Gastcolumn door Yoram Tap

Na het incident in Virginia is de discussie van het effect van geweld in videogames wederom opgelaaid. Verschillende partijen proberen hun gelijk te halen betreffende de oorzaak. Is het de psychosociale achtergrond van de schutter, de Amerikaanse wapenwetgeving, het "verwende gedrag" van de mensen uit zijn omgeving...of...videogames?

Het is interessant hoe de gaming community reageert op het idee dat videogames zouden kunnen bijdragen aan de aanzet tot daadwerkelijk gewelddadig gedrag. Hier moet ik bij zeggen dat de media vaak de specifieke nuances van onderzoek achterwege laat, en geneigd is causale verbanden te leggen als: videogames leiden onherroepelijk tot geweld. Deze stelling onderschrijf ik niet. Maar: hoe komt het dat de gaming community videogames zo onvoorwaardelijk steunt, en schijnt te bezitten onver onuitputtelijke psychologische kennis?

Wanneer op de Scholar versie van Google de naam "CA Anderson" wordt ingevoerd, verschijnen verschillende onderzoeken betreffende geweld in de media (televisie, film) en games. Dit zijn de onderzoeken waar in de media vaak naar wordt verwezen (Anderson is een vooraanstaand onderzoeker in het veld van media en menselijke agressiviteit). De conclusies houden over het algemeen in (specificaties van verschillende soorten context buiten beschouwing gelaten) dat het spelen van agressieve videogames in sommige groepen kan leiden tot een grotere kans op agressief en gewelddadig gedrag. Waarom verwerpt de gaming community dit soort onderzoeken zonder blikken of blozen? Het lijkt erop alsof de persoonlijke ervaring de gamer geldt als “het effect” wat gamen op iemand heeft. Daarbij stelt Harry Hol dat games identiek zijn in sociale lagen en emotionele geladenheid als dat van films. Het is duidelijk dat hij de interactie factor niet in acht neemt. Wat blijkt uit de onderzoekmethoden is dat een kenmerkend verschil tussen het kijken van films en het spelen van games de mate van interactie is. Bij films is het mogelijk mee te leven met personages; in games handel je zelf in de gegeven context.

 

Langzamerhand ontstaat er een soort wij-zij cultuur. Naar mijn idee getuigt dit van een (ongegrond) geloof in de eigen ervaring en geen vertrouwen in “de politiek” en “die onderzoekers”. Het is mij daarom ook onduidelijk waarom iemand als de heer Thompson zo radicaal wordt afgemaakt in de online omgeving. Hij wordt verweten van het feit dat hij moordincidenten in Amerika aanpakt om zijn argumenten tegen de gewelddadige videogames kracht bij te zetten. Ik neem het hem ook kwalijk dat hij op gevoelige tijdstippen met dit soort zaken aankomt, maar aan de andere kant zijn dit de enige incidenten die er zijn. Wanneer er geen doden vallen is het geen headline nieuws en worden er geen verbanden met videogames gelegd. Zelf ben ik geen supporter van Thompson, omdat ik het verbieden van spellen te ver vind gaan.

Het enige waar ik voor sta is acceptatie van de mogelijkheid dat videogames effecten hebben op bepaalde groepen in de samenleving. Naar mijn idee is het gemakkelijk om alle onderzoeken zomaar naast je neer te leggen. Immers, “ik speel dit soort spellen al jaren, en ik ben heel normaal!”, is iets wat je vaak hoort. Het moge duidelijk zijn dat zulk soort uitspraken nergens toe doen.

Verbieden? Nee. Toch zou naar mijn idee het expliciete geweld in games over het algemeen wel iets naar beneden kunnen. Om eerlijk te zijn heb ik niet direct een oplossing voor de hand. Wel ben ik er van overtuigd dat het inzien en begrijpen van een probleem de eerste stap is naar een compromis of een oplossing. En om tot slot een laatste argument te weerleggen: als blijkt dat de jongen in Virginia geen fanatiek gamer was, bewijst dit absoluut niet dat gewelddadige videogames niet bijdragen aan agressief gedrag bij bepaalde groepen.