In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten, is Civilization IV: Colonization geen uitbreiding op Civilization IV maar een zogenoemde totale conversie. Het spel is een overzetting van Colonization uit 1994 naar de Civilization IV-engine. Je hebt Civilization IV niet nodig om deze remake van een van de beste turnbased strategy games aller tijden te spelen. Maar weet de spelformule uit 1994 ook tegenwoordig nog te boeien, of missen we daarvoor een VOC-mentaliteit?

Er is een tijd geweest dat wij Nederlanders er lustig op los koloniseerden. Dat is nu voorbij, maar in Colonization mag je het nog eens dunnetjes overdoen. Om trouw te blijven aan de geschiedenis heeft Firaxis zelfs de Nederlanders als speelbare factie toegevoegd. Ben je niet zo patriottistisch ingesteld dan kun je ook kiezen uit de Engelsen, Fransen en Spanjaarden. Iedere factie heeft zijn unieke pluspunten. Zo krijgen de Engelsen een flinke korting op de benodigde grondstoffen om kolonisten te bewapenen en maken de Spanjaarden makkelijker vrienden. De eigenschappen lijken op het eerste gezicht weinig om het lijf te hebben, maar kunnen later in de game je speelstijl toch behoorlijk beïnvloeden.

In Colonization is het jouw taak om een welvarende kolonie in de 'Nieuwe Wereld' (Noord-Amerika en de Caraïben) te stichten. Je uiteindelijke doel is totale onafhankelijkheid, maar voor het zover is zal je flink moeten onderhandelen. En dat klinkt saaier dan het is. Sterker nog, je schepen op en neer sturen met zilver, sigaren en bevervellen aan boord is best leuk. Colonization maakt uiteraard gebruik van de beproefde Civiliation-formule en dat maakt de gameplay behoorlijk verslavend. Voor de leken onder jullie, Colonization is een turn-based game, wat niets anders wil zeggen dan dat je om beurten speelt. Elke beurt geef je opdrachten aan je eenheden en steden om vervolgens te wachten op wat komen gaat. In het begin valt er misschien weinig te regelen, maar naarmate je verder in het spel komt, krijg je steeds meer eenheden onder je bevel. Ook je steden spugen aan een steeds hoger tempo nieuwe gebouwen en eenheden uit, wat het wachten op de volgende beurt alleen maar leuker maakt.

Je stad-interface werkt erg prettig. Om een nederzetting te stichten kies je eerst een geschikte plek uit. Elke speelvak op de kaart heeft enkele parameters wat betreft de aanwezige grondstoffen. Dat kan bijvoorbeeld voedsel zijn, maar ook hout, katoen, dierenhuiden of tabaksbladeren. Duurdere grondstoffen zoals ijzererts en zilver zijn sporadisch voorhanden en liggen niet zo heel vaak in de buurt van de kust. Je eerste stad moet je sowieso aan de kust plaatsen in verband met de im- en export van je producten. Het is verstandig om pas later in het spel een nederzetting in de buurt van het kostbare zilver te plaatsen, al moet je wel oppassen dat andere facties je niet voor zijn. Heb je eenmaal een goede plek gekozen en zijn de indianen er ook tevreden mee (ze pikken veel van je, al hangt er soms een stevig prijskaartje aan) dan staat jou niets meer in de weg om een welvarende kolonie op te bouwen.

Zoals gezegd bevat ieder speelvak een aantal parameters, waarvan voedsel ongetwijfeld de belangrijkste is. Zonder voedsel geen arbeiders, zonder arbeiders geen welvarende stad. Het is dus zaak om boven alles in ieder geval enkele speelvakken met voedsel binnen je stadsgrenzen te hebben. Door het toewijzen van een kolonist aan een speelvak haal je de beschikbare grondstoffen eruit. Kolonisten zijn te verkrijgen door voldoende immigratiepunten te verdienen of door inboorlingen bij je aan te laten sluiten. Ook kun je kolonisten kopen van je moederland. Wat je daarvoor neer moet leggen wordt na elk bezoek verhoogd, dus het is slim om de indianen te vriend te houden en je vooral te focussen op het uitbreiden van je stad. Om het maximale uit je stad te halen kan je maar beter de juiste kolonisten op de juiste plaats zetten. Een houthakker haalt het dubbele aan hout op en een timmerman vermindert het aantal beurten dat je nodig hebt om bijvoorbeeld een oorlogsbodem te bouwen.

