Ontwikkelaar Rebellion heeft flink wat imagoschade te herstellen nadat het vorig jaar de twee slechtste shooters van het jaar afleverde: ShellShock 2 en Rogue Warrior. De meest voor de hand liggende manier om dat te doen, is terugvallen op eerdere successen. In het geval van Rebellion is dat Aliens vs. Predator uit 1999, de enige echte topper die de studio in zijn bijna twintigjarige bestaan heeft ontwikkeld. En de nieuwe Aliens vs. Predator heet ook gewoon weer Aliens vs. Predator.

Maar het is niet alleen de naam die ongewijzigd is gebleven. Voor de nieuwe Aliens vs. Predator blijft Rebellion bijzonder trouw aan de opzet van de eerdere delen in de reeks. Net als bij de eerste twee delen, is de singleplayermodus opgedeeld in drie campagnes, die van de Marine, de Alien en de Predator. De Marine speelt nog het meest als een normale shooter, de Alien laat je tegen muren en door ventilatieschachten kruipen en de Predator beschikt over een hele collectie foefjes, van een hittevizier tot de mogelijkheid zichzelf onzichtbaar te maken. Kort samengevat: de Marine biedt schietactie, de Alien mêlee-actie en de Predator stealth.

Recycling

Deze opzet met drie verschillende campagnes was vernieuwend in 1999, maar is voor een hedendaagse game wat gedateerd. De verhaallijnen van de verschillende personages worden niet echt met elkaar geïntegreerd, waardoor drie oppervlakkige, korte verhalen ontstaan. Er is wel overlap in gebeurtenissen in locaties, maar het gevoel dat je één groter verhaal vanuit verschillende perspectieven te zien krijgt, ontbreekt.

In plaats daarvan krijg je het gevoel van recycling. Rebellion gebruikt voor alle drie de campagnes namelijk exact dezelfde omgevingen, die je alleen via een andere route doorloopt. Wanneer je met het ene personage speelt, zie je overduidelijk de elementen die voor de andere personages bedoeld zijn. Ruimtes die je het gevoel geven dat er iets moet gebeuren, maar waar je gewoon doorheen loopt omdat ze voor een van de andere campagnes bedoeld zijn. Maar niet alleen de omgevingen, ook sommige tussenfilmpjes worden hergebruikt voor de andere campagnes.

Een probleem dat deze recycling met zich meebrengt, is dat het niet altijd evident is welke kant je op moet. De levels zijn niet strikt lineair opgebouwd, alleen blijven de deuren gesloten waar je niet naartoe hoeft. Dit levert vooral veel doodlopende gangetjes op, die Rebellion handig gebruikt om alle 'geheimen' in te verstoppen. Om je toch de juiste kant op te krijgen, wordt elke minimale stap met pijltjes en markeringen voor je uitgestippeld. Je komt misschien niet vast te zitten, maar het gevoel dat je zelf problemen oplost, is eveneens geheel afwezig.

Secondary fire

De drie speelbare personages verschillen qua speelstijl behoorlijk van elkaar. De Marine lijkt het meest op een normale first-person shooter. Grootste verschil met de meeste hedendaagse shooters is het ontbreken van de iron sights. In plaats daarvan wordt de rechter trekker gebruikt voor de secundaire vuurmodus. Lekker retro, maar ook wennen. Zeker wanneer de secundaire vuurmode granaten lanceert die op impact exploderen.  Het is lastig afkicken van de gewoonte iron sights te gebruiken, en achter een muurtje resulteert één vergissing daardoor in een gewisse dood.

Maar het meest kenmerkende aan de Marine is zijn radar, waarop je beweging in je nabijheid kunt zien. De tikjes en piepjes waren ooit legendarisch, maar hebben in deze nieuwe Alien vs. Predator niet de impact van destijds. Daarvoor zijn de aliens niet angstaanjagend genoeg en komen ze in te grote aantallen. Het voorzichtig door een donker gangetje lopen, met je zaklamp de omgeving afspeuren om de bron van het piepje eerder te lokaliseren voor hij jou in de nek springt, is nauwelijks aan de orde. Eigenlijk al vanaf de eerste confrontatie is je houding tegenover de aliens vrij laconiek. Je rent rond, vuurt wat en als ze je aanvallen heb je genoeg tijd om je om te draaien en ze van kant te maken. Waar horror op zijn plaats was geweest, overheerst arcade-actie.

