In Lego: Pirates of the Caribbean kruipt je in de huid van verschillende personages uit de filmreeks en beleef je het verhaal van de drie al uitgekomen Pirates of the Caribbean-films, alsook de vierde film die gepland staat voor mei van dit jaar. Zeventig personages zijn speelbaar, waaronder niet alleen de almaar dronken Jack Sparrow, maar onder andere ook de bemanningsleden van The Flying Dutchman.

Acrobatische piraterij

Ondanks dat piraten veel drinken en baarden hebben, zijn ze ook behendig in het kapen van andere boten. Een mast beklimmen om vervolgens aan een touw naar het tegenoverliggende schip te zwaaien vergt niet alleen kracht maar ook moed, vooral wanneer het stormt en de bliksem elk moment kan inslaan. Een principe dat het spel zo goed mogelijk probeert over te brengen. Op de masten klimmen van The Flying Dutchman voelt niet alleen groots, maar ook goed. Door een goede begeleiding door het spel lukken veel sprongen bij de eerste keer en eindigen ze zelden in een mislukte stunt. Misschien dat de speler zelfs te weinig eigen invloed heeft, waardoor de spanning ver te zoeken is zodra je weet dat hoe moeilijk een sprong er ook uitziet, deze je toch wel gaat lukken.

Zo gauw je echter buiten een schip-level moet platformen valt het systeem geheel in het water. Niet alleen is het cameraperspectief alles behalve ondersteunend, ook lijkt de ondersteuning die eerder té aanwezig was op vakantie te zijn. Zo moet de speler bijvoorbeeld via een vijftal pilaren aan een schatkaart weten te komen, maar zorgt de camera er regelmatig voor dat je ernaast springt. Ook het spel zelf ondersteunt je niet in het richten naar de volgende pilaar waardoor iets wat gemakkelijk lijkt, moeilijker is dan het rondspringen op een varende boot. Nieuwe inhoud vrijspelen door flessenpost en delen van schatkaarten te verzamelen is leuk bedacht, maar dit betekent vaak dat er lastige platformelementen aan vooraf gaan. Deze zorgen voor frustratie en kunnen er uiteindelijk toe leiden dat je de platformelementen maar helemaal negeert, waardoor het spel rechtlijnig wordt. Zonde, aangezien de wereld vol zit met geheime gangen en kamers.

Ook de gevechten gaan niet helemaal zonder problemen. Van Jack Sparrow mag men knullig vechten verwachten, maar het lijkt alsof elk personage in het spel een slokje te veel rum op heeft en zo lenig is als een steen. Doordat de personages automatisch ontwijkende bewegingen maken horen de gevechten er filmisch en spannend uit te zien, maar door een slechte synchronisatie van deze bewegingen en knullige animaties herinnert het meer aan een vrijdagavond in de kroeg. Juist het zwaardvechten wat in de films zo indrukwekkend lijkt is alles behalve goed omgezet naar het spel. Zeker omdat het met de fysieke beperkingen van echte Lego-poppetje sowieso niet zo nauw genomen wordt, had het veel vloeiender gekund.

Oog voor blokken

Het mag dan wel een Lego-titel zijn, dat betekent niet dat het spel er blokkerig uitziet. Integendeel: de omgeving is met liefde voor het detail gemaakt en komt realistisch over, vergelijkbaar met een oudere versie van Far-Cry. Terwijl je aan de zijkant van een ravijn heen en weer gaat zie je verderop, op een andere brug, hoe Jack vervolgd wordt door een stam van het eiland en waaien de bladeren langs het beeldscherm. Wanneer je in een stad bent die aan zee ligt zie je hoe de golven het strand op rollen en hoe de huizen er (bak)steen voor (bak)steen realistisch en goed uitzien. De lichteffecten maken het idyllisch beeld compleet, waardoor het gevoel om gelijk op vakantie te gaan moeilijk te onderdrukken is.

