Wie zijn virtuele stad een beetje professioneel wil aanpakken, moet het vak van stedenbouwkundige wat beter begrijpen. Volgens Gert-Jan heeft hun werk veel overeenkomsten met SimCity. “Je moet met veel verschillende parameters werken, je moet zorgen dat mensen blij zijn, dat er politieke goodwill is. Stedenbouwkunde is niet alleen maar tekenen hoe het moet worden en dan wordt het ook zo gebouwd. Het is een heel complex proces wat vaak heel lang duurt. Het plaatje dat je aan het begin tekent gaat nooit zo uitgevoerd worden. Ook bij SimCity is het volgens mij een proces dat zich steeds ontwikkelt en waar je heel lang in zit. Alles wat je bouwt heeft weer invloed op iets anders. Als je veel woningen neer wilt zetten, kun je bijvoorbeeld weer minder water of andere natuur kwijt.”

 

Ik ben de baas

Maar natuurlijk zijn er ook een hoop verschillen. In een game ben je zelf de baas en bepaal jij waar alles komt te staan. Stedenbouwers proberen hun opdrachtgevers wel te sturen, maar uiteindelijk maakt iemand anders de beslissingen. Je moet met een hoop wensen rekening houden. “Aan de ene kant heb je een projectontwikkelaar. Die wil zoveel mogelijk huizen kunnen neerzetten, het liefst ook in een duur segment. Dan heb je de gemeente, die wil dat aan de ene kant ook, maar aan de andere kant wil die ook de lokale woningmarkt goed op peil houden, dus er moeten bijvoorbeeld ook sociale huurwoningen in. En er moet plek worden geboden aan lokale initiatieven en bedrijven. Wij tekenen uit hoe hun wensen er uit kunnen zien.”

Anna zou het misschien wel zien zitten om in haar eentje de baas te zijn. “Wij hebben vaak te maken met veel documenten en politieke invloeden. Soms begin je ergens aan en een jaar later heb je ineens weer met een andere burgemeester te maken, die misschien weer andere dingen wil. Dan moet alles weer anders.” Dat getouwtrek met gemeentes en opdrachtgevers klinkt misschien vervelend. Gert-Jan vindt het echter een leuk onderdeel van het vak. “Je wilt dat wat jij hebt ontworpen ook echt gebouwd wordt. In deze tijd ben je soms alleen maar maquettes aan het maken. Er wordt niet veel gebouwd, sommige ontwerpen liggen gewoon in een la. Dat is ook niet leuk, dan wil je ineens met iemand gaan praten om hem te overtuigen.”

En misschien is het ook maar beter dat er niet maar één iemand aan het roer staat. Als burgemeester van SimCity kun je natuurlijk flinke chaos veroorzaken. “Het maakt het spannender, en ook wel beter dat je anderen hebt die je daar bij helpen. Soms zit je er ook van te balen, dat gewoon iemand een beslissing neemt om het woningaantal te verdubbelen. Dan ben je weer veel tijd kwijt.” Gert-Jan: “Maar ook dat triggert je creativiteit, dat je het weer op een andere manier moet oplossen. Daar komen weer dingen uit die je anders nooit had bedacht.”

Een leeg vlak

Een punt waar de twee stedenbouwers op blijven hangen is het lege canvas waar je in SimCity mee begint. In het echt gebeurt het nauwelijks dat je een hele stad uit de grond stampt. Normaal gesproken bouw je in de context van iets anders en kun je ideeën opdoen uit de omgeving. Zo in het niets een stad bouwen is bijna ondoenlijk om voor te stellen, en Anna zou het niet eens willen doen als ze de kans kreeg. “Een stad leeft omdat hij zo divers is, omdat er zoveel krachten zijn van zoveel tijden en zoveel lagen over elkaar heen, dat kun je volgens mij niet ineens bouwen. Je kunt het wel proberen, maar ik zou het niet zomaar willen doen. De sociale laag van een stad is heel bepalend, en dat kan je als stedenbouwer moeilijk meeontwerpen. Je moet weten wie er gaat wonen en een stad bouwen waar mensen ook echt in kunnen wonen.”

Gert-Jan vertelt over een project in China waar een heel stuk land is plat geschraapt en is bedolven onder het zand. Daar moet nu een stad komen te staan. Toch een leeg veld zoals in SimCity dus, maar zelfs dan nemen de stedenbouwers de omgeving mee in hun ontwerp. “We hebben geprobeerd om het lege canvas interessant te maken en een lokale kwaliteit te geven. In de geschiedenisboeken stond dat op deze plek in China vroeger een groot mystiek meer lag. Wij hebben toen geprobeerd dat meer terug te brengen met eilandjes en wegen in het water. Zo geef je al die mensen die er omheen komen te wonen iets om naar toe te gaan.”

Een bankje in de zon

Als de stedenbouwers tips moeten geven aan al die gamers die straks de nieuwe SimCity opstarten, dan is het vooral om goed om zich heen te kijken. Anna: “Eigenlijk moet je proberen te bedenken wat je leuk vindt aan je eigen stad, of welke stad dan ook. Wat zijn dat voor elementen, hoe ziet het er uit, en waarom vind ik dat leuk? Zo kun je aan de slag zonder dat je professioneel stedenbouwer bent. Wij gebruiken ook principes die we kennen uit ons eigen leven, mooie elementen die we op vakantie in Italië hebben gezien. Dan denk je er over na: waarom vind ik dat mooi? En zou dat in mijn nieuwe stad ook kunnen, of werkt dat juist niet?”

Uiteindelijk is een stad meer dan alleen een hoop gebouwen bij elkaar. Een stad is iets waar mensen wonen, werken, elkaar ontmoeten: een stad leeft. Dan voldoet het niet om saaie rechte wegen te bouwen en die vol te stouwen met woningen. Gert-Jan: “Als je af gaat spreken met je vrienden om naar de bioscoop te gaan, waar doe je dat dan? Dat is meestal op de hoek bij die kerk, of het pleintje met de drie bomen. Het zijn altijd plekken die je je kan herinneren en die je kunt herkennen. Ook al is het maar een bankje in de zon, dat geeft toch een bepaalde kwaliteit aan je stad. Dat zou ik als SimCity-speler voor elkaar proberen te krijgen. Plekken creëren om mensen naar toe te trekken, waar ze elkaar kunnen ontmoeten.”