe scheurijzers te verdienen: na zeker tien races hadden we per categorie nog steeds maar één auto. Behalve nieuwe modellen kosten ook prestatieverhogende en visuele aanpassingen geld. Daarnaast moet je eerst op een bepaald ervaringsniveau zijn om bepaalde auto’s en aanpassingen te mogen komen, waardoor je pas heel laat beschikt over modellen in de snelste klassen. In de tussentijd kun je wel voor elke klasse een vastgestelde auto ‘lenen’, maar dat kost weer vijftig procent van de opbrengsten. Gelukkig is de matchmaking, gekoppeld aan een systeem dat spelers beoordeelt op basis van hun rijgedrag, dik in orde, en zijn er periodieke uitdagingen om je individueel te meten met je vrienden en de beste Grid 2-coureurs ter wereld.

Blijven doortrappen

Je hoeft geen absolute held achter het stuur te zijn om de auto’s in deze game te besturen. Tenminste, in het begin. Vanaf de derde van de vier niveaus waarover de auto’s verdeeld zijn, wordt het serieus moeilijk om door te trappen en toch je scheurmonster op de baan te houden. Opvallend genoeg ontbreekt het Grid 2, afgezien van de bekende mogelijkheid om de raceactie enkele seconden terug te spoelen, aan elektronische hulpmiddelen zoals tractie- en stabiliteitscontrole - een opzettelijke keuze van de ontwikkelaars, die ervoor zorgt dat je gedwongen wordt om zelf goed te worden. Of je dat wilt, is aan jou. Het is zowaar verfrissend om een racegame te zien die je dwingt om het zware werk helemaal zelf op te knappen.

Niet dat we kunnen spreken over echt realistisch weggedrag: de game vertelt je nota bene zelf dat bepaalde auto’s à la Mario Kart driftend harder de bocht door gaan dan normaal. Ondanks de arcade inborst zit er een kern van waarheid in de manier waarop elke auto zich laat besturen: muscle cars en supercars dienen met respect voor het gaspedaal te worden behandeld, beter betaalbare achterwielaangedreven sportwagens kun je bij hun nekvel pakken en bochten insmijten, terwijl bepaalde voorwielaangedreven hatchbacks juist sterk ondersturen. De besturing van het gros van de auto’s is bovenal communicatief, en dat is een flinke verbetering ten opzichte van het originele Race Driver: Grid. De beleving van hard rijden met snelle auto’s komt dat alleen maar ten goede.

Het veelbesproken gemis van een cockpitview in Grid 2 is daardoor echter des te pijnlijker, want dat had de sensatie echt compleet kunnen maken. Bovendien is er geen binnenspiegel op het scherm aanwezig, terwijl achterom kijken je in het heetst van de strijd op dure fouten kan komen te staan. Verder blinkt deze game op audiovisueel gebied louter uit: Codemasters heeft de EGO-engine na jaren van doorontwikkeling goed onder de knie (ook getuige het verbeterde rijgedrag). Dit resulteert in mooie grafische effecten, zoals dag- en nachtraces, een zeer overtuigend shadermodel, juichende mensen in het publiek én objecten zoals papiertjes en zelfs dieren die over de baan zoeven.

Voor autoliefhebbers wordt de show echter gestolen door de waanzinnige motorgeluiden, die we zeker tot de beste van deze generatie kunnen rekenen. Aangezien we alleen nog Gran Turismo 6 verwachten als grote racegame in het tijdperk van de PlayStation 3 en de Xbox 360, waarbij de nadruk vanzelfsprekend meer ligt op simulatie, kunnen racegamers met een lichte voorliefde voor arcade zich geen beter slotakkoord wensen dan Grid 2.

Getest op Xbox 360