Onze eerste indrukken zijn in ieder geval goed, maar laten we bij het begin beginnen: het verhaal. Ditmaal is protagonist  Alec Mason de sjaak. De bad guy is het EDF, oftewel de Earth Defence Force. Bij de oplettende lezer zal nu een lampje gaan branden, want die EDF was in de eerste Red Faction de good guy. Maar vijftig jaar en een hoop inkomsten later is het EDF een megacorporatie geworden die maar al te graag mensen ontvoert en deze laat werken in de vele mijnen die Mars rijk is. En laat Alec het daar nu net niet mee eens zijn.

Zoals gezegd, een belangrijk onderdeel van de gameplay is het opblazen van...alles eigenlijk. Maar Red Faction: Guerilla biedt meer. Zo zal Alec zichzelf kunnen versterken met speciale rugzakken, backpacks genaamd. Rugzakken waarbij de knapzak van Douwe Dabbert behoorlijk schril afsteekt. Zo is er een Rhino-pack, waarmee de speler zonder moeite door een muur kan lopen, een Commando-pack, goed voor ongelimiteerde ammunitie, een Concussion-pack, die ervoor zorgt dat iedereen in je buurt direct op zijn knieën gaat, en een heuse Jet-pack die verder geen uitleg behoeft. Ten slotte krijg je de beschikking over een Fleet-Fooded-pack waarbij je als een razende door de spel wereld loopt. Handig wanneer je zonder kogels komt te zitten en je trouwe sloophamer (bekend uit de eerdere delen) je enige optie is.

Nog een leuke speleigenschap is de radio de Alec met zich meedraagt. Deze zorgt ervoor dat je nieuwe opdrachten binnenkrijgt. Zo zal je oproepen krijgen om mee te helpen een hinderlaag te leggen of wordt je gevraagd een mitrailleurpositie in te nemen op een voertuig. Deze toevoeging moet je net dat beetje extra guerrillagevoel geven. Wat dan weer minder guerrilla is, maar zeker niet meer kan ontbreken in een shooter, is de mogelijkheid om in een voertuig plaats te nemen. Van kleine, snelle buggy's tot logge, maar metershoge mechs. Alles, op vliegtuigen na, is te besturen.

Grafisch ziet de game er aardig uit. Qua puur grafisch detail is het misschien niet direct indrukwekkend, maar de game levert veel vermogen van de console in voor de vernietigbare omgevingen. Opzich is dat niet eens zo erg, want de destructie is écht heel erg tof. Alles op de planeet Mars kan namelijk vernietigd worden. En dan doelen we dus op complete flats en stadjes. De vernietiging is helemaal dynamisch, wanneer je een voor een de steunpilaren van een gebouw opblaast zal het gebouw precies vallen jij zoals je zou verwachten. Vernietiging in Red Faction: Guerilla is een groot onderdeel van de gameplay en is nooit eerder op een dergelijke, grootse schaal aangepakt.

Helaas zijn de omgevingen van zichzelf wel vrij kaal en leeg. Af en toe zie je een klein stadje of een gebouwtje opdoemen, maar van een echte bewoonde planeet valt niet te spreken. De kunstmatige intelligentie is overigens wel noemenswaardig. Men heeft echt geprobeerd deze te laten reageren op de destructie en het puin wat achterblijft. Dus wanneer er een muur kapotgeschoten wordt, zal een vijand weten dat hij daar niet meer achter kan schuilen. Wat later in het spel zal de kunstmatige intelligentie de destructie zelfs tegen je gebruiken.

Ik was redelijk enthousiast na mijn sessie met Red Faction: Guerilla. De destructie is echt leuk en de mogelijkheden lijken eindeloos. Het is jammer dat we niets hebben gezien van de multiplayer, aangezien de destructie, net als in Battlefield: Bad Company, veel invloed heeft op de manier hoe het online gespeeld zal worden. Men vertelde me wel dat het tactischer zal worden dan Call of Duty 4: Modern Warfare, maar dat trek ik gezien de 'feel' van de singleplayer sterk in twijfel. Red Faction: Guerilla moet ergens in 2009 het gaan licht zien.