Het mag geen geheim heten: ik ben een groot fan van de Final Fantasy-serie. Vroeger dacht ik nog wel eens ‘de grootste’ te zijn. Totdat ik er op internet achterkwam dat er mensen zijn die alle dialogen uit hun hoofd kennen en alle statistieken van alle wapens uit de hele serie kunnen opnoemen. Ik ben al blij als ik de verhaallijn van mijn Final Fantasy’s in grote lijnen nog een beetje kan onthouden. Maar ik heb geen statistieken nodig om voor mezelf te weten dat ik alle Final Fantasy’s die ik speelde, een speciaal plekje in mijn hart heb gegeven. Final Fantasy IX is daar ook vindbaar, maar in een apart hoekje.

100% aan de horizon

Ik beken het maar direct: ik heb nog nooit een Final Fantasy-game op 100% voltooid. Deels heeft dat te maken met dat ik geen behoefte heb terug te keren naar mijn favoriete delen (XII en VII), zelfs niet naar een remake van die tweede (waar 50 miljoen mensen om smeken, terwijl maximaal 5 miljoen gamers ‘m uiteindelijk zouden kopen, wat weer een heel ander verhaal is). Maar bij deel IX kwam ik er het dichtste bij. Ik had alles gehaald. Alle munten en alle bazen, alle wapens en alle skills, alle chocobo’s, kaarten en alles wat je maar kunt bedenken. Alles, behalve één ding: ik heb die belachelijke side-quest-baas Ozma nooit verslagen.

Je moet even stilstaan bij hoe frustrerend dat is. Ik heb altijd al een Final Fantasy op 100% willen uitspelen. Vervolgens ben ik er zó dichtbij dat ik het kan proeven en het enige dat me in de weg staat is het verslaan van een domme, achterlijk sterke, gekleurde bol die in de lucht zweeft. Wie of wat het is? Geen idee, dat heb ik nooit geweten of misschien ben ik het vergeten. Die klote-bal heeft in ieder geval geen zak met het verhaal te maken, denk ik. Maar hij zorgt en passant wel voor een gigantisch gat in mijn gamerscarrière. Alleen hij staat nog in de weg tussen mij en de street cred die de uitspraak “Natuurlijk heb ik wel een Final Fantasy op 100% uitgespeeld. Wat dacht jij dan?” oplevert.

Alle begin is moeilijk

Deze week waagde ik weer een poging. Bijna was ik vergeten wat voor gedoe dat ook alweer is. Om te beginnen: ik heb de Amerikaanse versie van de game gespeeld. En dus begint mijn zegetocht met een zoektocht. Ergens in de berging ligt namelijk nog die USA-PSX. Speciaal voor de dag dat Ozma ooit het loodje gaat leggen. De enige troost is dat de memory card (jawel kinders, zo ging dat vroeger) die uit het grijze beest steekt degene is waar die 99.999999% file op staat. En dan nog ben ik er niet. Die PlayStation moet weer aangesloten worden, de nieuwe consoles even aan de kant geduwd worden en vervolgens duurt het vijf minuten voordat ik goed en wel in de game zit. Klaar om Ozma te verslaan?

Nee dus. Want hoe zat het allemaal ook alweer? Welke chocobo moet ik ook alweer pakken en waar moet ik ook alweer heen? Die duivelse bol zweeft ergens op een hoge berg. Even op internet kijken dus. Ah, gevonden. Een minuut of tien aanklooien en ik sta weer voor Ozma’s neus. Matten? Nee, want toen ik vuistdiep in deze game zat kon ik ‘m niet verslaan. In de afgelopen tien jaren en minstens vijftien pogingen heb ik ‘m ook niet kunnen verslaan. Dus er is geen reden om aan te nemen dat nu blind naar binnen wandelen werkt. En dus speel ik eerst een paar gevechten om er weer achter te komen hoe het vechtsysteem werkt. Bovendien pak ik er een strategiegids van Gamefaqs.com bij. Ik ben inmiddels zo zuur en zo afgedroogd dat ik me niet eens meer schaam voor het feit dat ik daarop terug moet vallen. Er staat zelfs in diverse strategieën welk level ik zou moeten zijn. Niet dat dit klopt, want daar is mijn Zidaantje al lang en breed overheen gegroeid. Vervloekte kut-Ozma.

Ready, set, fight!

Ik voel dat het tijd is. Ik ben er klaar voor. De strategie zit in mijn hoofd (en met strategie bedoel ik: hopen dat die dikke klootzak geen Meteor gaat spammen, want dat overleeft niemand) en Zidane en Vivi zien er frisser uit dan ooit. En dus kan het grote gevecht wéér beginnen…

Eigenlijk wil ik jullie niet vertellen over de drie, misschien vier minuten die volgen. Die dikke maakt me af. Hij spamt Meteor alsof het aan een boom groeit, ik kan amper aanvallen omdat ik het te druk heb met die duivelse ziektes die meneer me toewerpt en er is geen moment in dit gevecht dat ik het idee heb dat ik kan winnen. Ik twijfel eraan om het nog een paar keer te proberen. Maar dit is niet het moment. Weer niet. Het is warm buiten en dit gaat tijd kosten. Ooit komt er een tijd dat ik hier een week voor ga zitten. Dan ga ik het tienduizend keer achter elkaar proberen in de hoop dat Ozma het op een gegeven moment gewoon opgeeft uit verveling. Maar die dag is niet nu. Niet nu er weer een nieuwe game op de mat ploft die uitgespeeld moet worden.

Next time, Ozma. Next time.