Toen Goat Simulator met een trailer uit de doeken werd gedaan, liepen wij vrolijk rondjes in Dead Rising 3. Een vermakelijke game, maar onze obsessieve zoektocht naar items en blauwdrukken in een apocalyptische zombiewereld begon een beetje problematisch te worden. Dat zette ons aan het denken. Probeerden we een leegte in ons ego op te vullen met serotineboosts die ontsproten uit onze digitale successen als zombiejager?

Heel veel geiten

Tja, soms lijkt onze motivatie om een game uit te spelen eerder compulsief dan dat ze betrekking heeft op spelplezier. De leegte in ons ego hield daarom na Dead Rising 3 aan, totdat Goat Simulator ons dat gat liet vullen met geiten. Als simulatie wijst Goat Simulator namelijk uit dat geiten zich absoluut niets aantrekken van conventies. Geiten poepen liever op conventies. Niet dat de geit uit Goat Simulator letterlijk over conventies poept, maar het beest heeft in ieder geval met zekerheid schijt aan iedere vorm van logica of gamedesign.

Goat Simulator is in maar enkele maanden tijd gemaakt door het Zweedse Coffee Stain Studios. Het spel kost tien euro, wordt geleverd met één map en zal na zijn lancering vooral teren op de inbreng van de community, die dankzij de Steam Workshop-integratie een oneindige hoeveelheid geiten, omgevingen en opdrachten kan maken. Uit ons interview met de bedenker van de game , Armin Ibrisagic, blijkt een citaat achteraf veelzeggend: “Voor de geluidseffecten van de geit, hebben we in de microfoon geschreeuwd tot ’t geluid ongeveer geloofwaardig klonk. Goat Simulator is AAA-kwaliteit.” Laat dat duidelijke taal zijn: Goat Simulator is niet gemaakt om serieus te nemen.

Start de game op via Steam, druk op de ‘Any’-key (‘Press the Any-key to play’) en je kunt direct aan de slag. Er wordt vervolgens een niet heel grote maar wel erg drukke map ingeladen. Jij neemt daarin controle over een geit, maar niet zomaar een geit. Als Goat Simulator een verhaal had (en dat heeft het niet), dan zou dat zijn dat deze geit er schoon genoeg van heeft en dat daarom alles kapot en iedereen dood moet. Het zou ons niet verrassen als deze geit de gehele spreekwoordelijke pot met crystal meth heeft leeg gelikt.

Geit = groter dan of gelijk aan chaos

Tijd voor chaos, want dat biedt Goat Simulator in overvloed – en is eigenlijk ook zijn enige speerpunt. Als geit krijg je constant kleine missiedoelen. Spring zó hoog, maak dat kapot, lik daaraan. Je kunt aan die objectives voldoen en zo punten bijeen sprokkelen, maar er is niet echt een hoger doel. Het puntental op de teller blijft maar oplopen tot je er schoon genoeg van hebt. Het uiteindelijke doel is vooral om naar eigen wens rond te kloten met de physics en de objecten in de map. Zo erg is dat niet, want zoals gezegd is deze geit een speciale geit.

Deze geit kan auto’s meesleuren met zijn tong en als sloopkogel gebruiken, maar dat is nog kinderspel vergeleken met de échte geitenstreken. De geit vindt het bijvoorbeeld ook leuk om trampoline te springen en zichzelf richting een tankstation te werpen. Volgt er een ontploffing? Natuurlijk! Reden genoeg om de slow motion-functie aan te zetten en te zien hoe je geit – met de zwabberende tong uit zijn mond – door een tuinbouwkas dendert. Al backflippend, uiteraard. Niet leuk genoeg? Dan zet je even je jetpack aan. Nog steeds niet vermakelijk genoeg? Kies voor een spelsessie met de long goat: een giraffe.

Hoewel er nauwelijks een doel is in Goat Simulator, motiveert de game je wel degelijk om op verkenningstocht uit te gaan. Des te meer je rondwandelt/over het beton krioelt/vliegt, des te meer verrassingen of geheime gebieden je ontdekt. Het zou zonde zijn die soort van easter eggs uit de doeken te doen, maar ze zijn in veel gevallen de moeite van het ontdekken waard. Dat kan overigens een flinke klus zijn, dus wordt het communityforum op Steam een website die je vaak gaat zien als je het onderste uit de geitenmelkkan wilt halen.

Ik ben een geit. Oh nee, toch niet!

Goat Simulator hanteert de welbekende ‘neem-mij-niet-serieus’-invalshoek, en daarom komt het spel met veel frustrerende dingen weg. Vrijwel alles wat je doet in de game gaat gepaard met een bug of twee. Je geit doet de raarste dingen op compleet triviale momenten. Toch vonden we dat gezien de geest van de game nog best vermakelijk. De destructie is evenmin spectaculair of oogstrelend, maar ook dat maakt het niet minder leuk dingen te mollen. Het geluid dat de geit maakt is daarbij volstrekt belachelijk en komt bij vlagen niet eens in de buurt bij dat van een geit. We zouden niet anders willen.

Goat Simulator maakt je zo gek als een geit als je de game langer dan een uur achter elkaar speelt, maar voor ‘even tussendoor’ is Goat Simulator best vermakelijk. Een beetje rondlopen in de stad ontaardt zonder uitzondering in lachwekkende taferelen, zelfs als dat niet de bedoeling is. Dankzij de toevoeging van Steam Workshop kan de community na de lancering bovendien lekker losgaan met het maken van nieuwe content. Waarschijnlijk schuilt daarin op langere termijn de kracht van de game. Wie weet is Goat Simulator wel de geboorte van een nieuwe Garry’s Mod. Wij sluiten het niet uit.