Op deze website gebruiken we cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. Meer informatie.

Akkoord
Achtergrond

Terug naar de toekomst: 1980

De opkomst van de arcade

Geschreven door Arthur van Vliet op
Games zijn groter dan ooit. Bijna iedereen speelt wel eens een spelletje, of het nou op een fonkelnieuwe console of op een telefoon is. Maar hoe zijn we gekomen waar we nu zijn? De komende weken kijken we terug op de jaren die een grote impact hadden op de industrie, en die nu nog steeds merkbaar is. We beginnen deze week in 1980.

De grote crash van 1983 is bij de meeste oudere gamers wel bekend. De markt werd overspoeld met slechte en goedkope games, waardoor veel klanten wegliepen en gaming bijna uitstierf. Oftewel: een zoveelste rage die de aandacht niet vast kon houden. Onze favoriete hobby was in 1977 echter ook al zo'n hobbel tegengekomen, namelijk vijf jaar nadat Pong voor het eerst in de huiskamers verscheen via de Magnavox Odyssey, de eerste console ooit gemaakt. Het simpele tennisspelletje zorgde voor een ware hype, iedereen wilde weten hoe het voelt om de pixels op je tv zelf te kunnen besturen.

Waar geld te verdienen is, liggen natuurlijk gelijk een hoop kapers op de kust. De markt werd overspoeld met goedkope klonen van Pong, zo veel dat de gemiddelde klant er al gauw op was uitgekeken. Op die eerste consoles waren ook maar een beperkt aantal spellen te spelen, dus als je er klaar mee was, was er weinig nieuws meer te beleven. De crash in 1977 was niet zo groot als die van zes jaar later, maar was wel een duidelijk voorteken dat klanten niet op troep zaten te wachten. Alle kleine partijen die op de Pong-hype waren gesprongen overleefden dit jaar niet, alleen Magnavox en Atari gingen verder.

De gouden eeuw

Dit schetst een beeld hoe het publiek tegen games aankeek aan het begin van de jaren '80. Ze waren al lekker gemaakt met bewegende pixels, maar van een echte doorbraak was nog geen sprake. Die doorbraak kwam uiteindelijk van arcade-kasten, grote installaties die eerst opdoken in bowlingbanen en tabakszaken en uiteindelijk hun eigen huis kregen in arcadehallen. Het succes begon in 1978 met Space Invaders, maar kwam pas echt tot uiting in 1980, het jaar van Pac-Man, Centipede en Missile Command.

Het begin van de jaren '80 wordt gezien als het gouden tijdperk voor arcades. Overal ter wereld schoten arcadehallen als paddenstoelen uit de grond. In een jaar tijd verdriedubbelde de omzet in Amerika naar bijna drie miljard dollar. Dat zijn dus twaalf miljard kwartjes, wat betekent dat er elke seconde 380 potjes werden gespeeld op een arcadekast.

Kleur en muziek

Zo’n revolutie kan natuurlijk alleen plaatsvinden als gamers ook wat te spelen hebben. De arcadekasten zijn verantwoordelijk voor een hele hoop innovaties waar we vandaag de dag nog steeds profijt van hebben. Ontwikkelaars probeerden elkaar steeds te overtreffen om zo de meest populaire kast van dat moment te bouwen. Zo werd er veel geëxperimenteerd met kleuren; Namco's Galaxian uit 1979 was de eerste game waarin RGB (rood, geel en blauw) werd gebruikt om ontploffingen en sprites met meerdere kleuren te maken. Ook werd er technologie ontwikkeld om een spel over meerdere schermen te laten afspelen. Tot 1980 bestond het speelveld maar uit een veld (denk aan Pac-Man en Space Invaders), maar bijvoorbeeld Rally-X liet je meerdere kanten het scherm uit rijden en had bovendien een radar die liet zien waar je was. Het scrollen was een gigantische uitvindingen die ervoor zorgde dat er steeds grotere en grotere spelwerelden konden worden gemaakt. Daarnaast werd er veel geëxperimenteerd met geluid. Space Invaders was de eerste game die achtergrondgeluid had, met vier noten die elkaar steeds opvolgden, en Rally-X was de eerste met muziek op de achtergrond.