De predator leunt nog steeds vrij dicht aan tegen de normale shooter, maar mist de snelle vuurwapens. In plaats daarvan heeft hij een uitgebreid scala aan foefjes die interessante mogelijkheden bieden om situaties op verschillende manieren te benaderen. Zo kan de Predator onzichtbaar worden en met sprongen grote afstanden overbruggen. Plotseling achter vijanden opduiken en ze aan je klauwen spiesen, geeft zeer veel voldoening. De verschillende vizieren die in eerdere delen nog overheersten, zijn in dit deel minder relevant geworden. Je standaard vizier markeert vijanden namelijk al duidelijk genoeg. De Predator beschikt ook over enkele wapens, maar die zijn lang niet zo handig in gebruik als de mêlee-aanvallen en zul je eerder sporadisch aanwenden.

De Alien, of Xenomorph, biedt de meest afwijkende speelstijl. Hij moet het hebben van zijn snelheid en de mogelijkheid om tegen muren op te klimmen. Je zoeft als een speer door de omgevingen en probeert bij vijanden te zijn, voor ze je kunnen beschieten. Helaas gooit de besturing bij de Alien roet in het eten. Het tegen muren klimmen werkt te stug en desoriënterend, en de minste oneffenheden maakt het al onmogelijk om dingen te beklimmen. Ook de andere personages hebben te kampen met besturingsproblemen en inconsistenties, maar bij de Alien ontneemt dit bijna het hele plezier omdat juist je speerpunten snelheid en wendbaarheid eronder lijden.

Anders, maar toch hetzelfde

Hoewel de personages qua besturing, aanvalsacties en manier van voortbewegen enorm van elkaar verschillen, zijn de eigenlijke missies die je doet opvallend hetzelfde. Of je nu als Marine speelt of als Alien, je moet altijd ergens naartoe om een knop in te drukken of in het geval van de Alien, kapot te slaan. Voor welke deur of welk apparaat je die knop omhaalt weet je in de meeste gevallen niet eens, je doet het maar omdat het spel hem voor je aanwijst. Dus hoewel de personages qua besturing en mogelijkheden enorm verschillen, slaagt Rebellion er niet in de eigenlijke gameplay significant anders te laten zijn. Aliens halen geen knoppen om en hebben geen missies, maar stillen hun honger en volgen hun instincten. Je voelt je eerder een mens in een Xenomorph-pak.

Ook in het verdere leveldesign is Alien vs. Predator behoorlijk inspiratieloos. Zo is er een eindbaasgevecht in een ruïne waar om onverklaarbare reden allemaal jerrycans en andere explosieve voorwerpen geplaatst zijn. Midden in de gangpaden, op gelijke afstand van elkaar. Er is niet eens moeite gedaan om de dingen in de omgeving in te passen of naar een alternatief gezocht die wel past bij de omgeving waarin je speelt. Het oogt nu bijna lachwekkend en benadrukt het gevoel dat je in leveltjes speelt, in plaats van dat je één grote spelwereld doorkruist, alleen maar meer.

De campagne is nergens verrassend of onderscheidend. De drie verschillende personages komen door het recht-toe-recht-aan missieontwerp niet goed uit de verf. De rigide opzet en het recyclen van omgevingen zorgt voor erg ruwe overgangen tussen missies, inconsistenties en een goedkope nasmaak. De singleplayer van Aliens vs. Predator is misschien niet zo slecht als Rebellion's gedrochten van afgelopen jaar, maar kan in zijn eentje de kar echt niet trekken.

Multiplayer

Maar gelukkig is er nog een multiplayer, een onderdeel dat van de eerdere Aliens vs. Predator-games het meest is bijgebleven. Spelers kunnen als elk van de drie personages spelen en daarmee tegen elkaar vechten. Hier komen de verschillen tussen de drie personages een stuk beter tot hun recht. Elk personage vergt een geheel andere benadering en de balans is over het algemeen prima. Dit zorgt dan ook voor een wisselwerking tussen de rassen die echt iets toevoegt. Je moet namelijk inspelen op je eigen vaardigheden en die van je tegenstander. Als Marine kun je bijvoorbeeld het beste samenwerken met je teamgenoten, terwijl je als alien juist het effectiefst ben als je in je eentje je tegenstanders besluipt.

De verschillende modi spelen hier leuk op in. Zo is er een modus waarbij één iemand als Alien speelt, terwijl de rest als Marine aan de slag gaat. Word iemand gedood door de Alien, dan verandert die persoon zelf ook in zo'n lelijk mormel, wat zo doorgaat tot er geen Marines meer over zijn. En zo is er nog een handjevol spelmodi, die elk op een andere manier hierop inspelen. Ze zijn lang niet allemaal even origineel en interessant, maar deze iets afwijkende aanpak en de vrij aardige uitwerking zorgt er wel voor dat Aliens vs. Predator een leuke afwisseling biedt op het bestaande multiplayergeweld.