Op 3 februari verscheen Darkest Dungeon op Steam. Nog wel in Early Access, maar ik stond te popelen om het uit te proberen. Net zoals mijn eerste groep avonturiers, overigens. Een crusader, een highwayman, een vestal en een plaguedoctor – het Darkest Dungeon-equivalent van het klassieke rpg-team. Nu, vele expedities later, leeft alleen de vestal nog. Momenteel zit ze in het sanatorium, achter slot en grendel. Wie weet vindt ze later alsnog de dood in de kerkers.

Hoogmoed voor de val

Mijn eerste expeditie, met als doel het verslaan van alle ondode gedrochten in de kamers van de duistere ruïnes, eindigde in falen. Ik had pech. De onheilspellende omgeving, die ik gang voor gang en kamer voor kamer moest verkennen, was genoeg om de hoogmoedige avonturiers half tot waanzin te drijven. Een herrezen stoffelijk overschot klaarde klus met een aantal kritieke treffers. Vechten in deze omstandigheden is niet aan te raden. Zelfbenoemde helden die gebukt gaan onder grote stress verliezen vaak hun ratio. Ze negeren de opdrachten van de hogere macht die het beste met hen voor heeft, en verkiezen paranoia en egoïsme tot hun nieuwe heersers. Sommigen ontwikkelen een doodswens. Terugtrekken – met een beperkte hoeveelheid buit op zak, dat wel - was de enige optie.

Gelukkig arriveren elke week nieuwe avonturiers, allemaal op zoek naar faam en rijkdom. Wat deze lading aantrof was een vestal die smeekte om niet terug te hoeven naar de claustrofobische gangen gevuld met wrede verschrikkingen. Tevergeefs, want wie helder is van geest moet vechten. Deze expeditie ging beter. Mijn ingekochte proviand liet niets te klagen over en ook aan fakkels geen gebrek. De aanklachten tegen de natuur waren niet zo georganiseerd als vorige keer en de vers gerekruteerde gravedigger blonk uit in het raken van hun zwakke plekken. De vestal overwon tijdelijk de duisternis in haar geest en wierp zich op als ware leider. Elke keer wanneer de nieuwe crusader op het randje van de dood wankelde, trok ze hem terug met haar genezende magie. Sterk was het niet, maar het was genoeg. De groep die terugkeerde was op sterven na dood, maar ze hadden hun eerste succesvolle stap gezet.

Weken later ontstond er een soort van routine. De avonturiers werden in twee groepen opgedeeld, met reserverekruten om eventuele absenties aan te vullen. Wie een week geen dienst had in de kerkers, mocht bijkomen in de herberg of het klooster. Sommigen hielden er eigenaardige voorkeuren op na. Een plaguedoctor zag een nacht in het bordeel als enige manier om te ontspannen. Het resultaat was syfilis. Het was het begin van het einde voor de plaguedoctor. Lichamelijke en geestelijke kwalen beïnvloeden het functioneren van avonturiers. Een bezoek aan het sanatorium biedt soelaas, maar is prijzig. Geld is beperkt en kan ook in andere zaken gestoken worden, zoals nieuwe uitrusting en het verbeteren van vaardigheden.

Langzaam maar zeker begon ik licht in de duisternis te zien. De fakkels brandden fel en ik vond meer schatten dan mijn avonturiers konden dragen. De mogelijkheid om tijdens expedities kamp op te zetten, hielp de innerlijke demonen op afstand te houden. De eerste baas die ik velde, een duivelskunstenaar die zich schuldig maakte aan necromantie, bood weinig weerstand. Ik had geluk. Mijn team van ervaren avonturiers was toevallig precies juist samengesteld om al zijn aanvallen op te vangen.

Het duurde echter niet lang voor het tij keerde. De ontmoeting met een kannibalistische heks had een winbare strijd moeten zijn voor mijn secundaire groep. Dat is wat het missie-overzicht mij vertelde. Het was een leugen. Mijn krijgers werden haar ingrediënten. Lachend gooide ze haar lugubere brouwsel naar zij die nog leefden. De sterkste vechters probeerden de ketel om te gooien om hun bondgenoot te redden. De ketel ontweek hun aanvallen – duivelse magie of een vergeten fout in de grootse plannen van een schepper? Wat uiteindelijk uit de pot viel kon amper op zijn benen staan. De feeks had al een nieuw slachtoffer op het oog. Het was te veel. De waanzin overwon. Niemand van het secundaire team keerde terug naar het troosteloze dorp dat hun thuis was geworden.

Sinistere slotmachine

Dat was toen ik Darkest Dungeon tijdelijk vaarwel zei. Die slachtpartij bevestigde wat ik eigenlijk al veel eerder doorhad maar had genegeerd. In Darkest Dungeon is het lot van mijn avonturiers niet afhankelijk van mij, maar van de digitale dobbelstenen die diep in het programmeerwerk verstopt zitten. De game is een uitgebreide gokkast, al dan wel eentje waarin je slechts eenmaal geld hoeft te steken om eindeloos te kunnen spelen. Ik ben geen gokker en dat maakt Darkest Dungeon voor mij frustrerend en stressvol. Dat is mogelijk ook het doel van de ontwikkelaar, maar alles wat ik nu wil is een week lang Paper Mario spelen. De week daarna durf ik misschien weer in die gruwelijke afgrond te staren.

Darkest Dungeon bevindt zich op het moment van schrijven nog in Early Access. De game biedt al tientallen uren aan content, maar gezien de aard van het genre is die content niet zeer afwisselend. Technische problemen zijn minimaal. Het ergste wat ik heb meegemaakt is dat de game niet voorbij het logo kwam wanneer de Steam-overlay was ingeschakeld. Wie deze frustrerende, oneerlijke, gestoorde, uitdagende en fascinerende game zelf wil ervaren, hoeft dus niet te wachten op de echte release.