Een kort introductiefilmpje vertelt het verhaal achter de multiplayer. Kim Yong-un, de zoon van Kim Yong-il, komt aan de macht in Noord-Korea en ‘verenigt’ het merendeel van het Aziatische continent in de Greater Korean Republic. Ondertussen is Amerika steeds verder afgezakt als grootmacht en in 2027 wordt het binnengevallen door de Korean People’s Army. In de multiplayer strijd je namens het Amerikaanse of Koreaanse leger in die oorlog en niet als een verzetsstrijder zoals in de singleplayer het geval is.

Dynamisch

Tijd om het strijdveld te betreden. De multiplayer laat maximaal 32 spelers het tegen elkaar opnemen op zowel de console als PC. Wij speelden met de Xbox 360-versie en kregen alleen de Ground Control-modus te spelen. Het doel van deze modus is om als team punten op het speelveld te veroveren en vast te houden, vergelijkbaar met de Conquest-modus in de Battlefield-games. Er zit wel een twist aan, want de strijd beslaat drie rondes. Na elke ronde verplaatsen de punten zich op de kaart, wat het spel dynamisch houdt en campen tegengaat. Het werkt best goed, aangezien je na een ronde verplicht bent jezelf te verplaatsen ook al was je net zo lekker verschanst als sluipschutter.

Om in te komen begonnen we met een potje van acht tegen acht, zonder voertuigen. Het kleine slagveld situeerde zich in een vervallen stadje met smalle straten en genoeg autowrakken om dekking achter te zoeken. Het was gelijk onze eerste kennismaking met het Battlepoints-systeem, een soort multiplayervaluta. Tijdens het spelen verdien je met verschillende acties Battlepoints, die vervolgens gespendeerd kunnen worden aan bijvoorbeeld het hervullen van je ammunitie of het oproepen van een luchtaanval. Het doet denken aan de killstreak rewards van Modern Warfare of het geld dat je kon verdienen in Counter-Strike, maar nu bepaal je zelf wat je koopt en wanneer.

Sparen

Het opsparen van punten kan een wedstrijd zelfs doen kantelen zodra één van de verschillende drones aangeschaft wordt. Deze radiografisch bestuurbare voertuigen wisselen per klasse en geven de controle over bijvoorbeeld een helikoptertje die vijanden kan spotten en bestoken met raketten, of een soort tank uitgerust met een machinegeweer. Vooral het spotten van vijanden is een belangrijk tactisch voordeel en een goede manier om nog meer punten te verdienen. De balans slaat echter niet door naar de verkeerde kant want de drones zijn zeker niet oppermachtig, wat het een leuke toevoeging maakt.

Vervolgens mochten we aan de slag op een groter speelveld met 32 spelers, dit keer met voertuigen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Battlefield-reeks bevinden deze voertuigen zich niet fysiek op het speelveld, een bewuste keuze van ontwikkelaar Kaos Studios. Het is de ontwikkelaar namelijk opgevallen dat er vaak gewacht wordt op voertuigen, waardoor meerdere spelers zich onttrekken aan de strijd om plaats te kunnen nemen in bijvoorbeeld een helikopter. En je zult altijd zien dat de slechtste bestuurder er met het voertuig vandoor gaat en deze tien meter verderop al laat neerstorten en zo het complete team benadeelt.

Homefront heeft hier een oplossing voor. Voertuigen kunnen alleen aangeschaft worden met Battlepoints zodra je respawnt. Je start dan in het gekochte voertuig en hoeft dus niet bang te zijn dat iemand anders ermee vandoor gaat. De betere voertuigen vragen wel een erg flinke investering, maar dan heb je ook wat. Zodra bijvoorbeeld een helikopter op het speelveld verschijnt kun je beter schuilen of hopen dat je genoeg punten hebt om een raketwerper aan te schaffen, want de raketsalvo’s die deze laat neerdalen zijn niet misselijk. De balans in de vroege versie was alleen nog een beetje zoek. Zo was het verdraaid lastig om een tank kapot te krijgen, terwijl een helikopter zo uit de lucht geschoten kon worden. Ook de besturing liet nog het een en ander te wensen over, voornamelijk met de grondvoertuigen. We zaten regelmatig klem met de tank omdat de besturing niet mee wilde werken.

Erg vroeg

Het is niet zo vreemd dat er in een vroege versie wat problemen zitten, dus daar tillen we nog niet al te zwaar aan. Ook het grafische gedeelte is nog in een pril stadium, dus ook daarover zullen we nog geen oordeel vellen. Het kleine onderdeel van de multiplayer dat we konden spelen heeft ons in ieder geval best positief verrast met enkele doordachte gameplayideeën. Homefront is daarom zeker een titel om in de gaten te houden, maar de tijd moet uitwijzen of het straks de concurrentie aan kan gaan met de grote online-kanonnen zoals Call of Duty.