Geen Ghosts. Geen Warthogs. De bèta van Halo 5: Guardians beperkt zich tot kleine maps, zonder die zo kenmerkende voertuigen om in rond te rijden en Spartans mee aan gort te schieten. Die keuze lijkt bewust. Wie de game voor het eerst speelt voelt aan alles dat één insteek overheerst. Oog om oog, tand om tand. Halo 5: Guardians doet vanwege de hoge spelsnelheid denken aan het vlotte Call of Duty, maar ook aan de beste arenashooters van weleer.

Ja, dat is een goed teken. Het vorige deel, Halo 4, was zeker geen slechte shooter, maar volgens velen wel een teleurstellende Halo-game. Althans, online. De complexere actie kon veel fans niet bekoren. Halo 4 voelde een beetje afstandelijk. De hoeveelheid gadgets en skills van je Spartan zorgde ervoor dat de basis ondersneeuwde. Halo draait om granaten gooien, slaan en schieten. Hoe meer lagen daar bovenop komen, des te waziger de visie van een Halo-titel achteraf aanvoelt, zo bleek uit het desalniettemin zeer vermakelijke Halo 4.

Halo 5: Guardians

Feel

Halo 5: Guardians keert op papier niet terug naar die simpele Halo-gameplay van weleer. Kijk maar naar de toevoegingen. Je kunt, als je in de lucht hangt, op de grond ‘stompen’, waarbij je weinig overlaat van de Spartan waarop je probeert te landen. Een min of meer nieuwe sprintknop maakt het mogelijk snel weg te rennen van het inkomende gevaar.

Met de linkertrigger kun je bovendien inzoomen (en zo wel degelijk accurater zijn) met ieder wapen dat je in je handen krijgt – een unicum binnen de Halo-serie en volgens velen ook een knieval richting de Call of Duty-generatie. Met een Assault Rifle kunnen inzoomen is binnen de Halo-serie een flinke vervaging van diens normen en waarden. Waarom zou de serie niet trouw blijven aan waarmee het groot is geworden?

Als Halo-fans van het eerste uur moesten we dan ook wennen. Dat duurde behoorlijk lang, maar we zijn uiteindelijk met veel plezier (en aanvankelijk weemoed) overstag gegaan. Ook de fan in ons kan niet ontkennen dat Halo 5: Guardians onverklaarbaar lekker wegspeelt. Het voelt ergens alsof we het onszelf niet toestaan om het toe te geven, maar de hernieuwde multiplayer van Halo 5: Guardians lijkt een logische stap naar een meer competitieve game, zoals ook Halo 2 dat was.

Halo 5: Guardians

Competitiviteit

Dat willen we even uitleggen. De gameplay is een stuk complexer dan Halo 2 en heeft duidelijk leentjebuur gespeeld bij Call of Duty. Zeker als het aankomt op die kenmerkende 60 frames per seconde-feeling, waarbij spelers bovendien sneller doodgaan dan je van Halo gewend bent, de spelsnelheid hoger ligt, de wapens ‘militair’ aanvoelen en het kunnen inzoomen (ADS); alle veranderingen zorgen voor een andere wisselwerking in duels tussen spelers.

Dus vanwaar die vergelijking met Call of Duty, als de game ook veel wegheeft van Halo 2? De twee shooters liggen niet erg dicht bij elkaar. De vraag is dan ook misleidend. Halo 5: Guardians heeft namelijk niets weg van Call of Duty in publics, maar van Call of Duty in de supercompetitieve e-sports-modus. In die modus is de gameplay gestript van al haar perks, killstreak rewards en andere gekkigheden. Balans en tactiek vieren dan hoogtij. Inderdaad, net als in Halo 2, en dus ook net als in Halo 5: Guardians.

Halo 5: Guardians

Heerlijke shooter

Er is een glansrol weggelegd voor de maps, die nu al doen denken aan de beste momenten op Battle Creek, Midship (een remake volgt in de volledige game) en Lockout. De maps zijn klein, symmetrisch en simpelweg uitermate geschikt voor (we kunnen het niet vaak genoeg benadrukken) een èchte arenashooter, zoals Halo zich in de multiplayerbèta laat spelen. We voelden ons als Halo-fans gelijk thuis.

Dat je met alle wapens kunt inzoomen, moet er, zo lijkt het, voor gaan zorgen dat Halo aansluiting vindt bij de Call of Duty-doelgroep. Gelukkig is de auto-aim van Halo nog altijd een stuk minder overheersend dan in Call of Duty-games. Wat je wel merkt, vooral in één-op-één-duels, is dat vrijwel iedereen voor de headshots gaat – ditmaal niet enkel met de DMR, Pistol of Battle Rifle, maar dus ook met de Assault Rifle en zelfs SMG.

En waarom ook niet, want het schieten voelt (mede dankzij ADS) verfijnder aan dan we na het zien van de eerste beelden van de game konden hopen. Headshots geven met een Battle Rifle of DMR is echt een onverklaarbaar fijn gevoel. Het wapenarsenaal met bijbehorende feel lijkt de stuwende kracht achter de hernieuwde Halo-multiplayer, en daarmee dus ook de gameplay over de breedte. In tegenstelling tot in Halo 4, staat de actie, met andere woorden het rauwe knallen en het beter willen zijn dan de rest, in Guardians centraal.

Halo 5: Guardians

Geen vergelijking

De vergelijking met Call of Duty-games mag veelgemaakt zijn, maar is enkel terecht als je die Ranked Play-modus in ogenschouw neemt. Halo 5: Guardians lijkt een basale shooter te worden, die enkel de Call of Duty-mechanics leent die de actie verrijken, niet verwateren. Het resultaat is een bèta van een Halo-getrouwe, competitieve arenashooter zonder al te veel opsmuk. Daar kunnen zowel de fans als nieuwelingen toch niet echt rouwig om zijn.