Om te zeggen dat ik destijds niet echt in het gameswereldje zat, is dus het understatement van de eeuw. Sowieso had ik zelf nooit een spelcomputer gehad. Mijn persoonlijke gamegeschiedenis was een dynastie van steeds krachtigere pc’s, die het grootste deel van de tijd flink achterliepen op de hardwarestandaard van dat moment, dat wel. Ik was dat trieste jongetje dat, toen AT’s met 256 kleuren toch echt al ruimschoots de norm waren, nog steeds bij elke nieuwe game moest vragen of ‘ie ook draaide op een XT met Hercules Monochrome. En hoewel ik een tijdlang dankzij tijdschriften als de Software Gids en Hoog Spel redelijk goed had bijgehouden wat er zoal aan spellen uitkwam, kwam ook aan die fase met het begin van mijn studententijd een eind. Ik speelde Civilization II, Alpha Centauri en Planescape: Torment, steeds opnieuw, en vermaakte me daar prima mee.

Toch reageerde ik op het mailtje. “Kom eens praten”, was de reactie, wat achteraf een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek bleek te zijn geweest. Dat verliep blijkbaar goed (ik kan eenieder aanraden om eens een sollicitatie in te stappen zonder je te realiseren dat het er één is), met als resultaat dat de persoon die had moeten vragen wat een Xbox was enkele weken later de eindredactionele scepter zwaaide over het enige Xbox-tijdschrift van Nederland. En daar af en toe een PlayStation Codeboek of wat werk voor het Nintendo-tijdschrift [N]Gamer naast deed. Het kan verkeren.

Van een totale outsider werd ik dus ineens een insider. Ik kreeg ruwe versies van spellen te zien die pas maanden later uit zouden komen. Ik kende alle contactpersonen bij Nederlandse distributeurs van games uit mijn hoofd en wist wie wat ging uitbrengen. Ik begeleidde onervaren en ervaren mensen uit de gamejournalistiek en verbouwde hun teksten tot ik er tevreden mee was. En ik brak me, samen met de hoofdredacteur, continu het hoofd over de vraag hoeveel pagina’s aandacht nieuwe game X waard was, en welke recensent we er het beste op konden zetten.

Dat duurde zo’n twee jaar. Toen kreeg ik een positie aangeboden als redacteur bij het populairwetenschappelijke tijdschrift KIJK. Een droombaan, aangezien ik van opleiding sterrenkundige ben en dat vakgebied een van de dankbaarste en meest uitdagende onderwerpen vind om over te schrijven. Bovendien had ik een paar jaar eerder stage gelopen bij het blad, waardoor ik al wist dat ik op een fijne redactie terecht ging komen. Kortom, een aanbod waar ik niet lang over hoefde na te denken. Ik nam afscheid van Xbox Magazine en werd KIJK-redacteur; overigens nog steeds mijn baan, al staat er tegenwoordig ‘coördinerend’ voor.

Een tijdlang hield ik de link met de gamesbladen nog aan. Ik schreef in mijn vrije tijd, op freelancebasis, artikelen voor onder meer Xbox Magazine en [N]Gamer. Toen die eerste ophield te bestaan, stroomde ik door naar het multiplatformtijdschrift GMR, wat me de mogelijkheid gaf om achtergrondverhalen te maken die wat meer het grensgebied tussen games en wetenschap opzochten. Helaas belandde ook GMR na een tijdje op het overbevolkte kerkhof van tijdschriften die niet genoeg geld in het laatje brachten. Voor mij aanleiding om de handdoek van de gamejournalistiek in de ring te gooien en me puur op wetenschapsjournalistiek en KIJK te concentreren.

En dat brengt me op mijn huidige positie, die wat games betreft het beste te omschrijven is als ‘terug bij af’. Goed, ik heb inmiddels Civilization II ingeruild voor Civilization IV (V? Is er een V?), melk om de zoveel tijd een fikse RPG uit op mijn Xbox 360 en probeer af en toe een indiegame op Steam (Cthulhu Saves the World!). Maar wat er allemaal precies aan staat te komen? Ik houd het nauwelijks meer bij. Het zou zelfs zomaar kunnen dat er binnenkort een spelcomputer of handheld op de markt komt waarvan ik wéér moet vragen: “wat is dat?”, wanneer ik er voor het eerst van hoor.

Aan de andere kant ken ik wel het reilen en zeilen van de gamesbiz en de gamesjournalistiek. Wat van mij dus een casual gamer maakt die een tijdje in het hart van de machine heeft mogen kijken, en toen weer een flinke stap terug deed. Of, zoals Gamer.nl-eindredacteur Gerard van Nieuwenhuijzen het formuleerde, een insider on the outside. Vanuit dat perspectief mag ik de komende tijd een aantal columns schrijven, in de hoop dat de gemiddelde Gamer.nl-bezoeker, die in bepaalde opzichten veel meer en in andere opzichten wat minder van games zal weten dan ik, er iets mee kan. We gaan het zien...


Jean-Paul Keulen was eindredacteur van Xbox Magazine (2003-2005) en schreef voor het multiplatformtijdschrift GMR en het Nintendo-tijdschrift [N]Gamer. Momenteel is hij coördinerend redacteur bij het populairwetenschappelijke tijdschrift KIJK.