Bionic Commando laat je zowel verticaal als horizontaal van volledige vrijheid genieten. Gigantisch grote bazen en hordes vijanden zullen je pad kruisen. Baasgevechten vereisen uiteraard iets meer geduld en tactiek. Indien je bepaalde voorwerpen, zoals grote containers, naar je toe trekt met je kabel dan kun je die vervolgens ook naar vijanden gooien. Je kunt de grijphaak ook aan een vijand vast schieten. Daarnaast kun je een zip-kick-aanval doen, waarbij je jezelf als het ware langs de kabel tegen de vijand aan lanceert.

Wij mochten aan de slag met twee demolevels. De eerste was een tutorial, waar je stapje voor stapje wegwijs werd gemaakt met de mogelijkheden van je bionische arm en je even mocht proeven van het vechtsysteem. Al snel bewogen we ons sierlijk door het level, dat eigenlijk niet meer was dan een afgebakende oefenkooi. De besturing voelde soepel aan, hoewel het wel eventjes wennen was om bliksemsnel te richten en weer verder te zwaaien. We lieten Nathan in het begin dan ook een paar keer flink hard te pletter vallen.

Het tweede level was in multiplayervorm, wat nog niet heel overtuigend was. Capcom belooft in de uiteindelijke versie tien spelers tegelijk met elkaar te laten vechten, maar in de versie die wij speelden waren dat er maar vier. Het level voelde dan ook vrij leeg. Wapens verschijnen op vaste plekken in het level, zoals een shotgun, sniper rifle, sub-machine gun en een granaatwerper. Je kunt ook je grijparm vastschieten aan een tegenstander, waarna hij je het hele level doorsleept. Dit laatste ziet er overigens behoorlijk komisch uit.

Helaas was de singleplayer campagne nog niet te spelen, want daar keken we het meest naar uit. Wel zagen we tijdens de presentatie een stuk van een jungle-level, waar Nathan uiteindelijk een grote mech-robot moest verslaan door eerst zijn zwakke plek te vinden. Die bleek op zijn rug te zitten. Nathan schoot vervolgens zijn grijphaak op de rug van de mech en lanceerde zichzelf daarna middels een zip-kick via de kabel tegen de baas aan en raakte hem vol hem op zijn zwakke plek. Volgende keer willen we deze toffe dingen toch echt eens zelf proberen Capcom, vooruit met de geit!