Gelukkig werd onze ‘wereldreis’ absoluut beloond, want na een dikke zes uur spelen kunnen we met zekerheid zeggen dat Maxis de fans niet gaat teleurstellen. Al beseffen we direct na deze claim dat er altijd fans zullen zijn die het liefst SimCity 3000 in een modern jasje zien. Voor hen zal het straks niet altijd hosanna zijn, omdat de game zeker niet zo moeilijk gaat worden als zijn voorgangers, vooral niet op financieel gebied. Maar buiten dat kan iedereen die graag met gebouwen en wegen pielt, helemaal losgaan in deze game.

Het is lastig voor ons om niet meteen alles te verklappen, want er is veel om te vertellen. Maar we moeten natuurlijk wel wat bewaren voor de recensie, vandaar dat we ons gewoon beperken tot onze eerste indrukken en een globale opsomming van wat wij denken dat jullie graag willen weten. En dat is, gokken wij, ook vooral de sfeer en het detail waarmee Maxis de game presenteert. Die is namelijk simpelweg verbluffend. Wij hebben van de zes uur die we speelden, ongeveer een uur of anderhalf verspild aan rondkijken. Gewoon stiekem gluren naar onze Sims die op weg waren naar hun werk.

Digitale diorama

Meer nog dan in vorige delen, hebben we echt het gevoel dat de stad leeft. Het is een organisch geheel van gebouwen, wegen, Sims en natuur dat overal beweegt, bouwt en doet wat een normale stad moet doen. Het begint al wanneer je een huis bouwt en je cementtrucks af en aan ziet rijden, afgewisseld door verhuiswagens met nieuwe Sims die staan te trappelen om in jouw metropool te komen wonen. Waar we vooral enthousiast van worden is het minuscule detail waarmee de gebouwen zijn gemaakt. Ieder hoekje, iedere baksteen, elke dakgoot en tuinhekje lijkt met grote zorg geplaatst te zijn. Bijna alsof je naar zo’n modelspoordiorama aan het kijken bent. Hoewel de grafische stijl ietwat nijgt naar SimCity Socities, door de felle kleuren en de cartoony look, oogt het ook bijzonder levensecht en straalt het design plezier uit.

Ook 's nachts krijgen we datzelfde gevoel, wanneer de zon ondergaat en de lampen aangaan. Je stad verandert dan van een overdaad aan heldere kleuren in een pallet aan donkergrijs en groen. Al die lichten die overal aangaan zorgen voor zoveel sfeer, dat je het eigenlijk niet eens erg zou vinden wanneer het altijd donker zou blijven. Kleine huisjes en dure villa’s hebben schattige lampjes bij de deur en achter de zolderraampjes en grote wolkenkrabbers baden in een zee van licht die, zo lijkt het, geheel op willekeurige wijze uit diverse ramen schijnt. Ondertussen verandert je shopping-boulevard in een groot festijn van neonreclame en vormt zich een lange stoet aan auto’s die op zoek zijn naar een hamburger of een nieuwe plasmatelevisie.

De ontwikkelaar trekt datzelfde oog voor detail schijnbaar moeiteloos door naar de vaste gebouwen die het spel rijk is, zoals het politiebureau, de bibliotheek en jouw gigantische villa die je krijgt voor bewezen diensten. Waarbij je moet bedenken dat je straks ieder gebouw kan upgraden met extra componenten. Een politiebureau krijgt extra cellenblokken, de school extra busparkeerplaatsen en jouw villa krijgt natuurlijk een welverdiende helikopterlandingsplaats en een patio voor de gezinsbarbecue. Iets met luxepaarden en werkpaarden?

Nieuwerwetse dingen

Het zijn ook vooral de nieuwe elementen, zoals de upgrades van gebouwen, die de game straks zijn charme moeten geven. Zoals gezegd lijkt de game op het eerste gezicht niet zo heel uitdagend op gebieden waar het voorheen wel pittig was, maar dat compenseert SimCity volgens ons ruimschoots met de mogelijkheid om alles straks meer op microniveau te dirigeren.