Het is dus zaak om je stad steeds beter te balanceren. In het begin zet je regelmatig kolonisten op de verkeerde plek, maar naarmate het spel vordert, krijg je een steeds ruimere keuze uit de beschikbare handels- en werklieden. Een uitgebalanceerde stad levert je genoeg grondstoffen om te verhandelen en dus meer geld op. Je kunt er ook voor kiezen om de grondstoffen te verwerken tot een eindproduct, want vaak kan je voor een eindproduct het dubbele of zelfs meer vragen dan voor de grondstof die ervoor nodig is. Het loont dus de moeite om een stap extra te maken. Uiteraard heb je voor het maken van het eindproduct wel weer extra's kolonisten nodig, die weer extra voedsel en grondstoffen kosten.

Om je een beetje op weg te helpen krijg je om de zoveel tijd een aanbod van een Founding Father (mits je voldoende immigratiepunten hebt) om jouw kolonie te versterken. Een Founding Father is eigenlijk niets meer dan power-up, al klinkt naam die Firaxis er aan geeft een stuk beter in een spel als Colonization. De Founding Fathers vormen een wezenlijk onderdeel van het spel door hun specifieke eigenschappen. Zo zorgen zij ervoor dat de overtocht van jouw schepen naar het moederland met de helft wordt ingekort of dat het een stuk eenvoudiger wordt om indianen naar jouw kamp te laten overlopen. Net als de keuze voor je factie kan het je spel behoorlijk beïnvloeden. Overigens kun je niet oneindig Founding Fathers toelaten tot jouw factie en zul je er soms eentje moeten afwijzen.

Al met al blijft Colonization in wezen wel een Civilization-game. Je kunt dus ook knokken. In het begin doe je dat voornamelijk met opstandige indianen, maar om het einde van het spel te halen kun je er ook voor kiezen om je thuisland uitdagen en zo onafhankelijk te worden. Hoe eerder je dat in het spel doet, hoe zwakker dat leger zal zijn, al heb je dan zelf natuurlijk ook maar een handvol eenheden. Om legereenheden te produceren zal je je kolonisten moeten bewapenen. Wapens zijn, voor een belachelijk hoge prijs, te koop via je thuisland, maar je kunt ze ook zelf fabriceren uit ijzererts. Zorg er dus voor dat je al vrij snel ijzererts delft, want je maakt er zowat alles mee dat eventueel bijdraagt aan de overwinning.

Heb je genoeg wapens, dan kun je iedere kolonist in feite als een soldaat de hort op sturen. Heb je weinig vertrouwen in een wandelende schietschijf dan biedt het maken van een kanon of een flinke boot uitkomst. Boten komen er in verschillende maten. Je begint met een kleine vissersschuit maar je eindigt met een Ship of the Line. Een oorlogsbodem waar zelfs je koning wel twee keer over nadenkt om hem aan te vallen. Een leuke toevoeging zijn de Privateer-schepen die je zonder enig gevolg andere schepen aan kunt laten vallen. Omdat Privateers niet onder jouw vlag varen, kan je dus ongestoord roven en plunderen.

Het grote verschil tussen Civilization en Colonization is de manier waarop je het spel speelt. Doordat je in Colonization wat meer tegen de klok vecht staat er een flinke stok achter de deur. Aan de andere kant daagt het spel je op deze manier uit om doeltreffend te werk te gaan. Het ontbreken van een uitgebreide tech-tree zal niet iedere Civilization-fan bekoren, maar het zorgt er wel voor dat gameplay van Colonization een stuk minder ingewikkeld is. Jammer genoeg voelt de Civilization-engine wel wat gedateerd aan en heeft hij (ondanks enkele aanpassingen) zijn beste tijd gehad. Maar gelukkig weten strategie-fans als geen ander dat uiterlijk lang niet alles zegt.