Afgelopen dinsdag maakte de Duitse minister van Gezinszaken Ursula von der Leyen bekend dat de overheid zo snel mogelijk een verbod wil op de verkoop van gewelddadige games aan kinderen en tieners. Dit gaat ook op voor games die niet per se geweld verheerlijken. Deze games mogen niet in de gewone handel worden verkocht, en reclame ervoor maken is tevens verboden. Wanneer een winkelier dergelijke games aan een minderjarige klant verkoopt, kan deze een boete tot vijftigduizend euro verwachten.

Verscheidene hoge Duitse politici hebben al de link gelegd tussen dodelijke schietincidenten en zogenaamde 'Killer-Spiele'. Onderzoek wijst echter keer op keer aan dat gewelddadige games niet kunnen leiden tot het vermoorden van andere personen uit het echte leven. Onder andere bij de slachting in Erfurt werd erop gewezen dat de dader een Counter-Strike speler was. Ook vorig jaar, toen een scholier met staafbommen zijn schoolgebouw inrende, moesten de 'Killer-Spiele' het ontgelden. Opvallend is dat in Europa Duitsland het meest hysterisch omgaat met dergelijke games. Zou er dan wel een relatie bestaan tussen het aantal dodelijke schietincidenten en het gebruik van games als zondebok door politici?

Met dank aan Defl voor het melden van dit nieuws.