Vroeger had ik een liefdesrelatie met één vechtspel: Tekken. Tekken 2 welteverstaan, de ultieme beat 'em up waarin ik de koning van de straat was. Het leuke aan Tekken 2 was dat ook de beginneling het spel op kon pikken door simpelweg maar wat op de knoppen te rammen. En zo kon ik iedereen inmaken, met een beetje handigheid won je toch altijd, zonder dat ik ieder gevecht met een volledige levensbalk eindigde. De tegenstander blij omdat hij me geraakt had, ik een glimlach rijker omdat ik het zoveelste buurjongetje verslagen had. Binnenkort komt Virtua Fighter 5 echter naar de Xbox 360, en dat is toch echt wel andere koek.

Want zonder oefening en kennis van de combo's, gameplaymechanieken en personages ben je nergens in de hardcore beat 'em up van SEGA. Virtua Fighter 5 is een veeleisend beestje, dat uren en uren training vraagt voordat je resultaat boekt. Dit was in de PlayStation 3-versie zo en is in de Xbox 360-versie niet anders. De personages zijn afwisselend, hebben ieder hun totaal eigen vechtstijl en vragen daarbij ook om compleet verschillende combo's uit je hoofd te kennen.

Typerend voor de reeks is dat de balans tussen de personen bijna perfect is, wat betekent dat geen enkel personage écht voordeel heeft ten opzichte van een ander. Zo kun je dus wel met boerenpummel Jeffry het opnemen tegen het lieve meisje Aoi, maar betekent de kracht van Jeffry niet dat je als Aoi kansloos bent. Integendeel, door snel te counteren, vlug heen en weer te bewegen en lage aanvallen af te wisselen met flegmatieke trapbewegingen, ben je de grote kerel al snel de baas.

In Virtua Fighter 5 wint dan ook (bijna) altijd de persoon die de game het meest gemasterd heeft. En dit masteren kost tijd, veel tijd. Allereerst in de Dojo Mode, een gebruiksvriendelijke speelmode waarin je alle combo's kunt leren, en vervolgens in wedstrijden. Want door enkel de bewegingen en combo's te leren ben je er nog lang niet. Je moet in eerste instantie wel dondersgoed weten wat je zelf doet, maar al je aanvalstactieken kunnen door het spel van de tegenstander teniet worden gedaan. Daarom leer je de game pas echt in de daadwerkelijke wedstrijden.

Hoe moeilijk de game is wordt ook duidelijk in gamemodes. In de Arcade mode, waarin je een serie tegenstanders af moet werken tot aan de 'eindbaas', versla je de eerste knapen en dames met gemak. In ronde drie wordt het daarentegen al bijna ondoenlijk moeilijk als je de combo's niet kent en de vechtstijl van de tegenstander niet bestudeerd hebt.

Een leukere vechtopzet is te vinden in de Quest mode, waarin je allerlei SEGA arcadehallen afgaat om daar aan kampioenschappen mee te doen. Je stijgt in ranglijsten, speelt nieuwe items vrij (zoals pakjes voor je vechters) en leert gaandeweg op een geleidelijke manier de vechtstijlen kennen.

Een probleem dat ik wel ondervond tijdens het spelen is dat sommige knoppencombinatie's werkelijk waar pijn aan je vingers doen. Het tegelijkertijd indrukken van de X- en B-knop is op de Xbox 360 haast onmogelijk. Hier wordt ook duidelijk dat de game eigenlijk gemaakt is voor het spelen met een arcade stick. SEGA voorziet in de behoefte door een dergelijke stick, gemaakt door randapparatuurproducent Hori, tegelijkertijd met de Xbox 360-versie uit te brengen.

Het grootste pluspunt aan Virtua Fighter 5 is echter nog niet genoemd. In tegenstelling tot de PlayStation 3-versie kent de Xbox 360-versie namelijk wél online ondersteuning. Dit betekent dat je via Xbox Live met je Headset op je knar furore kunt maken.

Al met al lijkt het er dan ook naar uit te zien dat Virtua Fighter 5 op de Xbox 360 net zo goed wordt als de PlayStation 3-versie, met het voordeel dat de Xbox 360-versie online ondersteuning krijgt. Het eindoordeel volgt later deze maand, wanneer de volledige game in de schappen verschijnt.