De Frostbite 2.0-engine bewees in Battlefield 3 een spektakelstuk te zijn, maar er kleeft onvoorzien nadeel aan vast. Het valt niet te ontkennen dat die game en Warfighter grafisch volledig identiek zijn door de motor op de achtergrond. Het rondvliegend puin is daar met name debet aan, hoewel ook de voor Battlefield 3 karakteristieke, lege gebouwtjes daar in Warfighter hun steentje aan bijdragen. Het verschil is bij een eerste oogopslag niet te zien.

Feel

Maar hoe anders is dat wanneer je de game voor het eerst speelt. Zelden wist een multiplayershooter me zo direct in zijn greep te houden. De game kent vijf zeer traditionele klasses die minimaal aan te passen zijn en die naast de voor de hand liggende wapens - de Assaulter heeft een assault rifle, de Sniper, juist, een sniper - ieder maar één handige eigenschap tellen. Diezelfde Assaulter kan bijvoorbeeld een klein luchtbombardement inroepen, waar de Sniper de vijand bestookt met zogeheten ‘Dragonfire’-raketten.

En dus teert Warfighter op eenvoud. En man, wat is dat heerlijk. Heerlijk omdat het spel daardoor vereist dat je goed mikt en tactiek hanteert, want je hebt weinig anders om op terug te vallen. Eigenschap X waarmee je onzichtbaar bent op de radar of vaardigheid Y die je tijdelijk sterker maakt, bestaat in Warfighter niet. Dat is ten eerste verfrissend omdat iedere shooter dit systeem na Modern Warfare heeft overgenomen en veel multiplayergames zo eenheidsworst zijn geworden, ten tweede omdat een perksysteem een verkapte vorm van competitievervalsing is. Medal of Honor: Warfighter steekt anders in elkaar, dat verraadt de feel van de game meteen. Met een paar schoten leg je iemand al om. En dus zijn kills snel gemaakt, ongeacht het wapen of de klasse waarmee je speelt. Enkel de shotgun voelde nog wat te krachtig.

Kleinschalig, toch?

Ook de map die gespeeld werd ademde doordachtheid. Vooral omdat hij perfect was voor de modus capture the flag, die met twee teams van vier spelers gespeeld werd. De twee zijdes in de map waren niet direct aan elkaar gespiegeld, maar het level was wel vierkant en kende, op bijna Dota-achtige wijze, drie manieren om het speelveld te doorkruizen. De twee teams komen elkaar zodoende altijd tegen in het midden van de drie doorgangen, waardoor drie punten in het level actie garanderen.

In de kleine map bleek deze modus garant te staan voor ouderwets multiplayervermaak. Journalisten werkten al na twee potjes samen om de vlag naar de juiste eindbestemming te brengen of het andere team daarvan te weerhouden. Om te winnen kun je zoals gezegd niet als individu terugvallen op allerlei killsstreak rewards en vaardigheden, waardoor het spel je enkel laat winnen als je beter mikt, sneller handelt en (in het geval van de capture the flag-modus) één tactiek voert als team. Het spel deed ons daarom regelmatig terugdenken aan Medal of Honor: Allied Assault en die andere Tweede Wereldoorlog-shooter, Return to Castle Wolfenstein. En dat is een groot compliment.