Ik ben opgegroeid met Pong, Donkey Kong op een zwart-wit lcd-handheldje, Atari, ZX81 en de Commodore 64. En met mij vele andere dertigjarigen. Het beperkte palet van zestien kleuren op de Commodore 64 was destijds veel beter dan het grauwe Pong. Ook de resolutie was echt een voorruitgang en al swingend luisterde ik met vriendjes de introtunes af, om de unieke vectorstijl van het spel Elite, een spel zonder concreet einddoel, niet te vergeten. Dat die ‘draadjes’ op het scherm niet waren ingekleurd deed niets af aan de intergalactische handelservaring. Mijn ouders zeiden altijd dat lezen de creativiteit en fantasie stimuleert, maar dat deed juist Elite voor mij. Probeer in die kubus maar een interstellaire basis te herkennen. No problem!

Vandaag de dag speel ik nog steeds games. Niet meer tussen de laatste schoolbel en het avondeten in, maar tussen het geven van de één na laatste en de laatste flesvoeding. En wat een vooruitgang op grafisch vlak! Voor dezelfde prijs als een Commodore 64 en een 5 ¼ floppy drive koop je voor minder euro’s een laptop met een topvideokaart met drie jaar lang een World of Warcraft-abonnement. De massive multiplayer online-games zijn voor mij de ultieme uitwerking van Elite. Zowel toen als nu zijn die games een soort hersengymnastiek waarbij ik enkel aan mezelf denk, in plaats van de duizenden anderen die tegelijkertijd in hetzelfde spel aanwezig zijn. Wat alleen opvalt is dat het plezier van nu niet meer of minder is dan toen. Het is hetzelfde. En dat ondanks de vele technische innovaties in de afgelopen 30 jaar.

Wat is dan de echte vooruitgang?

De graphics zijn beter, de soundtrack wordt gevormd door populaire nummers op de radio en de gameplay is nog doordachter. Maar als ik een cijfer aan Elite zou hebben toegekend destijds, zou de game hetzelfde scoren als het even leuke World of Warcraft vandaag de dag! Toch speel ik Elite niet meer. Heb ik het te vaak gespeeld? Komt het door de gedateerde graphics?

Eigenlijk geloof ik daar niet in. Enkele jaren terug kwamen de eerste “smartphones” van Nokia op de markt met, nou ja, toch echt wel beroerde lcdschermpjes. Opnieuw speelde ik Snake, wat ik kende van de antieke platformen. En met mij vele andere treinreizigers. Zolang je niet te vaak hetzelfde hebt gedaan maken die graphics en audio eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat om de beperkingen in de gameplay die de omgeving je oplegt Ik moest laatst naar Hamburg. Als er nou een goede internetverbinding in die internationale trein was geweest, had ik gewoon World of Warcraft in de trein gespeeld. Maar dat kon niet. Door die beperking was ik tevreden met de offlinegames op m’n iPhone.

Opnieuw het voorbeeld uit mijn vorige column: Angry Birds. Dat is toch niet meer dan een kanon waarvan je de hellingshoek zo goed mogelijk moet bepalen om met zo min mogelijk kogels (of birds) de vijand, in dit geval varkens, te verslaan? Vergis ik me nou of speelde ik dat soort games al op de ZX Spectrum? Het komt er gewoon op neer dat iemand een aanstekelijk deuntje met originele graphics heeft gecombineerd met een bewezen gameplay concept.

Hoe simpel is Angry Birds eigenlijk? Twee weken terug trof ik de ontwikkelaar Rovio in Hamburg waar me verteld werd dat hun jongste level designer 5 jaar oud is. Ik zie het in World of Warcraft nog niet gebeuren. Een concept zo simpel dat een schets van een 5-jarig jochie leidraad is voor een spel dat miljoenen mensen wereldwijd weet te boeien. Hoe komen ze daar toch op?

Als Unilever een nieuw product ontwikkelt dan wordt er uitgebreid marktonderzoek gedaan. Producten worden in samples aan consumenten voorgelegd en bijgesteld voordat het op de markt komt. Maar is er echt marktonderzoek verricht voor een spel als Angry Birds? Hoe verzin je een succesvol spelletje waarbij je met zo min mogelijke inspanning, een maximaal resultaat weet te bereiken? Aan ervaring ontbrak het Rovio niet. Ze hadden toch zeker een stuk of 20 minder succesvolle games uitgebracht sinds 2005 die ik allemaal niet gespeeld heb.

Ik kijk uit naar het congres in San Francisco. Want wat heeft de game industrie voor ons in petto? Welke technische innovatie gaat de gamer komend jaar geboeid houden? Zal ik eindelijk World of Warcraft in het vliegtuig kunnen spelen? Dat is namelijk waar de industrie mee bezig is: elke beperking tussen platform, locatie en tijdstip wegnemen. Je favoriete spel kunnen spelen op ieder willekeurig moment op elke plek. En dan hoop ik dat op Elite 4 op mijn personal entertainment system in het vliegtuig op weg naar huis te spelen zal zijn.


Over de auteur: Seth van der Meer is (mede)oprichter van het Festival of Games, Dutch Game Garden, Pitch & Match, Brands & Games en Dutch Game Masters. Voor de branchevereniging Dutch Game Association zit hij in de stuurgroep 2g@there die verantwoordelijk is voor internationale vertegenwoordiging van de Nederlandse game-industrie. Als ondernemer van Sandfire bedenkt en bouwt hij diverse applied games voor internationale opdrachtgevers.