Guilermo del Toro (8 oktober 1964) wordt samen met Alejandro González Iñárritu (21 Grams, Babel) en Alfonso Cuarón (Children of Men, Harry Potter and the Prisoner of Azkaban) door de internationale filmpers gezien als een van de drie grote moderne regisseurs uit Mexico. Het goed bevriende drietal heeft ervoor gezorgd dat Mexico als filmland definitief op de kaart staat. Alle drie vertellen een verhaal echter een totaal andere manier. Waar Cuarón uitblinkt in zijn verhalen over tieners en Iñárritu in zwarte drama’s, wordt Del Toro wel eens de koning van de moderne fantasy genoemd.

Guillermo del Toro

Superhelden

Een van de eerste grote films die Del Toro regisseerde, is het in 2002 verschenen Blade 2. Hoewel de film over vampierjager Blade, vertolkt door Wesley Snipes, met gemengde recensies ontvangen werd, startte de film een trend die tot nu toe een groot deel van de carrière van Del Toro lijkt te beïnvloeden; de superhelden-film. Het lijkt geen genre dat Academy Awards oplevert, maar dankzij zijn passie voor fantasy-elementen leveren deze films ongekend visueel spektakel op. Het is echter niet Blade, maar een andere superheld die dit talent weet te benutten, Hellboy.

In plaats van het regisseren van Blade: Trinity of gameverfilming Resident Evil: Apocalypse kiest Del Toro uiteindelijk voor een superheld waar hij zelf meer creatieve vrijheid door krijgt. Het script voor de eerste Hellboy-film schrijft Del Toro zelf en hij zeurt net zo lang bij de producenten tot zij acteur Ron Perlman voor de titelrol accepteren. De film wordt positief ontvangen en ook vervolg Hellboy: The Golden Army, waarvoor Del Toro onder andere Halo, I Am Legend en Harry Potter and the Half-Blood Prince afzegt, kan op goede recensies rekenen.

Fantasie en Spaanse burgeroorlog

Het echte fantasytalent van Del Toro blijkt echter uit zijn films die niet gebaseerd zijn op een grote licentie. Daaronder vallen de horrorfilms Cronos en Mimic, de eerste films van de regisseur, maar toch voornamelijk de twee films die zich afspelen tijdens de Spaanse burgeroorlog. De eerste, El Espinazo del Diablo (Internationale titel: The Devil’s Backbone), verschijnt nog voor Blade 2 in de bioscopen draait. De film speelt zich af in een spookhuis waar de kinderen die hun ouders aan de oorlog verloren hebben terecht komen. Del Toro gebruikt het fantasy-element niet eens zozeer om angst aan te jagen, maar vooral om de verschrikking van kinderen in de oorlog aan te tonen.

Het is een thema dat Del Toro met succes doorzet in het voor een Academy Award genomineerde El Labirinto del Fauno (Pan’s Labyrinth). Hierin verhuist het meisje Ofelia naar het bos waar de nieuwe man van haar moeder, de brute kapitein Vidal, leeft. Ze valt te midden van de strijd tussen de overwinnende Spaanse fascisten van Franco en de laatste rebelerende anarchisten. Door het drama van de oorlog verliest Ofelia zich steeds sterker in haar fantasiewereld, waar een faun (deels mens, deels geit) haar begeleidt om prinses te worden van een andere wereld. El Labirinto del Fauno laat de kijker continue twijfelen of de fantasiewereld echt is of slechts een gedachte van een door de oorlog in shock geraakt meisje. Het is een film die, dankzij de mix tussen gruwelijk geweld en originele fantasiewezens, het beste gezien kan worden als moderne versie van de duistere sprookjes van de gebroeders Grimm en Hans Christiaan Andersen.

De schrijver en de toekomst

Sinds het verschijnen van de tweede Hellboy-film is het op het gebied van films enigszins stil rondom Del Toro. Dat heeft voornamelijk te maken met het feit dat Del Toro tot enkele maanden geleden de regisseur was van Lord of the Rings-prequel The Hobbit. De door het faillissement van MGM veroorzaakte vertraging zorgde er echter voor dat Del Toro zijn mogelijk grootste filmproject tot nu toe de rug toekeerde. Inmiddels wordt hij gelinkt aan een remake van Frankenstein, de Disneyfilm The Haunted Mansion en At the Mountains of Madness, een verfilming van een boek van H.P. Lovecraft.

Maar ook buiten de filmwereld is Del Toro aan een opmars bezig. Halverwege dit jaar verscheen het tweede deel van The Strain-trilogie (in Nederland verschenen als De Meester). In deze boekenserie die hij schreef samen met Chuck Hogan, auteur van het onlangs als The Town verfilmde boek Prince of Thieves, wordt New York City overgenomen door vampieren. Del Toro gebruikt in de boekenserie zijn fantasie om de vampier van mythisch wezen om te vormen tot een soort parasiet die de lichamen van mensen overneemt. Het is zijn typerende stijl om fantasie en realiteit dichter bij elkaar te brengen.

Insane

En in 2013 breidt Del Toro de invloeden van zijn brein uit naar weer een ander medium, de games. De regisseur brak in een interview al eerder een lans voor het medium, door het te vergelijken met de Amerikaanse stripboeken die in zijn ogen net als games te weinig respect krijgen van de intellectuele elite. Of Insane hen wel weet te overtuigen is nog moeilijk te zeggen, want buiten een releasejaar en de titel weten we eigenlijk nog niets over de game.

Kijkend naar het werk van Del Toro durven we echter wel een gokje te wagen. Zo zal de game horrorelementen bevatten, zoals blijkt uit de teaser en vermoeden we dat hij opnieuw met monsters aan zal komen die niemand eerder heeft kunnen bedenken. Het is ook niet onwaarschijnlijk dat Insane de grens tussen fantasie en realiteit opzoekt. Del Toro noemt first-person shooters als Half-Life en Bioshock bovendien zijn favoriete games, dus een dergelijke gameplay ligt voor de hand. De creativiteit van Del Toro valt in ieder geval niet te betwisten en we zijn dan ook zeer benieuwd of hij zijn visie ook binnen een ander medium kan overbrengen.