Lees hier de Gamer.nl-recensie van Destiny.

Bijna knielend zat ik vorige week voor mijn monitor. Ik had het einde van de Weekly Nightfall-missie bereikt. Alleen bij games hoor je mij smeken. ‘Alsjeblieft, geef mij een exotic auto-rifle.’ Het duurde bijna twee uur om de daaraan voorafgaande Weekly Nightfall Strike-missie te klaren. Samen met twee Belgen (ontmoet in de Tower, bedankt nog jongens!) had ik gezwoegd, gescholden en uiteindelijk overwonnen. En maar nipt, want onze superieure tactieken verhielpen niet dat we door alle wizards de boss niet meer konden zien.

Maar het was gelukt. Al die moeite, hopelijk niet voor niets. Klik. Tijd voor de Activity Rewards. Klik. ‘Ronny Vman - exotic autorifle’: de Hard Light. Die wilde ik! Jaaaaaaaaaa!

Destiny

Destiny haalt zonder twijfel de nerd in mij naar boven - in alle facetten, overigens. Geen game heeft mij dit jaar zo opgeslokt en sky high in extase geschoten als Bungies jongste. Dat komt allereerst door de beloning van het looten zelf. Wat kan het PvE-gedeelte van Destiny on-ge-kend moeilijk zijn. Ik heb hetzelfde level in enkele gevallen wel twintig keer achtereenvolgende sessies doorlopen, vaak tevergeefs. Pas als die moeite zijn vruchten afwerpt door je na het behalen van een raidrun of Nightfall Strike-missie met toffe items te voorzien, ervaar ik mijn trots intens. Dan is die natuurlijke high op zijn best.

Ik zie je denken. Ergens lijkt dat een goedkoop trucje, een dopamine-gerelateerde valstrik. Misschien, maar Destiny is uiteindelijk voor mij veel meer dan het sparen van/hopen op loot. Destiny geeft je het gevoel dat je met goed teamwork en op elkaar afgestemde tactieken het spel kunt verslaan. Dat je als driekoppig collectief de waardige kunstmatige intelligentie in Destiny te slim af kan zijn.

Die kwaliteit mis ik als shooter-speler die met name gamet om tegen anderen te spelen in veel co-op-shooters. Er zijn maar weinig consoleshooters (inclusief Borderlands) die je écht het vuur aan de schenen leggen, waarbij je tijdens een missie patronen van vijanden moet leren, tussen wapens in je inventory moet wisselen en je teamgenoten van even groot belang zijn als jij. Waarbij je iedere korte adempauze aangrijpt om op rust te komen of een teamgenoot te reviven en niet om als een blind paard op andere vijanden af te rennen.

Destiny

Maar ook de uitdaging is niet dé kracht van Bungies jongste. Dat ik Destiny nog vrijwel iedere dag speel heeft vooral van doen met hoe PvE en PvP in de game zijn verweven. De shootermechanics blijken een geweldige fundering voor zowel het schieten op de kunstmatige intelligentie als op tegenstanders van vlees en bloed. De accurate hitboxes, de netwerkcode, het party-systeem en Halo’s driehoek van granaten gooien, slaan en schieten komen in beide spelsegmenten goed uit de verf.

Zo vlieg ik met mijn maatjes van planeet naar planeet. Het ene moment teleporteer ik me in een dagelijkse missie door een weelde aan vijanden om al granaten gooiend dekking te kunnen zoeken, vijf minuten later pas ik exact dezelfde tactiek toe, maar dan tegen vijanden van vlees en bloed. Noem het de Destiny-trance.

Diezelfde high verdoezelt de minpunten. Ik ben me er heel bewust van dat Destiny op sommige vlakken tekortschiet. Ik schiet nog steeds in de lach als het laadscherm van Destiny zich aandient en Peter Dinklage uit Game of Thrones in allerijl sci-fi-jargon op je afvuurt. “The Sword of Crota blabla hidden depth blabla ancient evil darkness hive shrine blabla.” Bungies nieuwste licentie is de naam van de studio vanuit narratief opzicht absoluut onwaardig. Ook omdat het aantal missies vrij beperkt is – en van onderlinge variatie nou niet echt veel sprake is. Halo wees uit dat de studio op die vlakken beter kan.

Destiny

Maakt dat uit? Natuurlijk. Destiny baat bij meer content, zeker na het voltooien van de Raid op Hard, en heeft in die zin ook nog wat goed te maken (9 december verschijnt de eerste DLC, lees daarover binnenkort alles op Gamer.nl). Voor die content moeten we betalen, een weinig verrassende maar zorgwekkende ontwikkeling. Dat neemt niet weg dat ik tot dusver enorm heb genoten van de goeddoordachte Destiny-formule. De game beloont competitiviteit, maar laat spelers die ‘even lekker willen knallen’ niet onbeloond. Dat is niet alleen een filosofie waarin ik me thuis voel, het is er ook een die na honderden uren spelen nog steeds garantstaat voor hilarische taferelen. Nog steeds weet ik mezelf geen houding te geven na het maken van een driedubbele headshot, een dubbele nadekill of een kurkentrekker met mijn sparrow. Expres of per ongeluk. In PvE of in PvP.