Omgekeerd escapisme: de behoefte om uit een fantasiewereld te ontsnappen naar de realiteit. Ik wilde wel gamen, maar met iedere minuut dat ik de controller langer vasthield, groeide het verlangen om mezelf weer in het echte leven te verliezen. Wat ik daar dan deed? Niet veel bijzonders. Maar het was wel mijn avontuur.

Iedereen die ik mijn ‘probleem’ vertelde, bleef maar volhouden dat het normaal was. ‘Je bent gewoon een gezonde jongen die houdt van sociale dingen doen’. Maar nee, dat kan het niet zijn. Daarvoor heb ik vroeger niet hele vakanties besteed aan games, series in één ruk uitgekeken en mijzelf hermetisch afgesloten van de buitenwereld, inclusief het raam in mijn kamer.

Dat venster leek gemaakt van eenzijdig glas, zoals in een ondervragingsruimte. Ik kon de wereld zien, alleen zij mij niet. En zelfs dat bleek nog te veel. Rolluiken dicht dus, blik op oneindig en mezelf onderdompelen in alle vormen van media die geen echte interactie vereisen.

Hoe heeft het dan zo ver kunnen komen dat ik nu snak naar contact met anderen, naar activiteiten buitenshuis, dusdanig dat ik alle andere lonkende toekomstperspectieven, zoals die van een duistere stripheld, een goedgebekte avonturier en een biomechanisch gemanipuleerde agent, structureel negeer?

De psycholoog stond op. Zonder ook maar een woord te zeggen liep hij naar een kastje dat even verderop in zijn kantoor stond. Hij haalde daaruit een PlayStation 3-controller tevoorschijn. Wat moet ik daarmee? Is dit soms een vorm van gewenning? Dat als ik nu maar gewoon bekend raak met het idee dat ik een controller omklem, de rest vanzelf wel weer komt?

Mijn vingers rusten op de rechter en linker triggers, langzaamaan afglijdend, alsof zij ook beseffen dat ik hier niet meer voor gemaakt ben. Anatomisch gezien wel natuurlijk, maar verder zijn mijn handen slechts marionetten in een door mijzelf opgevoerd theater. Ook zij zijn het getouwtrek tussen mijn rusteloze hoofd en gameklare lichaam beu.

Onwennig beweeg ik mijn duim naar de Home-knop. Als thuis voelt het allang niet meer, maar ergens hoop ik dat het mijn stille gesprekspartner aan het praten krijgt. Dat hij me kan vertellen waarom ik niet meer geniet van games en hoe het komt dat ik ze desondanks niet definitief los kan laten.

De console doet niets. Het rode lampje van de controller flikkert, zoekend naar een signaal, een teken van leven. Maar het gaat niet meer komen. Zoals mijn twee hersenhelften niet meer samenwerken om beeld en motoriek te verenigen tot een zorgeloze game-ervaring. Er mist iets, een connectie, een klik die aangeeft dat de twee voor elkaar gemaakt zijn en dat zij eens moeten ophouden met die knipperlichtrelatie.

Schrijven over games, dat kan ik wel. Mijn notitieboekje zou ik zo vol kunnen pennen met prachtige verhalen die ik zogenaamd beleefd heb. Die fantasie reikt alleen niet verder dan mijn hoofd. De harde realiteit is dat de spellen mijn beleving niet meer weten te prikkelen. En ik weet niet waarom. Daarom zit ik hier, vijftig uur later, nog steeds. Pratend tegen een muur, terwijl ik die van mij afbreek en mezelf blootgeef. Wat er dan mis met mij is? Vertel het me….Alsjeblieft.