Onze vaders zouden het niet eens zijn met die zelfkastijding. Natuurlijk, papalief maakte zich zorgen over of het uren achtereen turen naar schermen wel gezond kon zijn. Gerards vader zelf werd er nogal draaierig van en dacht dat zoonlief bovennatuurlijke gaven had ontwikkeld om zijn misselijkheid in bedwang te houden bij “een of ander racespelletje op een of ander tropisch eiland” – Gerard heeft overigens geen idee welke game dit zou kunnen zijn. En hoe sociaal kon het zijn als een kind uren achtereen binnen blijft en niet buiten wil spelen? Die vraag stelden Merijns en Bas’ vaders zich wel eens.

Bij Merijn ging het om een 286 aangekocht via het indertijd populaire pc-privéprjoect. Het apparaat had een hardeschijf van 51Mb en herbergde ondermeer Space Quest, Police Quest, King’s Quest en Monkey Island. En daarin verloor Merijn zich uren en uren, waardoor de computer van de slaapkamer naar de keuken werd verhuisd voor wat overzicht. Maar langzaam werd het Merijns vader duidelijk dat er ook voordelen aan zaten: “De zorgen gingen na verloop van tijd weg doordat ik merkte dat je je nogal ICT-vaardig maakte. Ook de kennis van de Engelse taal nam zienderogen toe.”

Een soortgelijk verhaal vertelt ook Bas’ vader. Bas vond buitenspelen niet zo boeiend en was als kind erg stil en verlegen. Daar stonden vaak nieuwe (spel)computers voor hem klaar waar hij zich volop mee kon vermaken. En niet alleen maar met de tofste games, ook leerspelletjes zoog Bas op als een spons. “Door van die leerspelletjes op de pc, was hij qua vakken als taal en rekenen al twee niveaus verder dan zijn klasgenoten. Zijn leraren klaagden daar soms zelfs nog wel eens over. Ikzelf vond het prachtig om te zien hoe snel Bas nieuwe dingen oppakte.”

En bij Eriks vader was het vermeende antisociale karakter van games een gespreksonderwerp van korte duur. “Mijn zoons wilden nooit buiten spelen. Maar we kwamen er achter dat het wel een sociale activiteit is: op school gingen de jongens uitwisselen met hun vriendjes hoe ver ze waren in een spel, en soms ook elkaar opbellen om te vragen hoe je verder moest. Ze konden volgens mij zelfs Game Boys verbinden met een draadje en samen spelen.” Conclusie: zo antisociaal is het allemaal niet. Maar het was niet allemaal koek en ei..

Wat vakantieperikelen

Vaders zijn van nature ware reisleiders en de grootste visverhalen beginnen vaak met de constructie “weet je nog die ene keer op die camping in Frankrijk dat…”. Het is dan ook niet verrassend dat in het ophalen van herinneringen over hoe het gamen bij hun kind gingen, de vakantie voorbij komt.

Eline’s vader weet nog altijd hoe de wildwaterbaan op die duurbetaalde camping ongebruikt water bleef pruttelen, terwijl Eline in een snikhete stacaravan op haar Game Boy zat te spelen. Dat terwijl die camping toch eigenlijk juist voor haar en haar zusje bedoeld was.

Ook bij Eriks vader leeft er nog altijd een onbehandeld trauma – om het maar even flink op te kloppen. Als persoonlijke spotter moest Eriks vader altijd ruim van te voren waarschuwen als er een viaduct in aantocht was. “Als we onder een viaduct door gingen konden de jognens hun schermpjes niet goed zien door de schaduw. Als ik dan niet waarschuwde voor het viaduct, dan werden ze boos.” Ow, die wondere tijd waarin backlighting nog niet bestond. Vaders van vandaag de dag wordt een hoop autostress bespaard.

De boosdoener van veel vaderleed

Een beetje controle

Een beetje controle op wat er gespeeld wordt, dat vonden veel vaders toch wel belangrijk. Vooral de fanatieke instelling van het kroost werd toch wel zorgelijk bekeken. En het leverde soms ook vreemde gesprekken op. Met donder en geweld kwam kleine Eline naar beneden zetten met de mededeling dat er iets ergs wat gebeurd. Een schrik, een hartklopping en ingehouden adem later, bleek het mee te vallen: haar Tamagotchi had het leven gelaten.

Bij sommige huishoudens moest vader als politieagent optreden om ruzie te voorkomen. Met slechts één Game Boy, maar meerdere broers moest er bij Erik een strak opgesteld tijdschema aan te pas komen om ruzies te voorkomen – om het half uur werd er gewisseld, of anders! Misschien had Thomas’ vader ook iets harder kunnen zijn, volgens Thomas werd zijn vader nogal gek van de rondslingerende kabels, controllers en batterijen.

En een beetje competitie

Net als dat vader soms stiekem een half uurtje meebouwt aan een Lego-kasteel, blokkentoren of zandkasteel met gracht, zo is het ook met het gamen gegaan bij veel redacteuren. Bij Merijn werden een paar spellen samen gespeeld, terwijl Gerards vader prima mee kon kijken bij minder hectische games. En Thomas’ vader kon zich prima vermaken met Duckhunt of Zelda – maar haakte af toen alles 3D werd.

Eigenlijk alleen Eriks vader deed competitief mee met de gamefascinatie van zijn zoon. Terwijl Erik weer werd afgeleid door andere games, bekwaamde hij zich in de kunst van Tetris voor de Game Boy. “Hele weekenden en in de vakantie ging ik oefenen, en toen kwam ik tot het eindlevel, terwijl zij dat niet haalden.”

Wat rest ons dan nog om hier te zeggen? Eigenlijk alleen een bedankje aan alle vaders dat zij onze hobby niet hebben aangezien voor een obsessie of onze irritatie niet vergist hebben voor een gebrek aan sociale vaardigheden. Dat vergeten we soms zelf nog wel eens. Daarvoor, papa’s, bedankt!