Terwijl na Undercover nog even kort geruchten rondzweefden dat het doek voor de roemruchte NFS-serie voorgoed zou vallen, was Electronic Arts in de garage al druk bezig met niet één, niet twee, maar drie nieuwe games die een vergane merknaam in al haar glorie moeten gaan herstellen. Need for Speed NITRO op de Wii, Need for Speed World Online voor de PC en het realistische Need for Speed: Shift op de PS3, Xbox 360, PC en PSP. Bij die laatste titel stapten we in voor een paar testritjes over een gloednieuw circuit.

Wanneer we plaatsnemen met de controller in handen is de eerste vraag die we de ontwikkelaar stellen: 'Zou je 'm misschien even op de meest realistische setting kunnen zetten?' Nee, we zijn nog nét niet zo arrogant dat we bij voorbaat al denken dat Shift anders te simpel voor ons is. Maar zoals we de beste man – die met zijn blik duidelijk maakt ons wél een dergelijke arrogantie toe te dichten – al snel daarna uitleggen: we geloven wel dat jullie een fatsoenlijke arcaderacer neer kunnen zetten. We geloven wel dat deze game er met jullie budgetten fantastisch uit gaat zien, met alle nodige visuele toeters en bellen. Maar wat we nog niet geloven, wat Shift voor het eerst in het bestaan van de Need for Speed-reeks moet gaan bewijzen, is dat Need for Speed ook capabel is om écht realisme te brengen. Realisme dat ons met racesimulator Shift beloofd wordt, waar een bocht met 210 kilometer per uur geen optie is en een ruk aan de handrem je waarschijnlijk de race kost.

Helaas krijgen we te horen dat de hoogste moeilijkheidsgraad niet beschikbaar is. Op de twee aanwezige tv's draaiden wél twee verschillende versies, die geïntroduceerd werden als 'soort van medium en easy mode'. Goed, bij gebrek aan 'hard' schakelen we wel een standje terug: medium dus. Terwijl we eigenlijk plaatsnemen om te ontdekken hoe Shift zich laat besturen, is het de eerste twee laps moeilijk om ergens anders op te letten dan de indrukwekkende visuele ervaring. De omgeving ziet er fantastisch uit, evenals alle bolides die ons links en rechts voorbij zoeven. Bekijk een screenshot en je ziet wat we bedoelen, maar alleen een controller in de hand kan overbrengen hoe het voelt om Need for Speed met cockpit-camera te spelen.

Het is één van de grote elementen waar Shift indruk mee gaat maken, een first-person camerastandpunt. We hebben zoiets al eerder gezien, we hebben ook de verfijnde en tot in detail verzorgde dashboards al eerder gezien. Maar Shift tilt dit standpunt naar het volgende niveau door op fantastische wijze met focus en blur te spelen. Rij je snoeihard langs je omgeving, dan focus je ver voor je uit en verandert het dashboard in een wazige vlek die onbelangrijk is. Rem echter af, en je ziet direct de scherpte terugkomen op de korte afstand, terwijl het zicht verderop weer wazig wordt. Hoewel de overgangen tussen focus en blur soms nog wat te plotseling zijn, is het duidelijk wat dit camerastandpunt moet én gaat bereiken: een overtuigend gevoel van snelheid neerzetten. Zoals gezegd, je moet het spelen om het te ervaren, maar de eerste punten noteren we vast in ons boekje.

Wat het racen zelf betreft lijkt Need for Speed Shift zich voorlopig aardig staande te houden temidden van games als GRID en Midnight Club. Niet dat een paar laps in een vroege versie zich al kunnen meten met die titels, of dat daar überhaupt al conclusies over getrokken mogen worden, maar het voelt voor een eerste indruk gewoon bijzonder lekker aan. De controle over de auto is op medium tot op zekere hoogte uitstekend. Te laat uitremmen is niet rampzalig en overstuur wordt in behoorlijke mate door de behulpzame A.I. opgevangen. Gaat het echter mis, dan gaat het ook goed mis. Pushen we onze bolide opzettelijk te hard, dan komen plots de schuivers en crashes, waarbij het scherm volledig onder een laag blur valt en het geluid ineens dof klinkt alsof we zelf een flinke beuk hebben gehad. Die momenten drukken je weer even met de neus op de feiten, geen gelul of snel weer wegspinnen. Dit is een race, je bent de fout in gegaan en je betaalt de prijs nu met kostbare seconden als valuta.

Het is pas als we plaatsnemen achter de tv waar een easy-modus op draait, dat we merken hoe groot het verschil tussen de drie virtuele moeilijkheidgradaties kan gaan worden. Op 'easy' is deze game namelijk zo simpel als met je dikke Audi R8 gaan dragracen tegen een groepje bejaarde snelwandelaars met blaren. De A.I. remt voor ons, geeft de perfecte lijn en snelheid aan en het valt nog mee dat we zelf mogen bepalen hoe hard we het gaspedaal indrukken. We zitten in de wagen als niets meer dan een toerist die van het mooie uitzicht mag genieten. Jammer dat we onze camera niet bij hadden, dankzij de stuurhulp van de game kregen we zelfs nog tijd om de controller weg te leggen en een paar mooie plaatjes te schieten van het prachtig opgepoetste circuit.

Hoewel een beetje gamer die easy-modus links gaat liggen, is het goed om te zien hoeveel verschil er tussen de twee gespeelde versies zit. Onderaan de ladder staat een toeristengame voor mensen zonder rijbewijs die het woord uitdaging niet eens kunnen spellen. Halverwege de ladder staat een racegame die het arcadeniveau voorzichtig ontstijgt en mensen bij de hand neemt zonder ze voor grove fouten te behoeden. Nu is het hopen dat de ladder vanaf daar net zo ver naar boven reikt, als naar beneden. Als het verschil tussen easy en medium namelijk net zo groot is als tussen medium en hard, dan staat ons nog iets moois te wachten.

In dat geval zou Need for Speed Shift de categorie 'driving simulator' daadwerkelijk met recht mogen betreden. Maar het gevaar is duidelijk. Juist in die buitenklasse draait alles om details. Niet slechts de moeilijkheidsgraad opkrikken en de concurrentie perfecter laten rijden, maar elk detail kloppend maken. Of Need for Speed Shift die buitencategorie lachend binnenrijdt hopen we bij een volgende keuring hopelijk écht kunnen ondervinden. Want dat die jongens een arcaderacer kunnen neerzetten, geloven we ondertussen wel.