Vele gamers schreeuwen al sinds de launch van de Nintendo DS dat ze graag strategy-games op de handheld willen zien. Immers is het touchscreen qua bediening ideaal voor dit genre. Eén van de eerste strategy-games die voor de NDS werd aangekondigd, was Age of Empires. Het zou alleen niet de game worden die velen verwacht hadden. Men is namelijk van de real-time gameplay afgestapt en is een zijspoor op gegaan door alles in een turn-based sausje te dippen. Heeft men daar verstandig aan gedaan?

Kort door de bocht kun je Age of Empires: The Age of Kings omschrijven als Fire Emblem met base-building. Je begint op een kaart met een aantal eenheden, krijgt één of meer opdrachten voor de kiezen en vervolgens mag je alle eenheden voor een bepaalde afstand één voor één over de kaart bewegen. Als dit eenmaal geklaard is, mag de vijand hetzelfde doen. Naast het verplaatsen van eenheden, kun je tussendoor ook nieuwe eenheden trainen, gebouwen laten bouwen door dorpelingen en onderzoek doen naar nieuwe technologieën. Dit alles kost grondstoffen die je verzamelt door de geschikte gebouwen bij die grondstoffen te bouwen. Eigenlijk hetzelfde wat je doet in de RTS-games op de PC, alleen nu turn-based.

Je mag met vijf volkeren aan de slag: de Franken (Jean d‘Arc), de Japanners (Minamoto), de Arabieren (Saladin), de Mongolen (Genghis Khan) en de Britten (Richard I). Alle vijf de volkeren hebben een eigen campagne die vier tot zes missies beslaat en het levensverhaal vertelt van de held in kwestie. Dit is bijzonder educatief, want zo leer je tijdens het spelen ook nog een leuk stukje geschiedenis. De ontwikkelaar is zelfs zo ver gegaan door een complete encyclopedie aan de game toe te voegen waar ontzettend veel informatie in te lezen valt over de volkeren, hun helden en de tijdsperiodes waarin ze leefden. De campagnes nemen toe in moeilijkheidsgraad en dit is dan ook zeker geen makkelijke game. Bovendien worden de missies geleidelijk aan steeds langer en uitgebreider, waardoor je behoorlijk wat uurtjes zoet zult zijn met de singleplayer.

Naast de campagnes, heb je een skirmish en multiplayer-mode met een behoorlijke selectie aan kaarten waarop je kunt strijden. Je kunt het tegen één of meer tegenstanders opnemen en verschillende instellingen aanpassen voordat je begint. Bijzonder leuk is dat je de game hot-seat kunt spelen. Je hebt dus niet persé meerdere DSen nodig om de game tegen iemand anders te kunnen spelen. Wel weer jammer is dat de game niet online te spelen is, hoewel dit aan de andere kant misschien niet helemaal goed zou werken door het turn-based aspect. Een groter gemis is de afwezigheid van een map editor. Alle kaarten zijn strikt opgedeeld in vakjes, waardoor zo’n functie toch niet al te moeilijk te integreren zou moeten zijn.

Terugkomend op de hoeveelheid content: ieder volk heeft eigen eenheden en technologieën die je in de strijd kunt gooien. Bovendien kun je via een van de beschikbare gebouwen ook nog veel eenheden rekruteren die niet bij een specifiek volk horen. Hierdoor bereikt men een totale hoeveelheid van meer dan 65 verschillende eenheden, elk met unieke karakteristieken. Een bijzonder knappe prestatie wat je op een handheld niet snel tegen komt. De voor AoE zo kenmerkende tijdperken zijn ook in deze handheld-game van de partij. Eenheden worden opgewaardeerd en je krijgt nieuwe technologieën tot je beschikking wanneer je doorgroeit naar een volgend tijdperk.

 