Maar ook de beperkingen uit die tijd hebben ons als gamers veel opgeleverd. Omdat er nog weinig grafische mogelijkheden waren, moesten ontwikkelaars zich volledig storten op de gameplay. Spellen moesten simpel en puur vermaak zijn, makkelijk genoeg zodat non-gamers het gelijk snappen, maar ook dusdanig moeilijk dat je telkens weer nieuwe kwartjes moet en wilt uitgeven om verder te komen. Games hadden een simpele hook nodig, iets dat hen onderscheidde van de andere spellen. Nu nog steeds kunnen we ons verliezen in simpel ogende games – denk aan Tetris, Spelunky, Minecraft en Angry Birds – simpelweg omdat die hook zo ontzettend verslavend is.

De opleving van arcadekasten was niet alleen kassa voor de hallen zelf, het succes trok ook de consolemarkt uit het slop. 1980 is namelijk ook het jaar dat het populaire Space Invaders verscheen op de Atari 2600. Gamers konden niet genoeg krijgen van de spellen die ze in de arcades aantroffen en consoleboeren buitelden daarom over elkaar heen om klanten het arcadegevoel in hun eigen huiskamer te beloven. Het zorgt ervoor dat de consoles weer omarmd werden, in ieder geval tot de volgende crash van 1983. Het had ook een ander effect op de markt: uitgevers werden gedwongen om op jacht te gaan naar de exclusieve rechten van de grootste arcadehits. Er moest vaak flink in de buidel worden getast om deze spellen binnen te halen, maar zo'n hit kon je console maken of breken. Atari deed goede zaken door de rechten op Namco's spellen binnen te slepen, waaronder dus Space Invaders en twee jaar later Pac-Man. Die laatste bleek helaas wel een abominabele port, waar desondanks zeven miljoen stuks van verkocht werden. Deze deals zijn de vroege voorlopers van wat we nu nog steeds zien, het betalen van consolemakers voor het exclusieve recht op een game. Zo betaalde Microsoft flink voor TitanFall en heeft Sony de portemonnee getrokken om de nieuwste Street Fighter exclusief te krijgen.

De eerste mascotte

De grootste invloed komt echter van een gele cirkel met een mond en een onuitputtelijke honger naar witte stipjes: Pac-Man. Dit iconische personage is nog steeds wereldwijd bekend en zorgde er eigenhandig voor dat vrijwel iedereen nieuwsgierig werd naar games. In 1980 was de hype zo groot dat er werd gesproken over 'Pac-Mania'. Sommige arcade-eigenaren moesten hun kast meerdere keren per uur legen omdat hij anders te vol zat met muntjes. Pac-Man werd afgedrukt op broodtrommels en op t-shirts, hij kreeg een eigen tekenfilm en zelfs een popnummer dat de hitlijsten bestormde. Hij liet ontwikkelaars zien hoe belangrijk een herkenbaar personage is; een personage dat iedereen kent kan op meerdere manieren verkocht worden, niet alleen via games maar ook via allerlei merchandise. Wat dat betreft is Pac-Man een voorvader van latere mascottes als Mario en Sonic.

Er bestaat geen twijfel over dat onze favoriete hobby nooit zo groot was geworden als het nu is zonder de impact van de gouden eeuw van arcades. Ze zorgden ervoor dat games bekend werden bij het grote publiek, gaven ons vele technologische vondsten en introduceerden de eerste iconen van de industrie. En wie nu nog wel eens zo'n oude game speelt weet ook dat die eerste games gewoon ijzersterk waren. Doordat er zo weinig te doen was met de graphics concentreerden ontwikkelaars zich volledig op de gameplay. Games als Pac-Man en Defender zijn nog even verslavend als ze toen waren, simpelweg omdat ze puur om perfecte gameplay draaien. Daarom mag het jaar van Pac-Man in onze geschiedenisboeken niet ontbreken.

Door Erik Nusselder

Dit artikel delen:

Lees meer

Welke features wil jij zien op Gamer.nl V6? Nieuwe Dragon Age: Inquisition-dlc komt vandaag uit
0

Reacties op: Terug naar de toekomst: 1980

  • Om te reageren moet je ingelogd zijn. Nog geen account? Registreer je dan en praat mee!
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel.

 

Wanneer je een reactie plaatst ga je akoord
met onze voorwaarden voor reacties.