Ik heb het hier niet over de sukkels die achter het stuur Asteroids op hun iPhone spelen en zich bij het ontwaken onder een zuurstofmasker afvragen waarom die hyperspace-knop het niet deed. En ook niet over Koreanen of Duitsers die vergeten te eten en drinken tijdens marathonsessies World of Warcraft, FIFA of voor mijn part Pokémon Snap.

Nee, ik heb het over die duizenden uren die uit je leven zijn verdwenen zonder dat je er erg in had. De keren dat je jezelf voornam om die ene uitdaging nog snel een keer te proberen en dat er uiteindelijk twintig werden. De keren dat je dat ene level of die ene rang voor je personage als eindpunt van je sessie stelde, maar pas drie levels hoger uitlogde. Die ene missie die er drie werden. En in het geval van games met een turn-based mechanisme: die beruchte, volgens velen mythologische ‘écht allerlaatste’ beurt.

Hoe vaak hebben gamers niet op de klok gekeken, vervolgens even ongelovig met de ogen geknipperd of een andere klok geraadpleegd, om tot het besef te komen dat twee of meer uur ongemerkt voorbij geglipt waren. Soms zijn dat uren die je sowieso ‘verloren’ had met slapen, studeren, werk, een treinrit, quality time met partner of kroost, maar vaker nog zijn ze, tja, gewoon weg.

Wat buitenstaanders ook mogen beweren, er is geen genre dat zich niet aan deze diefstal schuldig maakt. Er wordt wel eens met de vinger gewezen naar (mmo)rpg’s en games als Civilization. Volledig terecht, zolang je een paar vingers vrijhoudt om in de richting van racegames, simulaties, rts, (online) shooters en actiegames te richten. En we horen het de makers van mobiele spelletjes graag hebben over die ‘snelle-tussendoor-gamesnack’. Wie miste er niet bijna zijn treinhalte of het ideale kontveegmoment door Tetris, Lumines of zelfs het primitieve Snake?

Een snelle en heel ruwe rekensom. Stel dat er dagelijks een half uur ongemerkt aan je voorbij gaat. God weet dat dit in mijn geval sinds Shogun 2, The Witcher 2, Modern Warfare 3, UFC 3, Angry Birds en Mass Effect 3 belachelijk laag gegrepen is, maar à la. Trek dat dagelijkse half uur door naar pakweg 35 jaar gamen (momenteel speelt de helft van alle 50-plussers dagelijks) en je komt op 265 dagen. Dat is bijna driekwart jaar.

Ik heb het hier over die ‘verdwenen’ tijd, niet het veelvoud daarvan dat je met min of meer met een besef van tijd speelde. Driekwart jaar! En precies omdat dit voor velen nogal aan de voorzichtige kant gerekend is, mogen we daar wel even stil bij staan. Niet te lang natuurlijk, want elke minuut is er zopas weer iets kostbaarder op geworden.

Ach, levenskwaliteit primeert op kwaliteit, denk ik dan maar. En het is niet omdat de tijd onder de radar doorvloog dat ik niet van elke seconde genoot. Misschien valt de hele stelling met een bedrieglijke redenering wel om te keren. Gamers genieten tijdens een stuk van hun leven dat ze niet eens meemaken.


Over de auteur:Raf Picavet is al dertien jaar full time gamejournalist. Hij levert bijdragen aan Vlaamse televisieprogramma's, kranten, magazines en websites, maar zijn schrijfsels voor het maandblad Chief liggen hem het nauwst aan het hart.