Ondanks de grote hoeveelheid content, heeft men op enkele aspecten toch gekort. Zo heb je maar twee soorten grondstoffen (voedsel en goud), is iedere eenheid, technologie en gebouw in slechts één beurt te voltooien en kun je alleen direct rondom je town center nieuwe gebouwen plaatsen. Ergens is dit jammer, omdat een deel van de tactische dynamiek van de RTS-games op die manier verloren gaat, maar aan de andere kant hoef je jezelf nu nauwelijks op micromanagement te richten. Daardoor ontstaat er meer ruimte voor de daadwerkelijke veldslagen op de kaart. Een groter minpunt is dat dorpelingen erg nutteloos worden zodra je alle gebouwen neergezet hebt en alle grondstoffen hebt ingenomen. Je kunt ze echter niet wegsturen, terwijl ze wel meetellen met de maximale hoeveelheid eenheden die je kunt produceren.De veldslagen zijn in ieder geval uitstekend uitgewerkt en het is duidelijk dat hier de meeste aandacht naar uit gegaan is. Hoewel sommige eenheden wat te krachtig te zijn, is de algehele balans duidelijk aanwezig. Net als in Fire Emblem, is een groot deel van de balans gebaseerd op het welbekende rots, papier, schaar-principe. Zo zijn speermannen ideaal om cavalerie mee te bestrijden, terwijl de cavalerie weer erg effectief is tegen zwaardvechters. Eenheden met afstandswapens, zoals boogschutters, zijn van dichtbij erg gevoelig en moeten altijd op een afstandje blijven. Voor het vernietigen van gebouwen kun je het beste eenheden als katapulten en stormrammen gebruiken.

Het wordt allemaal nog subtieler dan dat, want vaak heb je ook te maken met de fog of war die je zicht belemmert, verschillende omgevingstypes die je verdedigingskracht, aanvalskracht en bereik beïnvloeden, en eenheden die een verscheidenheid aan speciale eigenschappen hebben. Je zult echt optimaal gebruik moeten maken van al deze aspecten om winnend uit de strijd te komen. Dat dit allemaal goed uitgewerkt is, blijkt wel uit het feit hoe realistisch veldslagen verlopen. Je hebt vaak één of meerdere fronten die constant op en neer schuiven, totdat één van de twee partijen een doorslaggevende strategische keuze weet te maken en een gat slaat in de verdediging van de vijand. Vooral bij kaarten met rivieren wordt dit interessant, omdat je dan uitgebreide schermutselingen krijgt rond alle bruggen die over de rivier lopen.

Bij grote veldslagen met meerdere fronten ontstaat er wel snel een gebrek aan overzicht. Alles wordt nogal klein weergegeven en veel eenheden lijken nogal op elkaar. Daardoor wordt het al snel een rommelige boel waarbij je niet in één oogopslag alles kunt onderscheiden. Nog problematischer wordt het wanneer je eenheden op een gebouw plaatst. Soms zijn ze dan nog nauwelijks in het gebouw te zien. Als de kaart nogal groot is, zul je ook veel moeten scrollen, wat niet altijd zo snel gaat als je zou willen. Wanneer je het in singleplayer opneemt tegen meerdere tegenstanders zul je tevens merken dat de AI langer nodig heeft om alle strategische keuzes te maken. Dit alles vertraagt de gameplay nogal, waardoor je wel even de tijd moet nemen voordat je serieus met de game aan de slag kunt. Het is in die zin niet de meest ideale pick up and play titel.

De touchscreen-besturing werkt ook niet altijd naar behoren. Hoewel je snel eenheden en opties kunt selecteren en vluchtig over de kaart kunt bewegen, had ik regelmatig problemen met het fatsoenlijk selecteren van eenheden en het geven van commando’s. Om de een of andere reden is de detectie van de stylus niet altijd zo accuraat als je zou willen, zeker niet als je veel eenheden dicht bij elkaar hebt staan. Je zult dan regelmatig de verkeerde eenheid selecteren. Dit kan behoorlijk op je zenuwen gaan werken, waardoor je soms de neiging hebt om over te stappen op de traditionele besturing met de knoppen. Gelukkig is deze optie gewoon aanwezig, zodat iedereen voor zichzelf kan bepalen hoe de game gespeeld wordt.

Ondanks deze minpunten, blijft Age of Empires: The Age of Kings een erg leuke en vooral onderhoudende turn-based strategygame voor de Nintendo DS. De game kan prima meekomen met klassiekers als Fire Emblem en Advance Wars en verwerft een eigen plekje door het historische thema en de base-building. Fans van de franchise hoeven zeker niet te treuren, want ondanks de aangepaste gameplay, is de typische sfeer van AoE nog dubbel en dwars aanwezig. Veel eenheden, gebouwen, omgevingen en plaatjes vertonen sterke overeenkomsten met Age of Empires 2. Hetzelfde geldt voor het geluid, want veel van de stemmen uit de RTS-games zijn ook in deze game gebruikt. Bovendien worden veldslagen nog altijd op het bovenste scherm uitgevochten met geanimeerde eenheden, waardoor het klassieke strijdgevoel behoorlijk aanwezig blijft.