Hoe vaak de intro van Road to the World Cup ’98 (FIFA ’98) over het scherm is gerold en hoe vaak Song 2 van Blur door mijn jeugdige ik is verkracht, is zelfs met een teletijdmachine niet meer te achterhalen. Ik wilde meebrallen om zo wat extra energie te krijgen voor die overvolle game. Daardoor kon ik vervolgens achtereen hele voetbalseizoenen te spelen, bizarre transfers te voltooien (MVV met Ronaldo, het kan), de Hongaarse competitie verkennen en belachelijk maken, de wereldcup winnen en natuurlijk….zaalvoetbal spelen!

FIFA ’98 is de laatste reguliere FIFA waarin je in een afgesloten zaal met alle in de game aanwezige teams een potje kunt ballen. Zo is er het illustere Nederlandse team met Overmars, Bergkamp, De Boer, Cocu en Van der Sar, maar ook de knuppels uit Vanuatu of die van de Cook-eilanden zijn te selecteren. Het maakte uiteindelijk eigenlijk niet zoveel uit wie je koos, want een wedstrijd voltooien gebeurde zelden.

Wie de speeltijd een beetje opvoerde, kon er donder op zeggen dat wedstrijden voortijdig werden gestaakt doordat er te weinig spelers op het veld stonden. Tenminste, ik had een speciaal talent voor het verzamelen van gele kaarten, vooral als ik speelde tegen een vriendje met een vrij passieve speelstijl – een fanatieke sliding om hem onder druk te zetten en je had weer een prent te pakken. Een eerste rode kaart was ook een vrijbrief om er gelijk als de Hakkelaar op los te tackelen. Spelen met een man minder voelde je behoorlijk, aangezien spelers in FIFA ’98 bepaald geen overvolle trucendoos tot hun beschikking hadden; slechts een sleepbeweging en een vreemde knoppencombinatie met de control-toets die ik nooit onder de knie kreeg. In een ondertalsituatie win je daar de oorlog niet mee.

Gelukkig werd de modus het merendeel van de tijd ook niet uitermate serieus genomen, daarvoor was het ook allemaal – zelfs voor een jong Geertje – toch net wat te mal en slapjes uitgewerkt. Vooral de keeper is een dissonant met zijn overdreven duikbewegingen, inadequate trage reddingen en domme uitgooien. Duidelijk niet geoptimaliseerd voor de kleine ruimte. Als de bal via de glazen muur boven de goal terugketste, sprong de keeper er 99 van de 100 keer toch naar, terwijl de leren knikker allang het veld terug in gecaramboleerd was. Ook fijn waren die momentjes dat hij als een doldwaze vooruit dook, buiten het strafschopgebiedje landde op zijn platte buik en daardoor de bal automatisch losliet precies voor de voeten van de tegenstander.

Goed, het is niet alleen de keeper die zo opviel. Ook het schieten was niet echt perfect ingesteld op de zaal. Schoten leken vreemd te worden afgeremd, maar dat kan ook een stukje perceptie zijn. Het voelde in ieder geval wat onwennig in de kleine ruimte en al snel drukte je op de schietknop in de hoop dat 'ie in het net vloog. Veel meer kwam er eigenlijk niet bij kijken, via de muur een balletje langs de tegenstander spelen had geen enkele zin.