Dagenlang heb ik in de schoolbankjes nagedacht over dit probleem, terwijl de meester ons rekenen probeerde uit te leggen. Ik weet niet meer wat uiteindelijk de doorslag heeft gegeven, of ik echt zin had in een nieuwe game of dat ik bezweek onder de druk van mijn broers, maar samen hebben we het spel gekocht. Dat spel was ToeJam & Earl uit 1991, en het werd al gauw een van mijn favoriete spellen uit mijn vroege gameleven.

We be jammin'

De opzet is simpel. Twee aliens vliegen door de ruimte als hun schip het plots begeeft. Het toestel stort neer op een onbekende planeet – althans, onbekend voor hen – en breekt in vele stukken, die verspreid raken over de wereldbol. Aan deze heldhaftige wezens de taak om de wrakstukken bij elkaar te zoeken en zo weer naar huis terug te keren. Het enige probleem daarbij is dat er een leger aan vijanden tussen hen en elk onderdeel staat. De gameplay bestaat uit het verkennen van willekeurig gegenereerde eilanden, terwijl je alle vijanden waar mogelijk ontwijkt, op zoek naar een lift die je naar het volgende level brengt.

Die simpele opzet wordt bijgestaan door een enorme dosis humor. ToeJam en Earl zijn twee rappende funk-aliens die vrijwel uitsluitend in termen uit de jaren '80 praten. Jammin'! Hun grootste vijanden zijn voor hen vreemde wezens, die wij juist kennen uit het dagelijks leven. Wat te denken van een horde nerds die achter ze aanrent, een moeder met een winkelwagentje, een hamster in een gigantische bal of een gekke man in een brievenbus die je levend verslindt? Ok, die laatste komt ons misschien niet zo bekend voor, net zoals de bogeyman en een duivel met een drietand, maar toch. Gelukkig zijn er ook aardlingen die hen gunstig gezind zijn, zoals de kerstman die cadeautjes achterlaat of een professor in een wortelpak die upgrades voor je identificeert.

Ontploffende kado's

Die upgrades zijn een belangrijk onderdeel van het spel. Overal in de wereld zijn verpakte cadeautjes te vinden, en je weet nooit wat er in zit tot je ze openmaakt. Het kan iets gaafs zijn als raketschoenen of een katapult waarmee je tomaten naar je vijanden kunt schieten. Maar je presentje kan je ook pijn doen en je zelfs het leven kosten. Elke keer als je er een opent, weet je voortaan altijd wat er in dat bepaalde pakketje zit. Maar altijd ligt de Randomizer op de loer: net als je het grootste deel van de cadeautjes hebt geïdentificeerd, worden ze weer willekeurig door elkaar geschud.

De echte ster van de game is echter niet de humor, maar de mogelijkheid om met twee spelers te spelen. Mijn broers hadden gelijk, het spel was inderdaad erg geschikt om samen te doen. Het enige gevecht dat we hadden was welke twee van ons mochten spelen en wie er moest toekijken, alhoewel zelfs dat met deze game geen straf was. Je begint samen op een scherm, maar als je te ver bij elkaar vandaan loopt schakelt het spel over naar splitscreen. 'Wha's up', zegt Earl als hij weer bij Toejam het scherm in komt wandelen. Voor zo'n oud spel is het bewonderenswaardig hoe goed de coöp werkt, het hele spel lijkt ervoor gebouwd te zijn. Bovendien is er altijd wat nieuws te vinden, omdat de werelden willekeurig worden gemaakt, en dus is er altijd een reden om te blijven spelen.

Chillen in het bubbelbad

Er zijn nog tientallen dingen die ik kan noemen die gelijk weer een nostalgisch gevoel bij me teweeg brengen. De soundtrack bijvoorbeeld, een fenomenale mix tussen computerbliepjes en pakkende funk-hiphop. Of de hilarische gesprekken die de twee met elkaar voeren terwijl ze in de lift staan ('Ewww, get a belt Earl!'). Wat te denken van het bonuslevel 0, dat je alleen kunt bereiken met de juiste combinatie van power-ups, en waar je je gezondheid aanvult door in een bubbelbad te chillen. En anders wel het feit dat je als geest bij je medespeler om een leven kunt bedelen als je te vaak bent doodgegaan.

Wat me het meest is bijgebleven, is de tijd die ik samen met mijn broers heb doorgebracht in dit spel. Gamen is echt iets dat we samen deden, en daar ben ik ToeJam & Earl dankbaar voor. De game was ons zuurgespaarde geld zeker waard, we zijn het eigenlijk nooit zat geworden om de Aarde en zijn vreemde wezens te verkennen. Ik heb er in ieder geval veel meer herinneringen aan overgehouden dan als ik een of ander Lego-huis had gekocht.