Denk bijvoorbeeld aan het gemeentehuis waar je kunt kiezen voor bepaalde departementen die je aan kunt bouwen. Kies je voor een onderwijsdepartement, dan speel je eerder de universiteit en het collegegebouw vrij. Ga je liever voor het departement toerisme, dan staan gokhuizen en dure hotels klaar om gebouwd te worden. Uiteindelijk is het ook de bedoeling dat je straks iedere stad laat specialiseren in een ‘vakgebied’, zoals een industrie gericht op elektronica of oliewinning.

Toch online

Die keuze voor een specialisatie betekent overigens niet dat je stad dat op andere gebieden iets te kort moet komen. Zoals je waarschijnlijk al eerder gehoord hebt, krijg je in SimCity straks niet een stad onder je hoede maar een hele regio. Dat is niet nieuw, want dat kon ook al in SimCity 4, maar het is deze keer wel een stuk beter uitgewerkt. Een goed voorbeeld hiervan merkten we pas toen we tijdens de speelsessie samen met een groep andere gamers een gezamenlijke opdracht kregen. De opdracht zelf hebben we niet gehaald overigens, want een miljoen Simoleans aan belastinggeld verdienen aan alleen de allerrijksten in SimCity is geen eitje, maar we ondervonden wel aan den lijve hoe eenvoudig je een regio laat samenwerken.

Met een simpele muisklik stuur je overtollige ambulances, vuilniswagens en politiewagens naar andere steden. Ook net zo eenvoudig verdien je keiharde pegels aan de verkoop of aankoop van afval, water en gas. Het was vooral leuk om gewoon naar onze buren te schreeuwen dat we ambulances nodig hadden, maar we gaan er van uit dat je online hetzelfde doet met vrienden of vreemden over je headset. De gebouwen die je voor de hele regio kunt bouwen, zoals een internationale luchthaven of een enorme krachtcentrale die draait op zonne-energie, moeten daarnaast voor een nog beter groepsgevoel zorgen. Stuk voor stuk zijn deze gebouwen erg prijzig en kosten een kapitaal aan grondstoffen, zodat je ze nooit met slechts één stad kunt bouwen, maar het is dan ook de uitdaging om een gebalanceerde regio te creëren (met vrienden of alleen als je dat liever wilt) die voorziet in alles wat je maar nodig hebt.

Wat ons trouwens positief verraste was het plezier waarmee we met de andere spelers samenwerkten. Voorheen waren we toch een beetje sceptisch over dat hele onlinegedeelte in SimCity, omdat we het liefst zelf een mooie stad wilden bouwen, maar die mening moesten we al na een paar uur herzien. Buiten het feit dat het eigenlijk best geinig is om dingen te ruilen met je buren, gaven de groepsopdrachten ons een voldaan gevoel. Waarschijnlijk omdat je nog steeds gewoon lekker bezig bent met je eigen stad, terwijl je ondertussen met een schuin oog kijkt naar wat je nodig hebt voor de regio. De focus ligt nog steeds op het individu, je moet gewoon wat anders plannen en iets gerichter bouwen. Dat je aan het einde van het spel vooral heel erg hoopt bovenaan te staan in de online leaderboards is gewoon een hele prettige bijkomstigheid.

Het is geen verrassing dat we erg enthousiast zijn over SimCIty. De game is zo goed als af en kent een ongelofelijk detail. Maxis is duidelijk niet over een nacht ijs gegaan en heeft geprobeerd om vooral dat oeroude SimCity-gevoel vast te houden, maar om het óók naar de eenentwintigste eeuw te halen. Dat de bèta maar één uur gespeeld kan worden is dan ook een straf, want het wordt een marteling om na een uur spelen je stad alweer vaarwel te zeggen. Gelukkig is het zo maart, want dat is het moment waarop we eindelijk allemaal aan de slag kunnen met SimCity.