Beter goed gejat dan slecht verzonnen, moet DICE dus waarschijnlijk gedacht hebben toen ze voor EA Los Angeles de multiplayermodus van Medal of Honor tot stand brachten. Nu lijkt dat misschien een flauwe generalisatie, maar aangezien de bèta weinig introduceert dat niet in Modern Warfare 2 of Bad Company 2 zit, kunnen we moeilijk anders stellen. Daarmee impliceren we echter niet dat Medal of Honor geen plekje tussen alle grote shooters van 2010 verdient, want qua spelplezier stelt de bèta allerminst teleur.

Geen revolutie

Vanaf de eerste minuut wordt al duidelijk dat de multiplayermodus van Medal of Honor geen revolutie, noch een evolutie van het online shootergenre is. Aan het begin van de ronde maak je de keuze uit een sluipschutter-, engineer- of standaard soldaatklasse. Door het behalen van punten bouw je jouw personage verder uit met bijvoorbeeld nieuwe wapens, geweeruitbreidingen en extra granaten. Deze punten ontvang je door tegenstanders te elimineren of, afhankelijk van de spelmodus, opdrachten te voltooien. Naast het standaard team deathmatch kun je je in de bèta namelijk ook op de mission-modus storten, waarin twee teams zich bezighouden met het verdedigen dan wel aanvallen van enkele posities.

Wat ons bij beide modi opviel was de lage snelheid waarmee je nieuwe wapens of wapenuitbreidingen vergaart. Als sluipschutter zul je aanvankelijk een flinke tijd moeten doorspelen wil je je eerste, echte sluipschuttersgeweer bemachtigen. De eerste drie á vier uur moet je het doen met een vrij irritant en weinig nuttig vizier, wat meer plezier wegneemt dan je misschien zou vermoeden. Met hetzelfde probleem kampen de andere twee klassen, hoewel je bij een M16, M4 of andere machinegeweer waarschijnlijk minder afhankelijk bent van de kwaliteit van je vizier. Bezit je dan eindelijk de door jou begeerde wapens en - uitbreidingen, dan zul je zien dat het spelen je soepeler afgaat en je minder frequent het loodje zult leggen.



Euforisch
Hoewel de gameplay inderdaad veel wegheeft van eerdergenoemde games, speelt Medal of Honor alsnog heerlijk weg. Natuurlijk weten we allemaal waar DICE de inspiratie voor het inroepen van radarvoertuigen en mortiergranaten, het puntenbeloningssysteem en het ontvangen van medailles en badges heeft opgedaan, maar na enkele uren speeltijd moeten we toch stellen dat Medal of Honor ons absoluut niet tegenvalt. Het maken van een headshot voelt als een heerlijke beloning en het inroepen van de welbekende airstrikes is iedere keer weer een euforisch moment.

Je zou kunnen stellen dat Medal of Honor het beste van Call of Duty en Battlefield combineert, maar dat betekent niet dat de game foutloos is. Voorafgaand aan je dood blijft het beeld bijvoorbeeld een fractie van ‘n seconde hangen. Nu is dat voor één keer te overzien, maar wanneer je er telkens weer mee geconfronteerd wordt, wordt dit mankementje al gauw ergerlijk. Ook op audiovisueel gebied valt er het een en ander op de bèta aan te merken. De omgevingen zijn ongeïnspireerd en lelijk, de personages zijn eveneens niet moeders mooiste en sommige geluiden lijken zelfs rechtstreeks uit Bad Company 2 te stammen.

Herkenbaarheid
Afgaande op de bèta, lijkt het grootste probleem van Medal of Honor de grote mate van herkenbaarheid. De vraag of diens multiplayer een plek verdient naast het aankomende geweld van Black Ops en Crysis 2 rijst daardoor. DICE moet nog eventjes sleutelen aan sommige elementen en een betere, misschien iets originelere route uitstippelen, want datgene wat we onder handen kregen smaakte wel degelijk naar meer.