Net op het moment dat m'n oren beginnen te bloeden van het saaie gesprek en ik een andere collega stiekem op z'n tenen trap om aan te geven dat-ie me uit dit gesprek moet redden, begint meneer de ontwikkelaar met dubbele tong plots te brabbelen over een andere game uit EA's stal: Dante's Inferno. “The game is just like God of War, but that's a fucking amazing game, so why would anyone care?” Goed punt, maar in een industrie waar kritische spelers steeds denken innovatie te willen, is het misschien niet de beste manier om een game als copycat te gaan omschrijven…

De volgende dag loop ik verschillende keren langs het hoekje waar Dante's Inferno gespeeld kan worden en zie ik precies wat mijn dronken conversatiepartner bedoelde. Veel soepele actie met een wapen dat op korte en lange afstand gebruikt kan worden, een paar grote bazen en dat doorspekt met Quick Time Events om deuren en kistjes te openen en om vijanden op brute wijze af te maken. Dat hebben we eerder gezien en bovendien zijn er nog een sloot andere titels waar ik niet een half uur hoef te wachten om te kunnen spelen, dus veel verder dan een paar zijdelings geworpen blikken komen Dante's Inferno en ik niet.

Toch is het principe achter de game allesbehalve goedkoop in elkaar gedraaid. Geheel gebaseerd op het epos 'De Goddelijke Komedie' van de dichter Dante Alighieri uit de 14e eeuw, leidt Dante's Inferno je door de negen schijven van de hel. Hoe groter de zonden die je in je leven bent begaan, hoe gruwelijker de laag waar je ingedeeld zal worden. Om het epos nu nog zonder verklarend woordenboekje door te nemen is gekkenwerk, maar dit verhaal is zo'n beetje de grondlegger geweest van hoe de hel eruit zou zien en daarom ook perfect voer een epische game.

Aan het einde van de dag – als alles om de inmiddels bijna verlaten stand van Dante's Inferno opgeruimd is – ga ik het er toch maar even op wagen. Een aanwezige PR-manager is bereid nog wat langer te blijven voor me en terwijl zowat alle journalisten op weg terug naar het hotel gaan, neem ik in m'n uppie plaats voor een ritje richting de eerste schijf van de hel. Terwijl ik begin op de rug van een gigantisch monster dat fungeert als vervoersmiddel naar de entree van de eerste schijf, speelt de game al direct vlot weg – niet in de laatste plaats omdat ik in mijn leven al heel wat uurtjes in God of War heb gestopt. De zeis die Dante van Magere Hein heeft gejat kan worden gebruikt met een druk op de knoppen voor zachte of harde aanvallen en met een paar rammen achter elkaar knoei ik er zo de ene na de andere spectaculair ogende combo uit. Met een druk op de andere knoppen kan er gesprongen of gegrepen worden. Oftewel: God of War met een zeis.

Ondanks gematigde verwachtingen (of misschien juist dankzij) ben ik de eerste vijf minuten enkel bezig met het uitspreken van verwondering. Terwijl het kijken van Dante's Inferno niet onaardig is, is het spelen ervan des te intenser. Vooral als ik na het afslachten van hordes voetvolk op de rug van een groot monster spring en 'm via een snelle QTE berijd als mythische wandelende tank, kan ik bijna niet bevatten hoe vet ik dit vind. Als ik klaar ben met de rest van het slachtvoer spring ik richting het hoofd van het nog vele malen grotere monster dat ons vervoert en draai ik z'n nek om. Op dit punt ben ik verkocht. De zwevende kolos valt dood uit de lucht en met een laatste sprong bereik ik nog net de ingang van schijf nummertje één. Dit smaakt naar meer.

Langs goed vormgegeven omgevingen (al gebiedt de eerlijkheid te zeggen, hier mogen nog net even wat meer sfeerelementen worden aangebracht) knok ik me op fenomenale wijze een weg naar de eerste eindbaas toe. Gaandeweg valt het me constant op hoeveel deze game inderdaad op God of War lijkt, maar het zegt veel dat deze gelijkenis helemaal niet stoort. Misschien komt dat ook doordat Dante's Inferno (met behoorlijk wat lead designers uit de eerste God of War in huis) niet per sé onderdoet op het gebied van actie. Het speelt allemaal heerlijk soepel en de combo's zijn zoals gezegd spectaculair. Misschien is het ook wel door de geheel eigen trekjes van deze game dat ik het gemakkelijk slik. Baby's die uit hellevuur kruipen en met een slag van je zeis onthoofd worden is zo'n gruwelijk fenomeen dat naadloos past in deze game, daar hopen we meer van te gaan zien.

Aangekomen bij een eindbaas van epische proporties zet Dante's Inferno nog eenmaal op een rijtje wat het allemaal in huis heeft: geweldige actie, een fijne timing, snelle ontwijkende rollen en genadeloze counters, allemaal afgemaakt met een toefje QTE dat weer leidt tot actiemomenten waarvan je adrenaline sneller gaat stromen. Ze zeggen dat dronken mensen altijd de waarheid spreken en. daar in dat bijna verlaten hoekje met een PR-manager die een half uur overwerkt, kom ik erachter dat dit inderdaad zo is. The game is just like God of War, but that's a fucking amazing game, so why would anyone care? En zo is het maar net.