Ondanks de mooie achtergronden blijft het alsnog een Lego-game en mogen de gekleurde blokjes natuurlijk niet ontbreken. Zo worden beklimbare muren, schakelaars en tafels die belangrijk zijn voor het verloop van het spel opvallender weergegeven waardoor het duidelijker is welke actie van je verwacht wordt. Wanneer je voor het eerst een level of omgeving binnen loopt kan dit voor verwarring zorgen: niet elk steentje is ook echt van belang waardoor het even uitproberen is welk object wanneer gebruikt moet worden. Ook al zijn de tegenstanders en objecten opgebouwd uit Lego, ze vallen nooit op een negatieve manier uit de toon tegenover de gedetailleerde achtergrond. Daarbij behoort Pirates of the Caribbean tot de mooiste Lego-game tot nu toe. Dit is grotendeels te danken aan de sterke belichting die real-time de omgeving leven inblaast, maar ook aan het feit dat een groot gedeelte van het spel zich buiten afspeelt. Het is een verfrissende keuze om de nauwe gangen uit een Deathstar in te ruilen voor een Caribisch eiland.

Blokken vol sfeer

Vanaf het eerste moment dat Jack Sparrow, gespeeld door Johnny Depp, te zien is in de film wordt duidelijk hoe vol met persoonlijkheid de Pirates of the Caribbean-reeks zit. Dit omzetten naar een spel waarin personages uit Lego bestaan is een uitdaging waar Traveller’s Tales niet alleen aan voldaan heeft, maar de verwachtingen geheel heeft overschreden. De humoristische karaktertrekjes zijn in zo goed als elk personage te vinden, maar Jack Sparrow valt het meeste op: met zijn dronken loopje en klunzig gedrag zorgt hij menige malen voor een glimlach. Zijn filmische binnenval in een van de eerste levels is hier een goed voorbeeld van. Nadat hij door een schoorsteen op hete kolen valt lijkt hij voor een moment de warmte onder zijn Lego-kont goed te genieten, totdat hij door heeft hoe warm het is. Ondanks de beperkte mogelijkheden van gezichts- en lichaamsanimatie is de pijn duidelijk af te lezen van Jack’s gezicht. Hierna volgt een gevecht tussen Will Turner en de dronken piraat waarin zijn dronken klunzigheid ervoor zorgt dat het gevecht onberekenbaar is. Zo maakt hij hier en daar iets kapot, stoot tegen kisten en valt onverwachts aan.

Naast de humor weet het spel ook de duistere momenten goed over te brengen. Wanneer je voor het eerst het spookschip The Flying Dutchman bezoekt wordt de vrolijke sfeer ingeruild voor tentakels, duistere piraten en een donker sfeertje. De leden maken letterlijk deel uit van het schip, waardoor ze op bepaalde plekken uit elkaar kunnen vallen om vervolgens ergens anders weer op te duiken.

Gezamenlijk kapen

Het vlaggenschip van de serie is nog steeds de drop-in, drop-out multiplayer die ook in dit deel weer aanwezig is. Hierdoor kan het spel te allen tijde van een single- naar een multiplayer-ervaring wisselen en komen puzzels en platformelementen pas echt tot hun recht. Spelers kunnen ervoor kiezen om de computer de begeleidende personages te laten besturen. Dit werkt vrij goed: de computer weet wanneer hij moet meewerken aan een puzzel die twee personen vereist. Soms met een langzame reactie, maar het lijkt alsof het goed te spelen is op die manier.

Lego en piraten passen goed bij elkaar, dat bewijst Traveler’s Tales met Lego: Pirates of the Caribbean. De sfeer van de filmreeks komt goed tot zijn recht, mede door de leuke personages en realistische omgevingen met een detail van Lego-blokken. De multiplayer werkt goed en komt het spel hier echt tot zijn recht. Echter gaan er onder dit mooie, sfeervolle jasje veel problemen schuil. Zo zijn de gevechtsanimaties lomp en is het platformen alles behalve verfijnd wat hopelijk te wijten is aan het feit dat het een pre-alpha versie was. Nodig je vrienden met houten benen uit en het is makkelijker om een oogklepje dicht te drukken wanneer het platformen voor frustratie zorgt.