Wellicht herinner je je ‘m nog: die open-wereldgame van een paar jaar terug, waarin je in het Parijs van de vroege jaren veertig rondsloop en op gebouwen klauterde om de bezetter het leven zuur te maken. En dat is waarschijnlijk ook alles wat je er nog van weet. Zo stond The Saboteur mij althans bij. De game leek een veelbelovende GTA-concurrent met een eigen stijl, maar kwam jammer genoeg niet zo uit de verf. Althans, volgens de meeste critici destijds. Reden genoeg om de game zelf nog eens te proberen.

Grote namen

Bij de release eind 2009 ligt Grand Theft Auto IV al lange tijd in de winkels, terwijl enkele weken eerder Assassin’s Creed II verschijnt; beide grote namen in het genre die op het gebied van techniek en gamedesign zeer moeilijk te kloppen zijn. Zeker voor de armlastige ontwikkelaar Pandemic Studios, dat korte tijd voor de release te horen kreeg dat uitgever EA enkele jaren na inlijving alweer een einde aan de afdeling maakte. We stellen ons dan ook voor dat de middelen voor de productie van de game niet al te rijkelijk aanwezig zijn geweest.

Waar ging The Saboteur ook alweer over? Vlak voor het uitbreken van de oorlog maak je kennis met de ruige Ier Sean Devlin. De nazi’s saboteerden Seans racecarrière, schoten z’n beste vriend voor zijn eigen ogen dood en staken de thuisbasis van zijn raceteam in de fik –  nota bene op de dag van de Duitse invasie in Frankrijk. Sean vlucht met zijn overgebleven vrienden naar Parijs en verdrinkt lange tijd zijn verdriet in een seksclub, tot Franse verzetsstrijders hem weten te overtuigen zijn vaardigheden in te zetten om departementen van de stad te bevrijden.

In een van je eerste missies infiltreer je al in een Duitse brandstofopslag om de situatie letterlijk te laten ontploffen. Later red je kopstukken uit het Franse verzet uit het gevang, help je de Britse geheime dienst met het verkrijgen van een mysterieus krat en blaas je uiteindelijk zelfs hele zeppelins (al dan niet van binnenuit) de lucht uit. Een zeker Indiana Jones-gevoel is soms maar moeilijk te onderdrukken tijdens het spelen van The Saboteur, zeker wanneer je je van tijd tot tijd in een nazi-uniform hijst om ongemerkt voorbij wachters te komen of een willekeurige eigentijdse wagen aanhoudt om in een wilde achtervolging aan de nazi’s te ontkomen.

Nazi’s opblazen

Hoe spannend die activiteiten ook klinken, soms is het moeilijk om er echt plezier aan te beleven. Bijvoorbeeld door de ouderwets aandoende physics en mechanics, die zeker vergeleken bij een GTA IV of een AC II afkomstig lijken van een PlayStation 2-game. Dat komt vooral tot uiting wanneer we op jacht gaan naar nazikampen, -wachttorens en -opslagplaatsen om ze genadeloos op te blazen – met afstand de grootste zijactiviteit van The Saboteur, waar de game in feite zijn titel aan dankt. Afhankelijk van je speelstijl en de situatie kun je ervoor kiezen met rondvliegende kogels en granaten aan te komen, of juist sluipend. Schieten werkt zoals je verwacht van een gemiddelde derde-persoonsactiegame, waarbij headshots de beste manier zijn om snel gehakt te maken van de zogenoemde Krauts.

Echt stealthy the werk gaan is effectiever, maar ook lastiger: bij de minste of geringste verdachte beweging wordt je al gespot door nazisoldaten, die gelijk beginnen te schieten als je niet direct uit hun zicht verdwijnt. Al snel merk je dat het loont om de hoogte in te gaan en Sean als twintigste-eeuwse Ezio Parijse panden te laten beklimmen. In het begin is dat leuk, maar al snel kijk je er tegenop om voor de zoveelste keer naar de vijfde verdieping van een gebouw te klauteren. Daarvoor zijn de klimmechanieken simpelweg te houterig.

Autorijden dan. Ook hier vormen de physics en spelmechaniek de grootste beperking. Auto’s waren begin jaren veertig weliswaar fundamenteel anders dan de meeste modellen die anno nu rondrijden, maar zo houterig en stoterig als ze in The Saboteur kachelen, bestuurden ze toen echt niet. Niettemin zijn ze prima effectief om van A naar B te komen, maar bij pogingen om agressieve nazi’s af te schudden is het effectiever om je met de benenwagen uit de voeten te maken en even te verstoppen dan een wilde achtervolging aan te gaan. Jammer.

Proeven

De ruim vier jaar die verstreken zijn sinds de release van The Saboteur hebben de game geen goed gedaan. De combinatie van een open-wereldgame geplaatst in een WOII-thema is origineel, maar de ten tijde van de release al verouderde techniek maken de game zeker na verloop van tijd moeilijker te verteren. Dat het verhaal en de uitwerking van de personages verder niet al te diepgaand zijn, maakt het er niet makkelijker op. Jammer, want je proeft nog steeds aan de game dat Pandemic een oprecht tof concept in handen had. Wie een geromantiseerde versie van de Tweede Wereldoorlog nog eens vanuit een ander perspectief dan die van de eerste persoon óf van bovenaf wil beleven, heeft daarmee genoeg reden om The Saboteur voor een prikkie uit de budgetbak te vissen.