Toen ik twee dagen voorafgaand aan Gamescom aan Gerard vroeg of hij mijn en Marcels treinkaartjes had, was dat inderdaad het geval. Dat is mooi, want dat betekende één zaak minder om me druk over te maken. Maar het mocht natuurlijk niet zo zijn. Net op de laatste dag blijkt op de beursvloer dat mijn ticket voor de terugreis in Gerards administratie verloren is gegaan.

Ach, an sich was dat nog niet zo’n probleem. Het ticket stond in mijn mail, dus heb ik ‘m later geprint in het perscentrum, samen met die van Gerard en Marcel, gewoon voor de zekerheid. En dat was maar goed ook. Want eenmaal op het perron, zo’n tien minuutjes voordat de internationale trein naar Utrecht aankwam, blijkt dat niet alleen mijn ticket, maar alle tickets die Gerard 'mee had genomen' verloren waren gegaan. Dus ook die van hemzelf en Marcel. Ik overhandig met lichte trots de tickets die ik eerder had uitgedraaid. Ik pak ook die van mij, vouw hem vier keer op en donder het papiertje in de asbak op het perron.

Wacht. Wat?

Juist. In een moment van onoplettendheid denk ik heel even mijn Gamescom-rooster, waarop al mijn afspraken staan, weg te gooien. Want ook dat papiertje had ik vier keer opgevouwen en in mijn broekzak gestopt. Maar na een simpele double-check blijkt het toch echt mijn ticket te zijn dat nu in de asbak ligt. En niet zomaar een asbak: nee, ik krijg het voor elkaar om het ticket in een volledig afgesloten asbak te mieteren met een van de kleinste openingen denkbaar.

Met Gerard die zich een ongeluk lacht en Marcel die zijn telefooncamera op me richt, begin ik het zo’n vijf minuten voor vertrek benauwd te krijgen. Denk, denk. Mijn jonge geest laat me vaak in de steek, maar nu niet. Ik pak mijn rooster, rol ‘m strak op en vraag een kauwgom aan Jules, redactielid van insideGamer. Ik kauw op het stukje tot het rubberig is, droog het uit door het uit te wrijven en plak het op het uiteinde van het opgerolde A4’tje. En jawel, met chirurgische precisie lukt het me het kaartje uit de asbak te lichten. RonGyver.

Eenmaal in de trein begin ik met het schrijven van stukjes. Ik begin als eerste aan Medal of Honor: Warfighter. Na drie kwartier is de tekst klaar. Met lichte tegenzin (ik lees mijn teksten een dag na schrijven graag nog een keer door, tip) overhandig ik de laptop aan Marcel. Na het nakijken wil ik aan de slag met zijn opmerkingen, maar natuurlijk, het mocht niet zo zijn. Ik heb het nog nooit eerder met mijn laptop meegemaakt, maar op de een of andere manier dondert de accu op de grond. Dag artikel, dag nakijkwerk en dag Keulen. Kutstad.