Het is niet moeilijk om te zien waar het allemaal mis kan gaan bij Final Fantasy IV: The Complete Collection. Om te beginnen verschijnt deze titel op een platform waarop maar weinig games fatsoenlijk verkopen. De Final Fantasy-serie is in de ogen van zelfs de trouwste fans ook niet meer wat het ooit geweest is en daar komt nog eens bij dat deel IV de afgelopen jaren al een keer of drie eerder is verschenen op nieuwere platformen. Maar het belangrijkste is de reden waarom deze game wél een succes zou kunnen en moeten worden: Final Fantasy IV is nog steeds een van de allerbeste delen uit één over het algemeen briljante serie.

Ooit revolutionair

Een blik op de historie van de Final Fantasy-serie leert ons dat dit eigenlijk het deel is waar het allemaal mee begon. De eerste titel op de Super Nintendo, de invoering van de Active Time Bar (en daarmee het begin van een combinatie tussen real-time en turn-based), een goed doordacht verhaal met interessante personages en de introductie van MP om je magie in te zetten. Het is deze game die duidelijk de weg heeft geplaveid voor klassiekers als deel VI en VII. Maar hoe tragisch het ook is, vandaag de dag koop je niets voor ‘hoe revolutionair je ooit was’. Het draait om het nu. Hoe leuk is Final Fantasy IV anno 2011 nog? Dat is wat telt.

Het begin, waarin we worden geconfronteerd met een weinig spannende introductie, doet het ergste vermoeden. Vooruit, de pixels zijn prachtig opgepoetst, maar het blijven slechts SNES-graphics. Square-Enix heeft de moeite niet genomen om hier echt een compleet nieuwe remake van te maken door middel van hedendaagse graphics en dat kan de nieuwe speler al snel afschrikken. Maar wie doorspeelt zal zichzelf er gegarandeerd op betrappen dat-ie meer wil, dat het moeilijk is om deze titel weg te leggen. Niet in de laatste plaats komt dat door het speltempo. Het verhaal dat al vrij snel zijn pionnen op de juiste plek zet schiet uit de startblokken. En dan blijft het gaan, de ene na de andere verhaalgerelateerde scene knalt voorbij. En daarvoor hoeven we niet eerst drie uur door een saaie grot te ploeteren, een halve middag over een wereldmap te struinen, of urenlang oninteressante NPC’s aan te spreken. Final Fantasy IV is groots, maar doet alles kleinschalig. Kleine kerkers, kleine stadjes, kleine stukjes gameplay voordat het verhaal weer vordert. Het is kwaliteit, maar ook kwantiteit.

Verrassingen en wendingen

En als alle pionnen staan en je net gewend bent aan deze wereld en haar leuke personages, dan veegt de game het bord weer leeg. Je begint als Dark Knight Cecil, een oorlogsmisdadiger die in dienst van zijn koning de kristallen van andere koninkrijken genadeloos opeist. Maar dan slaat de twijfel toe. En daarmee begint een verhaallijn waarin verraad, zware plotwendingen, liefde, eer en een stukje zelfreflectie regelmatig voorbij komen dwarrelen. Het is interessant, het laat je continu doorspelen en in al zijn oprechte simpelheid blijkt dat Square-Enix nog steeds de beste verhalen vertelt als het eens niet zo pretentieus, melodramatisch en metaforisch spreekt als bijvoorbeeld in het onnavolgbare Final Fantasy XIII.

De gameplay en presentatie rondom het verhaal herbergen een stuk minder verrassingen. De gameplay is onveranderd. Met een team van vijf val je beurtelings aan met fysieke aanvallen of magie. Leuk is dat elk personage nog een eigen unieke move heeft en het feit dat je versneld aanvalt door op de SELECT-knop te drukken. Minder leuk zijn de soms wat rare keuzes. Een team van drie vechters en een enkele magiër bijvoorbeeld vijf hele sterke vijanden voorschotelen die alleen door magie geraakt kunnen worden. Of drie eindbazen achter elkaar laten verschijnen zonder MP aan te vullen (items die dat doen zijn niet te koop, slechts sporadisch te vinden). Maar het zijn dingen waar je al snel mee om leert gaan. Door na een baasje even terug te wandelen naar een savepoint of gewoon weg te rennen als je een onlogische groep vijanden tegenkomt. De gameplay wordt nooit saai, er is zelden een moment dat je denkt ‘ik ben nu wel klaar met deze kerker, ik wil verder met het verhaal’. Dat is tekenend.

Complete collectie

Om het plaatje af te maken heeft Square-Enix bij deze Final Fantasy IV ook The After Years en Interlude toegevoegd. Die eerste (een vertelling die zich achttien jaar na het origineel afspeelt) verscheen een tijd terug al op de Wii als downloadable content. Maar het was toen onlogisch versnipperd in losse, episodische hoofdstukken. Nu netjes bij elkaar gebracht blijkt het een welkome toevoeging, maar wel eentje die niet zo sterk is als het origineel. Interlude legt het verhaal tussen het origineel en The After Years bloot, waarvoor eigenlijk hetzelfde geldt: zeer welkom, maar niet zo sterk als het origineel. De uitbreidingen lijken te bevestigen dat Square-Enix niet meer dezelfde verslavende finesse aan kan brengen in zijn games als dat het ooit wel kon. Maar dat is een hele andere discussie. Voorlopig zijn we in ieder geval blij dat het vroeger wél de kunst van vertelling en karakterontwikkeling onder de knie had. En we zijn blij dat we daar nu nog steeds de vruchten van mogen plukken, in deze definitieve versie van één van de beste Final Fantasy’s ooit.