De Destruction Derby games behoorden tot de eerste racegames welke van een uitgebreid schademodel voorzien waren. Het spelconcept speelde dan ook goed in op het in de prak rijden van de auto's, waarbij vooral de arena's waarin tientallen auto's elkaar in de prak moesten rijden tot er nog maar ééntje overbleef, tot de verbeelding spraken. Onlangs bracht Sony de laatste incarnatie van de reeks uit, Destruction Derby Arenas, met als grootste vernieuwing een online mode. Lekker via het internet andere mensen in elkaar raggen, dat moet toch wel leuk zijn?

Hoewel Destruction Derby Arenas vooral wordt aangeprezen om zijn online mode, kan je er ook in je eentje, of in split-screen met z'n tweeën, plezier aan beleven. Je kan kiezen uit een kampioenschap of een enkele race in de bekende Wrecking Racing en Destruction Bowl modes. Wrecking Racing omvat het racen van een aantal rondjes over een vastgelegd parcours, waarbij je zowel voor het in de prak rijden van andere auto's, als voor het behalen van een goede eindpositie, punten behaalt. In Destruction Bowl draait het puur om het raggen en rammen, vergelijkbaar met de botsauto's op de kermis. Bepaalde moves, zoals het klemrijden tegen de muur, het compleet naar de vernieling rijden of het laten spinnen van een tegenstander, brengen punten in het laatje.

Het kampioenschap bestaat uit een viertal sessies en elk drie Wreckin' Races en als afsluiter een Destruction Bowl. Heb je in deze vier evenementen de meeste punten behaald, dan behaal je de sessie, heb je alle vier de sessies voltooid, dan heb je het kampioenschap tot een goed einde gebracht. Met het kampioenschap ben je ongeveer twee uur zoet en dan heb je meteen bijna alle parcoursen en karakters al ontgrendeld.

Schademodel?

Het kampioenschap is dus niet erg lang, maar dit komt bij Destruction Derby Arenas meer als een opluchting dan als een minpunt naar voren. Het spel kan zich namelijk niet meten met zijn voorgangers. Om een duistere reden heeft men besloten om het sterkste punt van de voorgangers, het schademodel, bijna volledig uit het spel te ontwrichten. Hoe hard je ook tegen je tegenstanders op knalt, meer dan een ingedeukte motorkap of een afgevallen deur, hoef je zowat niet te verwachten. Ook is de schade aan je auto pas in de allerlaatste fase van destructie van invloed op het rijgedrag. Wanneer je helemaal kapot bent zal je auto wel ontploffen, maar de karkas die dan verschijnt is gewoon een nieuw object en heeft niets met het schademodel te maken. Waarom men ervoor gekozen heeft het schademodel te reduceren gaat compleet aan me voorbij. Men heeft namelijk geen gebruik gemaakt van bestaande auto's, iets wat vaak een reden is om het schademodel over boord te gooien.

Niet alleen het schademodel is tot nul gereduceerd, ook het gevoel van snelheid is nergens in het spel aanwezig. De meter geeft mooi getalletjes weer tot maar liefst 200 km/u maar in de snelheid op je scherm komt eerder overeen met een vijfde van die snelheid. Gelukkig zijn er speciale speedpowerups, waarmee je tot 300 km/u kan racen, maar ook die halen niet veel uit. De prachtig blureffect moet het doen geloven dat je aan een hogere snelheid rondscheurt, maar wie ooit Need for Speed: Underground gespeeld heeft zal er niet warm of koud van worden.