Neem bijvoorbeeld het Wonderland in die eerste Alice. Een droom? Niet in deze game, hier is het haar eigen psyche waarin Alice verdwaalt. Nadat ze haar familie ziet verbranden in haar ouderlijk huis, geeft ze zichzelf de schuld. Ze raakt in een apathische toestand, de buitenwereld doet haar niets meer. Haar kleine, verwilderde en extreem gewelddadige leefomgeving is niet echt, het is haar compleet verneukte belevingswereld, vormgegeven als een door en door verrot Wonderland.

Nostalgie verbloemt

Het zegt wat over een game die het aandurft om een klein meisje op te zadelen met een enorm psychisch trauma dat ze hardhandig moet zien te overwinnen. Daar is lef voor nodig en het is daarom ook niet zo vreemd dat gamers het bizarre spel omarmden. Maar wie met een nuchtere blik terugkijkt op American McGee’s Alice ziet dat het – buiten een uniek concept – helemaal niet zo briljant was. Matige gameplay was het eerste dat aan de boom van succes stond te hakken, maar dat verbloemen onze nostalgische gevoelens nogal eens.

Alice: Madness Returns vertelt Alice’s verhaal elf jaar later. Ze is zichtbaar ouder geworden, is weer onder de mensen, maar nog wel onder de hoede van een ietwat vreemde psychiater. Daar beginnen we aan onze tweede trip met het meisje dat inmiddels een jongedame is. Klaar bij de psychiater, lopen we door het tehuis waar ze zojuist haar sessie heeft gehad. Dan de eerste stappen naar buiten, om de eerste indruk compleet te maken. En die is meer dan fantastisch.

Victoriaans op z’n best

Grafisch doet Alice: Madness Returns iets heel bijzonders. In het oude, Victoriaanse Londen dat de game portretteert is het makkelijk genieten. Stijlen die elkaar goed aanvullen lopen heerlijk in elkaar over. We proeven de hand van Charles Dickens, zien sterk karikaturale personages die zo uit Tim Burtons Corpse Bride hadden kunnen stappen en ook het werk van poppenmaker Jim Henson kan de kenner niet ontgaan. Dit is al een wonderland op zich, in ieder geval voor de gamer, want voor Alice zelf is deze troosteloze, arme wijk haar enige realiteit.

Dat alles verandert als ze – hoe kan het ook anders –een wit konijntje door de straten van de donkere straten volgt. Zonder al teveel te verklappen: haar volgende stop is Wonderland. En die plek doet z’n naam eer aan. Ondanks dat Alice: Madness Returns technisch gezien niet de meest briljante titel is, zorgt het design ervoor dat we op slag verliefd zijn geworden op dit Wonderland. Onze eerste kennismaking is warm, dromerig en nostalgisch. Dominostenen zweven rond en steken half uit de vloer, halve stukken speelgoed symboliseren Alice’s jeugd en het felle kleurenpalet, in combinatie met de spectaculaire flora, staan symbool voor de geborgenheid die ze ooit kende. Zoals het leven van Alice echter gaandeweg een donkere wending heeft genomen, zo zien we ook in ons tweede hoofdstuk al dat moois langzaam verdwijnen. De bloemen en speelgoed maken daar plaats voor het verrotte en spookachtige kasteel van de Mad Hatter, in deze versie een halfvergane orc/cyborg.

Standaard springen

De Mad Hatter legt nog eens uit wat we al proefden: Wonderland is niet meer het mooie gebied dat het ooit was. Alice heeft de Queen of Hearts elf jaar geleden verslagen, maar er is een nieuwe dreiging. En terwijl we dieper in de psyche van ons hoofdpersonage duiken, moet duidelijk worden wat die nieuwe dreiging is. Voorlopig is die missie echter nog niet echt een spannende. In de eerste uren krijgen we een keukenmes en een pepermalen in handen waarmee we vijanden moeten afslachten. Dat gebeurt redelijk standaard. Drie keer slaan is een combo, een keer op de schouderknop drukken zorgt voor een ontwijkende manoeuvre en twee keer springen levert een dubbele sprong op.

Het contrast tussen gameplay en graphics is absurd. Hier hebben we een schitterende, bijzondere en unieke wereld, eentje die echt de moeite waard is om rustig te bekijken, maar de gameplay is urenlang gewoontjes. Het springen van platform naar platform, de puzzeltjes die daarbij komen kijken (hendeltje overhalen, deurtje open, je kent het) zijn kleurloos. Net als het vechtsysteem, dat ook weer in schril contrast staat met de meer aparte wapens die we gekregen hebben.

Innerlijk en uiterlijk

We zijn verliefd geworden op Alice: Madness Returns. Maar het probleem is, we zijn verliefd geworden op haar uiterlijk. De gameplay moet gaandeweg beter worden, anders gaat deze titel onze aandacht nooit tot aan de credits vasthouden. Er is hoop, want in een paar uur tijd, in zowel Wonderland en Londen, heeft Alice op meerdere fronten weten te verrassen. Maar nu is het tijd dat de game dat ook gaat doen als het op gameplay aankomt. Gooi er wat bizarre puzzels tegenaan! Meer unieke wapens! Onvergetelijke platformactie! Een game zo mooi, verdient het om een gelijkwaardig innerlijk te krijgen. Of dat ook zo is, lees je binnenkort in onze recensie.