Mijn liefde voor computers is grotendeels ontstaan door Counter-Strike, één van de beste multiplayergames voor de PC. Die game speelde ik in mijn jonge puberjaren, toen ik ook veel leerde over het overclocken en modden van computers. Ik ging mijn PC-onderdelen apart bestellen en met de hulp van een boekje zette ik alles in elkaar. Van opgeblazen voedingen tot kromgebogen processorpinnetjes: ik heb het allemaal meegemaakt. In diezelfde periode had ik ook de PlayStation 2, maar daar ging ik steeds minder op spelen naarmate mijn liefde voor de computer groter werd.

Masochistische gedachte

Zo begon ik om de drie jaar – en absoluut niet korter, nam ik mijzelf voor – een nieuwe computer te kopen. Dat kost, inclusief scherm, ongeveer drieduizend euro en de aangeschafte PC is eigenlijk na twee jaar alweer verouderd. Mensen verklaren mij voor gek, want mijn Xbox 360 van vijf jaar oud speelt alle nieuwe games zonder problemen. En dan weten ze nog niet eens van al mijn PC-problemen met oude drivers, niet compatibele software, vage extra's, framedrops, slechte ports of andere bekende gameproblemen.

De moeite die je voor een (illegale) PC-game moet doen, heeft mij altijd al geboeid. Zo kon ik gemakkelijk een uur bezig zijn als een game niet goed draaide. Door de frustratie en uiteindelijke voldoening ging ik steeds meer waarde hechten aan het proces. Die masochistische gedachte, dat ik als PC-gamer moet lijden om mij goed te voelen, werd steeds heftiger naarmate consoles meer de mainstream-kant op gingen.

Popularisering

Dat consoles de afgelopen jaren voor iedereen interessant zijn geworden, zwakt voor mij de term 'gamer' af. Door mijn heftige online game-verleden, waar LANs, IRC, Ventrilo en weinig aandacht voor school en een sociaal leven normaal waren, ben ik erg veel waarde gaan hechten aan die term. Ik zag en zie het nog steeds als een compliment, waar ik mij tot op de dag van vandaag nog wel eens achter verstop. Dit deed ik aanvankelijk zonder schaamte, totdat de popularisering van het 'geek zijn' toenam en daarmee ook de oppervlakkige interesse van andere mensen in gamen. Dat zie je alleen al aan de stijgende populariteit van The Big Bang Theory, waarbij de halve wereld om vrij specifieke World of Warcraft-grappen lacht. Het zwakte voor mij de romantiek af van het bestaan als gamer.


De set-up van Daniël

Hoewel ik zo mijn ergernissen heb, ben ik voornamelijk blij dat nu veel meer mensen genieten van gamen dan vroeger, of ze nu Angry Birds of Skyrim spelen. Maar omdat het werkwoord gamen zo breed is geworden, probeer ik hokjes te creëren om het allemaal op een rijtje te zetten. De frustraties en de mogelijkheden van een computer betekenen voor mij dat ik mijzelf zie als een PC-gamer. Niet omdat ik games op de hoogste kwaliteit wil spelen, maar omdat ik mijzelf op die manier weer specialer ga voelen

Ik behandel mijn computer in ruil met veel zorg. Het bureau is mijn domein, waar ik als een autist mijn spullen positioneer. Zelfs mijn gehele PC, die gevuld is met meer terabytes dan een gemiddeld datacenter, houd ik tot in de puntjes bij. Mapjes aanmaken, sorteren en verplaatsen: alles is op mijn manier aangepast. Elk albumhoesje en muziekgenre staat in iTunes zoals het hoort. Bij alle films staat de kwaliteit en jaartal aangegeven en is alles netjes op naam gesorteerd. En dat ik gek word van ongeorganiseerde bureaubladen, zie ik stiekem als een zegen. Het herinnert me eraan dat ik een speciale band heb met mijn computer, hoe raar dat ook kan klinken.

Norse en vastgeroeste PC-gamer

De vreemde gewaarwording dat ik mijzelf in die context speciaal wil voelen, maakt dat ik altijd een beetje ongemakkelijk op de bank zit wanneer ik een controller in handen heb. Ik game vaak genoeg op de Xbox 360, voornamelijk om games te spelen die niet of later uitkomen op de PC, en geniet er met volle teugen van. Tegelijkertijd mis ik mijn PC. En dan bedoel ik niet de besturing met muis en toetsenbord of de betere graphics, maar het gevoel dat ik als een halve kluizenaar in mijn eigen wereldje (lees: PC) zit, waarin ik alles naar eigen wens kan veranderen. Het predicaat gamer voelt verwaarloosd aan wanneer ik op de console elke game zonder problemen kan spelen.

Daarmee beweer ik overigens niet dat gamen op de PC serieuzer is dan op de console. Integendeel: genoeg fervente gamers spelen alleen op een console. Het is gemakkelijk, goedkoper en flexibeler. Die drie termen zijn voor mij juist tekenend voor de trivialisering van het gamen. Van een verslavende lijdensweg is geen sprake, mijn Xbox 360 doét het gewoon meteen als ik een spel opstart! Ik realiseer me dat ik liever een norse en vastgeroeste PC-gamer ben, die meer problemen heeft en geld uitgeeft dan nodig.

Ik vind het prima. De afgelopen maanden ben ik alweer bezig geweest met het samenstellen van mijn nieuwe PC. Wat is het beste? Wat is het handigst? Wat is het mooist? Bijna elke week pas ik de configuratie weer aan. Het staat vast dat ik nog tegen duizenden problemen aanloop, van het in elkaar zetten tot het installeren van een game. En dan kijk ik naar mijn Xbox 360, die na drie computers nog steeds als een zonnetje draait. Het is een prachtding. Maar toch glimlach ik de volgende keer weer als ik een foutmelding van Windows krijg.